Grewel, Annemarie (1935-1998)

 
English | Nederlands

GREWEL, Annemarie (geb. Amsterdam 13-6-1935 – gest. Amsterdam 27-2-1998), pedagoge, politica en beroepsvoorzitter. Dochter van Frits Grewel (1898-1973), psychiater en neuroloog, en Sofie Wessel (1902-1975), bibliothecaresse. Annemarie Grewel bleef ongehuwd.

Annemarie Grewel, geboren in een joods gezin, was de dochter van psychiater-neuroloog Frits Grewel, later hoogleraar orthopedagogiek. Haar moeder, Sophia Wessel, had voor haar huwelijk gewerkt bij de Bibliothèque Nationale in Parijs. Zelf zei Grewel dat ze was opgegroeid in een elitair, maar ook bohémien gezin. Er kwamen wetenschappers en kunstenaars over de vloer, zoals de magisch-realistische schilder Carel Willink. Hij tekende in 1950 een portret van de toen vijftienjarige Annemarie. In de Tweede Wereldoorlog doken Annemarie en haar drie jaar oudere broer Charles onder. Het gezin overleefde, maar veel familieleden kwamen om. Na de bevrijding kreeg Annemarie een vijf jaar ouder pleegzusje: een meisje dat als enige van haar familie het concentratiekamp Bergen-Belsen had overleefd.

‘Drievoudig gehandicapt’

Na haar middelbare school (gymnasium-α aan het Amsterdams Lyceum) ging Grewel pedagogiek studeren aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Tijdens haar studie was ze kandidaat-assistent bij de vrouwelijke hoogleraar H.W.F. Stellwag, en meteen na haar afstuderen in 1963 werd zij aangesteld als wetenschappelijk medewerker. Onder invloed van de democratiseringsbeweging van de late jaren zestig ging ze zich voor politiek interesseren. Ze werd lid van de Partij van de Arbeid (PvdA) en in 1975 werd ze gekozen tot voorzitter van de Universiteitsraad – een functie die ze tot 1981 bleef vervullen. De emancipatie van de vrouw vond zij belangrijk, maar ze noemde zich geen actief feministe. ‘Het gaat vooral om het opheffen van sociale ongelijkheden, zowel voor vrouwen als voor mannen’, aldus Grewel. Nadat ze rond 1960 verliefd was geworden op een vrouw, besloot ze als lesbienne door het leven te gaan. Ze heeft jarenlang samengewoond met de actrice Nelly Frijda. Grewel was niet alleen betrokken bij het jodendom en de emancipatie, maar ook bij het antiracisme en lesbianisme. Zelf noemde ze zich drievoudig gehandicapt: ‘joods, lesbisch en feministe’.

Al in haar jaren bij de universiteit bekleedde Annemarie Grewel vele nevenfuncties. Ze was onder meer voorzitter van de NVSH. Tussen 1981 en 1989 was ze lid en vice-voorzitter van de landelijke Emancipatieraad en in 1985 werd ze benoemd in het bestuur van de NOS. In 1983 stelde ze zich kandidaat voor het burgemeesterschap van Amsterdam. Landelijke bekendheid kreeg ze als lid van het congrespresidium van de PvdA, in welke hoedanigheid zij menig partijcongres met krachtige hand en tegelijkertijd met humor in goede banen wist te leiden. Na haar vertrek bij de UvA in 1987 – de vakgroep Gezinsleer werd opgeheven en daarmee ook haar baan – werd ze gemeenteraadslid voor de PvdA en vanaf 1995 zat ze voor deze partij in de Eerste Kamer. In 1997 werd ze tweede ondervoorzitter van de Eerste Kamer: de eerste vrouw in dit presidium. Naast haar vele werkzaamheden was Grewel van 1982 tot aan haar dood columniste bij De Groene Amsterdammer. In 1989 werd ze officier in de Orde van Oranje-Nassau.

De laatste jaren van haar leven had Grewel kanker. Ze maakte hier geen geheim van en bleef haar publieke functies vervullen. Op 27 februari 1998 overleed Annemarie Grewel, 62 jaar oud. Ze werd op Zorgvlied begraven. Postuum kreeg zij 2633 voorkeursstemmen bij de Gemeenteraadsverkiezingen in 1998, waar ze als nummer 8 op de lijst stond.

Reputatie

Annemarie Grewel was maatschappelijk en politiek zeer actief. Toch zal ze vooral de geschiedenis ingaan als de ‘voorzitter van Nederland’. Deze naam verwierf ze onder andere door haar voorzitterschap van de Grand Gala’s, die eind jaren zeventig door de VPRO werden georganiseerd, en haar leiding van de congressen van de PvdA. Haar scherpe tong, eigenzinnigheid en humor maakten haar tot een bijzondere verschijning.

Naslagwerken

Atria; Joden in Nederland; PDC.

Publicaties

  • Vrouwen en wetenschap. Een voorstel tot het inrichten van women’s studies aan de Nederlandse universiteiten (Amsterdam 1976).
  • [met A.L. van der Stoel], Lesbisch zichtbaar. De positie van, de knelpunten en aanbevelingen voor lesbische vrouwen in Amsterdam. Een aanvulling op het gemeentelijk homo emancipatiebeleid (Amsterdam 1989).
  • ‘De man als rivaal’, Opzij 17 (1989) nr. 4, 40-45.

Literatuur
  •  Joke van Kampen, ‘Annemarie Grewel uit de Emancipatieraad: “ikzelf denk niet dat we nog ergens een zedelijkheidswetgeving voor nodig hebben”’, Sekstant 69 (1989) nr. 3, 4-6.
  • Marjo van Soest, ‘De voorzitter: “je moet een beetje een onfatsoenlijk mens zijn om goed te kunnen voorzitten”: Annemarie Grewel’, Vrij Nederland , 4-2-1989, Bijvoegsel 4-5.
  • ‘Grewel op safe?’, LekkerStuk (1991) dec., 5-8.
  • Margret Huisman, ‘Mensen doen voortdurend alsof het vier jaar lang een puinzooi is geweest, en dat is niet zo’, Rooie Vrouwen Magazine 3 (1993) nr. 8, 6-8.
  • Carla Verheijen, De nomadenstrategie. 13 Visies op een geëmancipeerde samenleving (Amsterdam 1993).
  • ‘“Je moet een beetje demagoog zijn”. Vergadertips van beroepsvoorzitters’, VB Magazine 10 (1995) nr. 10, 16-18.
  • Marjo van Soest, ‘“Mensen moeten niet zo’n drukte maken over kanker”. De levensdrift van Annemarie Grewel’, Opzij 24 (1996) nr. 5, 26-30.
  • Marli Huijer, ‘Levenskunst en zelf sterven: de sumoworsteling van Annemarie Grewel’, Tijdschrift voor Humanistiek 1 (2000) nr. 2, 48-54.
  • Annemiek Onstenk, Annemarie Grewel. Een portret (Amsterdam 2008).

Illustratie

Annemarie Grewel, door Corinne Noordenbos, 1989.

Auteur: Marjet Denijs

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 990

laatst gewijzigd: 14/08/2017