Heukelom, Agatha Abrahamina Siegenbeek van (1913-2002)

 
English | Nederlands

HEUKELOM, Agatha Abrahamina SIEGENBEEK van (geb. Rotterdam 11-4-1913 – gest. Amerongen 14-2-2002), tekenares, kinderboekenschrijfster, actief in het verzet. Dochter van Jan Siegenbeek van Heukelom (1877-1941), huisarts, en Catharina Elisabeth Fockema (1880-1964). Atie Siegenbeek van Heukelom bleef ongehuwd.

Agatha (Atie) Siegenbeek van Heukelom groeide op als jongste dochter van een huisarts aan de Rotterdamse Mathenesserlaan. Net als haar zus zat ze als kind altijd te tekenen. Het werk van Jo Spier was daarbij om zijn ‘weinige lijnen’ een tijd lang haar voorbeeld. Op haar zeventiende ging Atie naar de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam – ze woonde  bij vrienden van haar ouders – om de opleiding binnenhuisarchitectuur te volgen. Toen deze haar niet beviel, stapte ze over naar de Reimann Schule, een schilderschool in Berlijn, en vervolgens naar de Kunstakademie in München. Op beide scholen had ze Joodse docenten en veel internationale medestudenten.  Zo was ze goed op de hoogte van de Duitse en internationale politieke situatie toen ze in 1938 terugkeerde in Nederland.

De oorlog

Na korte tijd etalages te hebben ingericht voor de Bijenkorffilialen in Rotterdam en Den Haag trad Van Heukelom in 1938 in dienst van het Amsterdamse reclamebureau Co-op 2 van Paul Guermondprez. Samen publiceerden zij in 1941 het boekje Praktisch bezuinigen, met als motto: ‘Verduister de woning maar niet het humeur’. Via Guermondprez werd ze koerierster voor de Raad van Verzet: ze werkte voor Gerrit van der Veen en Gerben Wagenaar. In het voorjaar van 1944 verbleef Van der Veen in het huis waar ze woonde. Op 26 mei 1944 – niet lang na de overval op het Amsterdamse Huis van Bewaring aan de Weteringschans, die op 1 mei gepleegd was door onder meer Guermondprez en Van der Veen – werd Van Heukelom op haar woonadres gearresteerd. In de gevangenis aan de Amstel­veen­se­­weg – waar ze haar tijd clandestien doodde met borduren – kreeg ze bericht dat haar vrienden waren gefusilleerd. In de zomer belandde ze in concentratiekamp Vught, en van daaruit met het laatste transport van 6 september 1944 in het vrouwenkamp Ravensbrück.

Omdat ze vreesde het ‘in die hel’ van Ravensbrück niet te zullen volhouden, meldde Van Heukelom zich voor werk elders. Het betekende dat ze op transport moest langs nog vijf kampen, samen met andere Nederlandse vrouwen, onder wie Mien Elffers en Tineke Wibaut. Het was een tocht van duizenden kilometers, deels in open treinwagons, deels te voet.

In het kamp Reichenbach vervaardigde Van Heukelom een borduursel met kamptaferelen. Om deze lap te kunnen maken, scheurde ze een stuk van haar enige hemd en vroeg ze aan Slavische medegevangenen of ze een draadje uit hun bonte hoofddoeken mocht peuteren. Dat ze zich in dat gruwelbestaan als slavenarbeider één middag per week kon concentreren op vorm en kleur was verrukkelijk, vertelde ze later (Withuis, 1995).

Kamptekeningen

Eind april 1945 keerde Atie van Heukelom terug naar Nederland. Ze ging in de Amsterdamse Jordaan wonen en tekende in de daaropvolgende maanden haar oorlogservaringen – om te beginnen de bevrijding van het kamp in het Duitse Salzwedel op 14 april 1945; ze maakte er een vrolijk schetsje van. Ook de andere tekeningen in haar geïllustreerde verslag van het kampleven vallen op door hun laconieke sfeer. Het verslag werd uitgegeven ('Zeven maanden in Duitsche concentratiekampen', 't Venster 1 (1945), nr. 6, 109-128), zij het dat de mededeling dat de menstruatie in het kamp ophield, werd gecensureerd.

