Eeghen, Esmée Adrienne (1918-1944)

 
English | Nederlands

EEGHEN, Esmée Adrienne van (geb. Amsterdam 7-7-1918 – gest. Noorddijk 7-9-1944), actief in het verzet. Dochter van Reginald Hendrik van Eeghen (1889-1936), directeur van de Amstelbrouwerij, en Minette Adrienne van Lennep (1892-1975). Esmée van Eeghen bleef ongehuwd.

Esmée Adrienne van Eeghen groeide op in het Gooi. Haar ouders kwamen beiden uit bekende Amsterdamse families van aanzien, en ze werd opgevoed door een gouvernante met wie ze Frans sprak. Esmée trok veel op met haar twee jaar jongere broer Dave. Hoewel het huwelijk van haar ouders werd ontbonden toen Esmée acht jaar oud was en het gezin veel verhuisde, had ze een vrij onbezorgde kindertijd. Na de scheiding emigreerde haar vader naar de Verenigde Staten en ging de rest van het gezin in Aerdenhout wonen. Vier jaar later hertrouwde haar moeder met Alphert baron Schimmelpenninck van der Oye, burgemeester van Maarn en Doorn – opnieuw volgde een verhuizing. In 1931 kreeg Esmée er een halfbroertje bij: Sander. Twee jaar later streek het gezin neer in Baarn.

Esmeé van Eeghen was grillig en vol tegenstrijdigheden. Ze kon spontaan, aardig en fijngevoelig zijn. Maar er zat ook een harde, brutale en egocentrische kant in haar. Vanwege deze ambivalentie werd ze als tiener naar een Zwitserse psychiater gestuurd. Esmée groeide op tot een mondaine jonge vrouw, een kettingrookster die graag een borrel dronk. Ze sprak vloeiend Engels, Duits en Frans en reisde veel, onder andere dankzij haar stiefvader, die voorzitter was van het Nationaal Olympisch Comité en ook actief was binnen het Internationaal Olympisch Comité. Met haar 1.77 m. was ze relatief lang: een knappe verschijning die bij mannen niet onopgemerkt bleef.

Verzetswerk

Van Eeghen was financieel onafhankelijk, maar om iets om handen te hebben werd ze verpleegster in het Amsterdamse Burgerziekenhuis. In het voorjaar van 1943 kreeg ze een relatie met Henk Kluvers, co-assistent in het Burgerziekenhuis. Toen Kluvers verzetswerk in Leeuwarden ging doen, volgde Van Eeghen hem. Ze hielp met het smokkelen van Joodse kinderen uit Amsterdam naar het noorden van het land. Het liefst wilde ze zelf kinderen, maar Kluvers studeerde nog, kreeg tuberculose en kon nog niet aan trouwen denken. Hij verbrak de verhouding.

Al snel vond Esmée van Eeghen een nieuwe liefde: Krijn van der Helm, werkzaam bij de belastingdienst en topman van het Friese verzet. Van Eeghen werd zijn belangrijkste koerierster en in de zomer van 1943 zat ze volop in het verzet. Ze gebruikte twee schuilnamen: Elly en Sjoerdje. Van Eeghen bezorgde bonnen en identiteitspapieren bij onderduikers, vervoerde wapens en munitie en deed mee aan gewapende overvallen. Volgens de overlevering was ze onverschrokken. Zo moest ze als koerierster eens een koffer met wapens per trein wegbrengen. In de trein nam ze met haar charmes een Duitse officier voor zich in. Toen ze op het Centraal Station van Amsterdam uit de trein stapte, gaf ze de koffer zonder blikken of blozen aan de officier, zodat de wapens door hem langs de controle werden gedragen.

Begin 1944 werd Van Eeghen in gezelschap van SD’ers gezien. In samenspraak met Van der Helm was bepaald dat ze haar aantrekkingskracht moest gebruiken voor spionagewerk. Volgens een andere versie zou ze zijn geïnfiltreerd om informatie in te winnen over haar broer Dave, die zich bij de Ordedienst (OD) had aangesloten en gearresteerd was. Er deden ook geruchten de ronde waarin haar seksuele drift werd genoemd als reden voor haar omgang met Duitsers. Dit laatste argument zal zijn ingegeven door Van Eeghens vrije seksuele moraal. Haar onafhankelijkheid paste niet in Friesland. Het zorgde ervoor dat er na de oorlog werd gezegd dat ze nymfomaan was.

