Droller, Alice (1907-1942)

 
English | Nederlands

DROLLER, Alice, vooral bekend als Alice Dorell (geb. Mannheim, Duitsland 27-7-1907 gest. Auschwitz, Polen 30-9-1942), actrice en cabaretière. Dochter van Julius Droller (1878-1944), eigenaar interieurwinkel, later pensionhouder, en Emma Simons (1884-1944), pensionhoudster. Alice Dorell bleef ongehuwd.

Alice Droller groeide op als oudste van vijf kinderen in het Duitse Mannheim. Ze kwam uit een hecht liberaal-Joods gezin. Vader Julius had zijn oudste dochter graag zien studeren, maar op jonge leeftijd was al duidelijk dat Alice actrice wilde worden. Haar vader hechtte aan een goede opleiding: eerst kreeg ze privélessen in Mannheim, daarna studeerde ze aan de theaterschool van Max Reinhardt in Berlijn.

Dorell’s Drie Dames-cabaret

Alice Droller debuteerde in 1925 bij het Nationaltheater Mannheim in de – zoals ze het zelf uitdrukte – gebruikelijke bijrollen als dienstbode of kamermeisje. Daarna was ze verbonden aan verschillende Duitse theaters, maar met de vaak kleine rollen in het klassieke toneel was ze niet gelukkig. Vanaf 1932 woonde ze weer bij haar ouders. Ze wilde voor zichzelf beginnen en legde zich toe op de voordrachtskunst en het literaire cabaret, waarmee ze succes boekte. Ze kreeg interessante aanbiedingen, maar de machtsovername van de nationaal-socialisten in 1933 gooide roet in het eten. Haar ouders en twee broers vluchtten naar Den Haag. Alice ging naar Parijs in de hoop om daar haar carrière te kunnen voortzetten; toen dat niet lukte, werkte ze als kamermeisje, kapster, serveerjuffrouw en souffleuse. Uiteindelijk was ze kindermeisje bij een Roemeens gezin dat haar nauwelijks kon betalen. Eind 1933 kreeg ze de kans om naar Nederland te reizen en kwam ze bij haar familie in Den Haag terecht.

Aanvankelijk werkte Droller in Den Haag als dienstmeisje, maar in november 1934 kreeg ze de kans wat liedjes te zingen op een Joodse liefdadigheidsmarkt. Daar maakte ze kennis met de pianiste Rosa van Hessen, met wie ze ging samenwerken. Op dat moment nam Droller waarschijnlijk de artiestennaam Dorell aan. In februari 1935 hadden Alice Dorell en Rosa van Hessen hun eerste optreden in Den Haag – een programma met zelfgeschreven Duits- en Nederlandstalige liedjes en sketches. De pers was enthousiast over het duo: ‘Ze verraden een techniek welke verbluffend is, dramaturgisch prachtig volgehouden, met goede contrasten, climax en pointes en bij het slot veelal een dubbele frappé’ (Haagsche Courant, 20-2-1935).

Dorell leerde ijverig Nederlands en kon na enkele maanden al Nederlandse teksten schrijven. De cabaretière Annie Prins sloot zich aan bij haar duo met Van Hessen en gedrieën traden ze op als Dorell’s Drie Dames-Cabaret. Ze kregen veel aandacht en lof in de media – en terecht, aldus een recensent: ‘dit sympathieke troepje van Drie Durvende Jonge Dames verdient het’ (Algemeen Handelsblad, 21-10-1935). Dorell vond ‘dat het cabaret een verhevener taak heeft dan het publiek een avondje te amuseren’ (WIJ, 29-11-1935) en pleitte voor cabaret van niveau: literair, intellectueel, politiek en kritisch.

In 1936 ging Dorell’s Drie Dames-Cabaret uit elkaar en richtte Alice Dorell een nieuw gezelschap op: De Lantaarn. De leden waren allemaal getalenteerd maar ook jong en onervaren, en ondanks Dorells expertise kwam het geheel dilettantistisch over. Bovendien werd het steeds moeilijker om politieke satire op het podium te brengen. Ze kreeg wel goede recensies, ook van Menno ter Braak, maar financieel succes bleef achter bij de publicitaire aandacht. Vaak kon ze haar artiesten niet betalen en moest ze humoristische nummers op het programma zetten om contracten binnen te halen. Dorells reactie hierop was een politieke satire onder de titel Alice in Wonderland, waarin maatschappijkritiek weerklonk in nummers als ‘Conflict in dwergenland’. Ook dit stuk kreeg lovende kritieken, maar het grote publiek bleef weg. Er volgden twee andere grote theaterprogramma’s: Warenhuis, dat Dorell samen met Will Wemerman schreef, en Wereldstad, waarvoor Dorell met Martie Verdenius samenwerkte. Deze programma’s trokken niet alleen de aandacht van het NSB-blad Volk en Vaderland, maar ook van de autoriteiten, die politieke satire door buitenlanders niet gedoogden. Een spelverbod kon alleen worden voorkomen door acteur Herbert Perquin officieel de leiding te geven.

