Jacobs, Charlotte (1847-1916)

 
English | Nederlands

JACOBS, Charlotte (geb. Sappemeer 13-2-1847 – gest. Den Haag 31-10-1916), eerste apothekeres van Nederland, feministe. Dochter van Abraham Jacobs (1817-1881), heel- en vroedmeester, en Anna de Jongh (1817-1887). Charlotte Jacobs bleef ongehuwd.

Charlotte Jacobs groeide op als vijfde kind in het joodse gezin Jacobs. Na haar kwamen nog drie broers en drie zusters. Twee van deze zusters, Aletta Henriëtte en Frederika (1857-1896) slaagden erin zich al jong los te maken van de strenge conventies die het leven van meisjes in de negentiende eeuw bepaalden. Aletta werd in 1871 toegelaten tot de medicijnenstudie aan de Groningse Hogeschool, Frederika doorliep de driejarige HBS in Sappemeer en behaalde achtereenvolgens de akte voor hulponderwijzeres (1875) en de middelbare aktes wiskunde en boekhouden (1880). Charlotte ging na de lagere school in 1859 naar de Nuts Naai- en Breischool. In 1869 nam ze de huishouding op zich van haar broer Sam (1843-1899), die in Arnhem de apotheek ‘Boerhaave’ had geopend. Toen Sam in 1873 in het huwelijk trad, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis. Onder leiding van haar vader bereidde ze zich voor op het examen van leerling-apotheker, dat ze op 16 juli 1874 met succes in Leeuwarden aflegde. Opnieuw vertrok Charlotte Jacobs naar Arnhem, nu als hulp in de apotheek van haar broer.

In september 1875 schreef Charlotte Jacobs zich in als leerling aan de driejarige HBS in Sappemeer om scheikundelessen te volgen. Zij was inmiddels 28 jaar en in het leerlingenregister werd ze daarom vermeld als ‘Mejuffrouw Jacobs’. In het voorjaar van 1877 verpleegde zij haar zuster Aletta, die in Amsterdam met tyfus te bed lag. Op 11 juni van dat jaar slaagde ze voor het admissie-examen van de Leidse universiteit, en op 8 oktober liet ze zich inschrijven aan de Groningse universiteit voor de studie van apotheker. Daarmee was ze na haar zus Aletta de tweede vrouwelijke student in Nederland. Twee jaar later deed zij in Amsterdam het examen voor hulp-apotheker. Ter voorbereiding op het vervolg van haar studie werkte Charlotte Jacobs op twee plekken: in de vroegere apotheek van haar broer, die intussen naar Indië was vertrokken, en in een apotheek in Amsterdam, waar haar ouders in juni 1879 naartoe waren verhuisd. Op de Amsterdamse universiteit volgde zij enkele colleges zonder officieel te zijn ingeschreven. Op 14 maart en 25 juni 1881 slaagde zij voor respectievelijk het theoretisch en het praktisch apothekersexamen.

Charlotte Jacobs had net als haar zuster Aletta wetenschappelijke ambities en wilde promoveren, maar om onbekende reden heeft zij dit voornemen niet uitgevoerd. Op 1 april 1882 aanvaardde zij de functie van tweede apotheker in het Algemeen Ziekenhuis in Utrecht: eerst op een tijdelijke aanstelling, na een half jaar in vast dienstverband. Op 1 maart 1884 kreeg zij op eigen verzoek eervol ontslag en vertrok zij naar Batavia, waar haar zuster Frederika op de meisjes-HBS werkte als wiskundelerares. Toen Frederika datzelfde jaar haar baan opzegde omdat zij ging trouwen, solliciteerde Charlotte vergeefs naar de opengevallen functie. Hierop accepteerde ze het aanbod van een apotheker om bij hem in de zaak te komen werken.

Omstreeks 1887 opende de veertigjarige Charlotte Jacobs in Menteng (een nieuwe wijk in Batavia) een eigen apotheek die ze ‘De Nederlandsche Apotheek’ noemde. Tot 1907 bleef zij de enige vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië; in dat jaar vestigde Everdina Ansingh zich in Semarang. Uit emancipatorische overwegingen benoemde Charlotte Jacobs altijd vrouwelijke assistenten, die door haar zus Aletta na een advertentie in het Pharmaceutisch Weekblad werden geselecteerd.