Van Eeghens infiltratie bij de SD pakte verkeerd uit. In de lente van 1944 werd ze verliefd op de Duitse Wehrmacht-officier Hans Schmälzlein. Ze maakte geen geheim van haar verhouding, wat tot groot wantrouwen leidde bij het verzet. Het Friese veemgericht stelde haar voor de keuze: de kogel of verbanning uit Noord-Nederland. Ze koos voor de tweede optie.

In de zomermaanden van 1944 zat Van Eeghen tussen twee vuren: niet alleen het verzet verdacht haar, de SD had nu ook achterhaald dat ze een rol had gespeeld in de illegaliteit. Op 9 augustus werd ze in Amsterdam gearresteerd en naar Groningen overgebracht, waar ze werd verhoord in het beruchte Scholtenhuis. Ze kreeg een speciale behandeling, wat haar bij het verzet nog verdachter maakte.

Kort na Dolle Dinsdag, op 7 september 1944, werd Esmée van Eeghen door de SD’ers Ernst Knorr en Pieter en Klaas Carel Faber doodgeschoten en in het Van Starkenborghkanaal gegooid. De volgende dag werd haar lichaam gevonden: het was doorzeefd met dertien kogels. Van Eeghen werd begraven op de algemene begraafplaats in Noorddijk. Op 11 augustus 1945 liet haar moeder het stoffelijk overschot herbegraven op de nieuwe algemene begraafplaats te Baarn.

Reputatie

De Amerikaanse opperbevelhebber Dwight Eisenhower onderscheidde Van Eeghen postuum voor haar hulp aan piloten van neergestorte vliegtuigen. Dat nam niet weg dat er bij voormalige verzetsstrijders grote twijfels waren over haar rol in de oorlog. Verraad heeft ze echter niet gepleegd: ze was een spil in het Friese verzet geweest en had onnoemelijk veel schade kunnen aanrichten als ze de bezetter had verteld wat ze wist.

Esmée van Eeghen sprak niet alleen tijdens, maar ook na haar dood tot de verbeelding. Schrijver Anne de Vries baseerde in de jeugdserie Reis door de nacht (1960) de koerierster Sylvia op haar leven. Er zijn een opera (Theo Loevendie) en een theatervoorstelling over haar gemaakt, en in 1986 schreven de journalistes Ageeth Scherphuis en Anita van Ommeren een portret van haar: De oorlog van Esmée van Eeghen. Het personage Rachel Stein in Paul Verhoevens film Zwartboek is gedeeltelijk gemodelleerd naar Van Eeghen.

Archivalia

  • Groninger Archieven: foto’s en prentbriefkaarten, inv. nrs. 1317 en 1318 (politiefoto’s van stoffelijk overschot van Esmeé van Eeghen).
  • Nationaal Archief, Den Haag: toegang 2.09.09 (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging), inv. nrs. 133 en 74541 (diverse processen-verbaal over moord op Van Eeghen).
  •  Tresoar, Leeuwarden: toegang 340 (Verzameling P. Wijbenga), inv. nr. 243 (processen-verbaal van verhoor van getuigen inzake het optreden en mogelijke verraad van Esmée van Eeghen). Toegang 350 (Vereniging Friesland 1940-1945), inv. nrs. 278 (brieven van Esmée van Eeghen aan Jan O. Kingma) en 1039 (Kingma, concept-verslag van onafgemaakt interview). Knipselmap Esmée van Eeghen.

Literatuur

  • Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945, deel 7: Tweede helft (Den Haag 1976).
  • Pieter Wijbenga, Bezettingstijd in Friesland, deel 2: Met de rug tegen de muur (Leeuwarden 1978).
  • Ageeth Scherphuis en Anita van Ommeren, De oorlog van Esmée van Eeghen (Amsterdam 1988).
  • Jan Meyers, ‘Het lijk in het Van Starkenborghkanaal’, Maatstaf 42 (1994) nr. 11/12, 46-55.
  • Ype Schaaf, Dodelijke dilemma’s in het Friese verzet. Het veemgericht en Esmeé van Eeghen (Franeker 1995).
  • Arnold Karskens, ‘Beest contra beauty’, De Pers, 5-12-2011.
  • Jan Meyers, Esmée. Een vrouw in oorlogstijd (Soesterberg 2011).

Illustratie

Portretfoto, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Beeldbank WO2 - NIOD).

Auteur: Elias van der Plicht

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 961

laatst gewijzigd: 14/07/2016