Cabaret Pinguin

De zaken gingen beter toen Alice Dorell in 1938 ging samenwerken met de uit Oostenrijk gevluchte danseres Cilli Wang en de naam van het gezelschap veranderde in Cabaret Pinguin. In november 1939 trad het gezelschap op voor de Nederlandse Bond van Ambtenaren en ook het met cabaret van hoog niveau verwende Amsterdamse publiek veroverde ze hiermee. Maar het succes kwam te laat. In 1939 stierf medeauteur Will Wemerman op 24-jarige leeftijd en na de Duitse inval kreeg het gezelschap geen vergunning meer om op te treden.

In september 1940 werd de familie Dorell door de bezetter gedwongen om hun huis in de Haagse Bagijnestraat te verlaten – Alice kwam in Utrecht terecht. Eind 1940 verscheen een laatste artikel over haar in het katholieke blad Het Centrum, met daarin een dringende oproep om Alice Dorell gelegenheid te bieden op te treden. Voor zover bekend gaf ze slechts één voorstelling tijdens de bezetting: in de zomer van 1941 bij het gezelschap van Max Ehrlich in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Op 15 juli 1942 zat Alice Dorell samen met een jongere broer in de eerste trein van Westerbork naar Auschwitz. Daar is ze op of vóór 30 september 1942 vermoord.

Betekenis

Met haar Drie Dames-Cabaret was Alice Dorell in 1935 de eerste vrouw die in Nederland een cabaret begon dat geheel uit vrouwen bestond.  Ze kreeg goede kritieken en werd geprezen om haar expressiviteit en humor. Menno ter Braak waarschuwde dat ze zich niet moest omringen met dilettanten. Hij noemde haar ‘een parel onder de knikkers’ (Het Vaderland, 10-5-1937).

Naslagwerken

Honig.

Archivalia

Theaterinstituut, Amsterdam: map Alice Dorell, met daarin H.G. Cannegieter, Persoonlijkheden. Alice Dorell (z.p. z.j.).

Literatuur

  • ‘Drie Dames cabaret. Een interview met Alice Dorell’, WIJ – ons leven ons werk, 29-11-1935.
  • ‘Onder de menschen. Cabaretière’, NRC, 8-1-1936.
  • Rico Bulthuis, ‘Herinneringen aan het kleinkunst ensemble Alice Dorell’, Toneelschild, oktober 1946.
  • Jo Wilbrink, ‘In gesprek met een grote artiste’, Het Centrum (avondblad), 10-12-1940.
  • Katja B. Zaich, ‘Große Erfolge und zerstörte Pläne. Alice Dorell, eine Künstlerin aus Mannheim, hat in schweren Zeiten Kleinkunst-Geschichte geschrieben’, Mannheimer Morgen, 27/28-12-1997.
  • Katja B. Zaich, ‘Ich bitte dringend um ein Happyend’. Deutsche Bühnenkünstler im niederländischen Exil 1933-1945 (Frankfurt am Main 2001).
  • Katja B. Zaich, ‘Konflikt im Zwergenland. Die niederländische Karriere der Schauspielerin Alice Dorell’, in: Germaine Goetzinger en Inge Hansen-Schaberg red., Bretterwelten. Frauen auf, vor und hinter der Bühne (München 2008) 59-73.
  • Marco Entrop, ‘Drie durvende dames. Het vrouwencabaret van Alice Dorell’, Aether. Tijdschrift over de Geschiedenis van de Omroep en de Fotografie 26 (2011) nr. 100, 56-58.

Illustratie

Alice Dorell, door onbekende fotograaf, ca. 1925 (Stadtarchiv Mannheim).

Auteur: Katja B. Zaich

laatst gewijzigd: 27/03/2017