Guilonard, Valentine Elisabeth (1922-1996)

 
English | Nederlands

GUILONARD, Valentine Elisabeth, vooral bekend als Tineke Wibaut (geb. Rotterdam 21-5-1922 – gest. Hulshorst 6-10-1996), actief in het verzet, sociologe. Dochter van Pieter Guilonard (1895-1939), onderdirecteur KLM, en Valentine Elisabeth Schilleman (1900-?). Tineke Guilonard trouwde op 5-7-1947 in Amsterdam met Frank Peter Wibaut (1922-1996), huisarts en seksuoloog. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Valentine Elisabeth (Tineke) Guilonard groeide op als enig kind van een luchtvaartpionier haar vader was na Albert Plesman de hoogste baas van de KLM. Het gezin woonde in de buurt van vliegveld Waalhaven in Rotterdam en later vlakbij Schiphol, op de Nieuwemeerdijk (nr. 503) in Amsterdam-Haarlemmermeer. Haar ouders waren internationaal georiënteerd en thuis heerste een klimaat van vooruitgangsoptimisme. Op 18 maart 1939 kwam Tinekes vader om bij een vliegtuigongeluk. Na de hbs in Rotterdam ging ze in 1934 naar het Amsterdams Lyceum, waar ze bevriend raakte met Frank Wibaut, haar latere echtgenoot. Al jong wist ze dat er van nazi-Duitsland weinig goeds te verwachten viel: haar vaders verhalen over de Kristallnacht (1938) en zijn weigering zich daarna nog zakelijk met de Duitsers in te laten, maakten diepe indruk op haar.

Verzet en gevangenschap

In de meidagen van 1940 werd Schiphol gebombardeerd en vanaf haar evacuatieadres in Amstelveen zag Tineke Guilonard de bommen vallen. Toen alle Joodse leerlingen een jaar later het Amsterdams Lyceum moesten verlaten, kwam ze in verzet: met klasgenoten zorgde ze voor onderduikadressen, bonkaarten en valse persoonsbewijzen, en voor Jan van Mierlo (Fons) van de gewapende Amsterdamse verzetsgroep CS-6 verrichtte ze risicovolle hand- en spandiensten. Na verraad werd Tineke (onder schuilnaam Thea Beerens) op 17 september 1943 op haar onderduikadres in Zeist gearresteerd. Maandenlang zat ze in eenzame opsluiting in het Amsterdamse Huis van Bewaring in de Havenstraat, waar het enige contact met de buitenwereld verliep via clandestiene, op reepjes lakenkatoen geschreven briefjes, die ze in de zoom van haar badhanddoek verborg. Door zich voor te doen als het onwetende liefje van Fons, ontkwam ze aan mishandeling en de ergste straf – een groot aantal andere leden van CS-6 werd gefusilleerd.

Op 2 januari 1944 kwam Tineke Guilonard terecht in kamp Vught. Twee weken later overleefde ze daar het Bunkerdrama. Over de urenlange opsluiting met 73 vrouwen die tien vrouwen het leven kostte, zei ze later: ‘Alles wat erna kwam, hoe verschrikkelijk ook, die nacht was altijd erger’ (gecit. Zo ben je daar, 43). Ze stond toen aan het begin van haar vijftien maanden durende gevangenschap in achtereenvolgens kamp Vught, het vrouwenkamp Ravensbrück en Reichenbach (‘Sportschule’, een buitencommando van Gross Rosen). Hechte vriendschappen zoals met haar 'kampmoeders' Mies Boissevain-van Lennep (mammie) en mevrouw Haak (Haakkie) hielden haar op de been. ‘De vriendschappen die je hier in het kamp sluit zijn vriendschappen voor je hele leven’, schreef Tineke in een clandestien briefje uit Vught (Nationaal Monument KampVught). Samen met twee van hen, Mien Elffers-Harmsen en Mientje Pooters, overleefde ze alle kampen en in de winter van 1945 het wekenlange transport naar het westen te voet en in overvolle treinwagons. Ondanks alles hield Guilonard steeds oog voor de schoonheid van het leven en de natuur: de zonsop- en ondergangen in Vught, een berkenbosje langs de lange onbeschutte marcheerroute naar het werk in Reichenbach.