Hoewel haar boekenkast vol stond met werken over de Tweede Wereld­oorlog, meed Van Heukelom kampherdenkingen. Van de door CPN-vrouwen gemonopoliseerde Ravensbrückherdenking moest zij met haar onafhankelijke geest niets hebben. In plaats daarvan vierde het groepje vrouwen dat samen langs de zes kampen was gevoerd de bevrijding vanaf 1946 jaarlijks met een gezamenlijke maaltijd. Ook doordat ze haar kamperva­ringen direct ‘van zich af schreef’, hield ze naar eigen zeggen ‘aan de oorlog niets anders over dan een stel goede vriendinnen’ (Withuis, 1995). Ze zag zich liever getypeerd als ‘tekenares’ dan als ‘verzetsstrijdster’.

Illustratrice

In 1946 was Van Heukelom korte tijd betrokken bij de Amsterdamse vrouwen­partij Praktisch Beleid van feministe Mies Boissevain-van Lennep, die zij kende uit Vught en Ravens­brück. Ze illustreerde in 1948 het feministische standaardwerk Van moeder op dochter en een jaar later de kleine geschiedenis van de vrouwenbeweging In vogelvlucht. In de jaren vijftig was ze illustratrice van het blad Denken en doen van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Ook ontwierp ze kinderpostzegels, illustreerde ze het jeugdblad Kris Kras, maakte ze in 1960 de brochure bij nationale Bevrijdingsdag en tekende ze een reclame-uitgave van meubelontwerper Gispen.

Midden jaren zestig verhuisde Atie Siegenbeek van Heukelom naar een verbouwd snoepwinkeltje in Amerongen. Daar bleef ze tot op hoge leeftijd werken. Atie van Heukelom overleed op 14 februari 2002 thuis, op 88-jarige leeftijd.

Betekenis

Atie van Heukelom was wars van enigerlei verenigingsleven. Zij wilde tekenen en ontwerpen en ging daarin haar eigen weg. Zo vernieuwde ze het traditionele borduurwerk door kruissteekpatronen te ontwerpen van bijvoor­beeld Artis en Amsterdam, die werden verkocht door de Bijenkorf. Van Heukelom maakte twee kinderboeken, waarvan Arabella de Hemelkat in 1967 de Prijs der Kritiek won. Haar werk is geestig, licht en vrijmoedig; haar werk voor kinderen is origineel en anti-autoritair. Daarmee weerspiegelt het de kwikzilverachtige geest van ‘juffrouw Van Heukelom’, zoals zij zichzelf in het dagelijks bestaan noemde om te ontkomen aan de eeuwige vraag ‘Is uw man ook thuis?’.

Naslagwerken

Jacobs; Scheen.

Archivalia

  • Bijzondere Collecties, UvA, Amsterdam: archief Van Heukelom.
  • NIOD, Amsterdam: 250d, Kampen en gevangenissen buiten Nederland, nr. 839; 250g, Vught, nr. 739 en 250k, Concentratiekampen buiten Nederland, Ravensbrück; nr. 569 [op naam van A. Siegenbeek van Heukelom].

Publicaties en werk

  • ‘Zeven maanden in Duitsche concentratiekampen’, 't Venster 1 (1945) nr. 6, 109-128 [met 12 tekeningen. Uitgave van de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse Voorlichtingsdiensten; herdruk in Icodo-Info 12 (1995) nr. 1, 7-37].
  • Brieven aan Bernard (Amsterdam 1964; herdr. 2001).
  • Arabella de Hemelkat (Amsterdam 1965; herdr. 2002).
  • Laat ons niet in de steek (Amsterdam 1978) [handwerkboek].
  • Tineke Wibaut-Guilonard, Zo ben je daar. Kampervaringen (Zwolle 1983) [met kamptekeningen van Atie Siegenbeek van Heukelom].

Ze illustreerde tal van boeken. Borduurwerk en kamptekeningen zijn in bezit van het Rijksmuseum, Amsterdam.

Literatuur

  • Jolande Withuis, ‘Borduren om het kamp te overleven’, Opzij, mei 1995, 16-21 [interview].
  • Jolande Withuis, “‘Hoera! Kleur” Over Atie Siegenbeek van Heukelom (1913-2002)’, NRC Handelsblad, 12-4-2002.
  • Jolande Withuis, Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd (Amsterdam 2005).
  • Mathieu Lommen, In beperkte oplage. Archief Stichting De Roos 1945-2005 – Een keuze (Bussum 2006).

Illustraties

  • Atie Siegenbeek van Heukelom, door onbekende fotograaf, ca. 1948 (coll. J. Siegenbeek van Heukelom). Uit: Na het kamp.
  • ‘We lagen als sardines in een blikje’. Tekening door Atie Siegenbeek van Heukelom, ca. 1944. Uit: Na het kamp.

Auteur: Jolande Withuis

laatst gewijzigd: 01/10/2017