Charlotte Jacobs was ook actief in de vrouwenbeweging. Op 18 december 1908 richtte zij met E.J. Heuvelink-Rotgans en de schrijfster Marie C. Kooij-van Zeggelen een afdeling op van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Omdat het recht op vereniging in Indië tot 1915 niet was erkend, noemde de afdeling zich ‘ledengroep’, met aanvankelijk 86 leden. Dat aantal liep op tot 122 in 1909, waaronder enkele heren. Jacobs trachtte ook het onderwijs voor Indische meisjes te verbeteren. Daarbij ondervond ze veel steun van de links-liberaal C.Th. van Deventer, rechterlijk ambtenaar en advocaat, en diens vrouw E.M.L. Maas. Samen met haar en Marie van Zeggelen stichtte Jacobs in 1912 de Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen (SOVIA), die bewerkstelligde dat meisjes de colleges konden bijwonen van de in 1851 opgerichte School tot Opleiding van Indische Artsen (Stovia). Met de SOVIA zette ze zich ook in voor de oprichting van de verpleegstersopleiding Boedi Kemoelian in Batavia.

In 1912 trok Charlotte Jacobs zich terug uit de apotheek. Tot haar spijt slaagde ze er niet in een vrouwelijke opvolger te vinden. Ze vertrok naar Den Haag en werd actief in de Nederlandse vrouwenbeweging, als bestuurslid van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (1914-1916) en in de vrouwenvredesbeweging. Op de vijfjaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Vrouwenraad van mei 1914 in Rome was ze plaatsvervangend afgevaardigde voor Nederland.

Charlotte Jacobs overleed op 31 oktober 1916 in Den Haag, 69 jaar oud. Zij werd op 4 november gecremeerd op Driehuis-Westerveld. In haar testament had ze bepaald dat een belangrijk deel van haar nalatenschap bestemd was voor het op te richten Charlotte Jacobs Studiefonds, bestemd voor de bekostiging van de academische studie van armlastige meisjes. Het Fonds bestaat nog steeds. De bestuursleden worden benoemd door de Nederlandse Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding.

Archivalia

  • Groninger Archieven: archief Rijks Hogere Burgerschool te Sappemeer 1868-1875, leerlingenregister; archief Senaat en Faculteiten van de Rijksuniversiteit te Groningen 1816-1948.
  • Nationaal Archief, Den Haag: archief Koloniën 1850-1900.
  • Het Utrechts Archief: archief Algemeen Ziekenhuis.
  • Haags Gemeentearchief: bevolkingsregister 1912-1916.

Publicaties

  • [Charlotte Jacobs], ‘Een baanbreekster’, Evolutie 14 (12-9-1906) 89 [eerder verschenen in Damesweekblad voor Indië].
  • Charlotte Jacobs, ‘De vooruitzichten van de vrouwelijke apotheker in Indië’, Maandblad voor Vrouwenstudie 2 (1-6-1914) 25-26.

Literatuur

  • M.C. Kooij-van Zeggelen, ‘De vrouw in onze Oost-Indische koloniën 1813-1913’, in: A. van Hogendorp red., Van vrouwenleven 1813-1913 (Groningen z.j. [1913]) 175-177, 192.
  • M.C. Kooij-van Zeggelen, ‘Charlotte Jacobs’, De Hollandsche Lelie 30 (15-11-1916) 305-306.
  • Pharmaceutisch Weekblad voor Nederland (1916) 1582-1583.
  • Inge de Wilde, ‘“Minder opvallend dan haar meer roerige zuster”. Over de apothekeres Charlotte Jacobs (1847-1916)’, Groniek 25 (1992) 59-74.
  • Inge de Wilde, ‘Een onontgonnen pad: het leven van Charlotte Jacobs (1847-1916)’, Savante. Tijdschrift over Vrouwen en Wetenschap 2 (herfst 1993) 10-12.
  • Inge de Wilde, Nieuwe deelgenoten in de wetenschap. Vrouwelijke studenten en docenten aan de Rijksuniversiteit Groningen 1871-1919 (Assen 1998).
  • Inge de Wilde, ‘Uit de schommelstoelen. Charlotte Jacobs en haar kring in Batavia’, in: E. Captain, M. Hellevoort en M. van der Klein red., Vertrouwd en vreemd. Ontmoetingen tussen Nederland, Indië en Indonesië (Hilversum 2000) 187-194.

Illustratie

Portretfoto, door Atelier Jacob Merkelbach, ca 1913 (Joods Historisch Museum, Amsterdam).

Auteur: Inge de Wilde

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 771

laatst gewijzigd: 02/07/2017