Verwerking en eerbetoon

Op 14 april 1945 werd Tineke Guilonard uit een kamp in Salzwedel (Saksen-Anhalt) bevrijd, op 1 juni was ze weer thuis bij haar moeder in Amstelveen. Tussen 1946 en 1948 studeerde ze sociografie aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. In 1947 trouwde ze met haar schoolvriend en medeverzetsstrijder, de huisarts en later befaamde seksuoloog Frank Wibaut, met wie ze twee kinderen kreeg: Frank Pieter (1951) en Anneruth (1953). Als bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH) en het Jongeren Advies Centrum (JAC) en medeoprichtster van de Schorerstichting was Tineke Wibaut-Guilonard in de jaren zestig en zeventig een fervent voorvechtster van (seksuele) emancipatie en jeugd-, abortus- en drugshulpverlening.

‘Uit zelfbehoud’ zweeg Tineke Wibaut-Guilonard over haar eigen problemen – door haar oorlogstrauma’s leed ze aan nachtmerries en paniekaanvallen. Wel raakte ze al tijdens haar studie haar haat jegens Duitsers kwijt door zich in het Duitse verzet te verdiepen. Als verwerking én als eerbetoon aan haar kampvriendinnen met sommigen vierde ze jaarlijks op 14 april haar bevrijding, anderen waren in Polen vermoord  schreef ze in 1983 een persoonlijk relaas over haar oorlogservaringen (Zo ben je daar, geïllustreerd door Atie Siegenbeek-van Heukelom). Het boek was de opmaat naar haar belangrijke bijdrage aan voorlichting en educatie over de Tweede Wereldoorlog: zo was ze de oprichtster en voorzitster van de stichting Educatieve Beeldvorming Vervolging Onderdrukking en Verzet (1987) en verzorgde ze in de jaren negentig publicaties voor de Stichting Vriendenkring Nationaal Monument Kamp Vught. Ook bemoeide Wibaut-Guilonard zich intensief met de ‘tweede-generatieproblematiek’ van en hulpverlening aan kinderen van oorlogsslachtoffers, tot wie ze nadrukkelijk ook de kinderen van foute ouders rekende. Voor het recht van die laatste groep ijverde Wibaut-Guilonard al in de jaren zeventig en daarmee was ze haar tijd ver vooruit.

Halverwege de jaren negentig werd Tineke Wibaut-Guilonard ongeneeslijk ziek. Ze had zich toen al teruggetrokken op de Veluwe, waar ze haar al langere tijd zieke echtgenoot verzorgde. Na een relatie van meer dan vijftig jaar kozen zij en haar man voor een gezamenlijk einde. In het bijzijn van hun kinderen stierven Tineke Wibaut-Guilonard en haar man na het drinken van een dodelijke cocktail op 6 oktober 1996 in hun huisje in Hulshorst, beiden 74 jaar oud.

Reputatie

Voor haar verzetswerk kreeg Tineke Wibaut-Guilonard op 29 mei 1983 samen met haar echtgenoot de Yad Vashem-onderscheiding. Daarnaast werd ze voor haar verzoenende en voor anderen betekenisvolle omgang met haar oorlogsverleden meermaals bekroond. In 1989 ontving ze de erepenning van de Stichting Kunstenaarsverzet, in 1995 de Dr. J.P. van Praagprijs van het Humanistisch Verbond: een erkenning voor én een afscheid van een ‘overactief leven’ (gecit. Icodo-info, 2004), aldus de 73-jarige zelf bij die laatste gelegenheid.

Archivalia

Publicaties

  • Een overzicht van publicaties en manuscripten 1980-1996 is te vinden in haar archief bij Atria. Een selectie:
  • met M.L. van der Most en L. van Ravesteijn, ‘De tweede generatie’, Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 28 (1973)  227-31.
  • Zo ben je daar. Kampervaringen (Amsterdam 1983).
  • Kamp Vught 1943-1944. Bunker en krematorium (Vught 1991).
  • [met Ed Mager], Kamp Vught 1943-1944. Eindpunt of tussenstation (Vught 1994).
  • Kamp Vught 1943-1944. In gevangenschap getekend (Vught 1995).

Literatuur

  • ‘Bezig zijn en bezig blijven. Portret van Tineke Wibaut-Guilonard’, Icodo-info 21 (2004) nr. 1, 18-19.
  • Bram Enning, Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken, 1975-2000 (Amsterdam 2014).

Illustratie

Tineke Wibaut, door onbekende fotograaf, ca. 1940-1950 (IAV - Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis).

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

laatst gewijzigd: 14/07/2016