Hopper, Henderika Ellina (1877-1964)

 
English | Nederlands

HOPPER, Henderika Ellina (geb. Assen 24-10-1877 Amsterdam 1-1-1964), actrice. Dochter van Pieter Henricus Hopper (1846-1922), gymnastiekleraar, en Anna Ellina Cazemier (1848-1909). Rika Hopper trouwde (1) op 4-6-1912 in Amsterdam met Djurre de Jong (1882-1957), arts; (2) na echtscheiding (29-6-1921) op 20-10-1926 in Amsterdam met Jacques David Citroen alias Jacques van Hoven (1885-1942), acteur en regisseur (echtscheiding 16-6-1938). Beide huwelijken bleven kinderloos.

Henderika (Rika) Hopper was de dochter van een Amsterdamse gymnastiekleraar met een tijdelijk dienstverband aan de rijks-hbs in Assen. Enkele jaren na haar geboorte verhuisde het gezin wegens een nieuwe aanstelling van de vader terug naar Amsterdam. Mede op advies van Aletta Jacobs, met wie ze bevriend waren, drongen Rika’s ouders erop aan dat hun dochter medicijnen zou gaan studeren. Maar zij weigerde dat; ze ging veel liever naar de toneelschool. Toen ze vier jaar later haar diploma had gehaald, kon ze in 1896 meteen debuteren bij het Hollandsch Tooneelgezelschap van Joseph van Lier, dat voornamelijk het Grand Théâtre in Amsterdam bespeelde, maar ook geregeld in een tent op kermissen optrad. Dagblad De Amsterdammer (13-11-1896) beschreef haar na de eerste première als ‘een actricetje, dat heel veel in haar voordeel en een groote mate van gekunsteldheid in haar nadeel heeft’. Na één seizoen had ze zich echter zodanig bewezen dat ze in 1897 werd geëngageerd door de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel (KVHNT), het belangrijkste Nederlandse toneelgezelschap dat was gevestigd in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daar vierde ze haar eerste triomfen.

Het Rika Hopper Theater

Rika Hopper bleef 22 jaar lang verbonden aan de KVHNT en speelde alle grote rollen in het klassieke en destijds moderne repertoire. Haar favoriete rol de jonge Katuscha in het stuk Opstanding van Tolstoi heeft ze honderden keren gespeeld. Haar leven lang droeg het publiek haar op handen. Toen ze in 1912 trouwde met de arts Djurre de Jong, werd aanvankelijk bekendgemaakt dat Rika Hopper wegens haar huwelijk had besloten te stoppen met acteren. Maar niets bleek minder waar te zijn: ze bleef spelen – wel werd het huwelijk na negen jaar ontbonden.

In 1917 verliet Rika Hopper het KVHNT toen daar onenigheid ontstond over de artistieke koers. Ze verbond zich aan de Tooneelvereeniging, het gezelschap van schrijver Herman Heijermans, waar ze ook haar tweede echtgenoot Jacques van Hoven (pseudoniem voor Jacques Citroen) leerde kennen. Samen stapten ze in 1922 op en begonnen een eigen gezelschap dat de naam van Rika Hopper droeg. Van Hoven acteerde mee, maar was hoofdzakelijk regisseur, organisator en producent. Ze trouwden in 1926 en openden in het daaropvolgende jaar hun eigen Rika Hopper Theater in de Amsterdamse Plantagebuurt. Voor de openingsvoorstelling Het leven grijpt van Knut Hamsun in het drastisch verbouwde theater werd de Rus Peter Scharoff geëngageerd, die zou uitgroeien tot een van de de grootste Tsjechov-regisseurs in Nederland. Hiernaast speelde Rika Hopper mee in enkele films – ze verscheen in de zwijgende films Pro Domo (1918) en L’œuvre immortelle (1924) en had een klein rolletje in de eerste geluidsverfilming van De Jantjes (1934).

Erg voorspoedig gingen de zaken in het Rika Hopper Theater niet. De geregelde toneeljubilea die de naamgeefster en haar tweede man op hun eigen toneel vierden, trokken weliswaar publicitaire aandacht, maar andere voorstellingen niet. Hun eigen gezelschap moest wegens gebrek aan succes al in 1930 worden opgeheven. Daarna verhuurden ze het theater aan andere gezelschappen – vooral als die bereid waren Rika Hopper als gastactrice te engageren. Maar de Plantagebuurt raakte minder in trek als uitgaansbuurt en uiteindelijk werd het Rika Hopper Theater in 1938 failliet verklaard. Ook aan haar huwelijk met Jacques van Hoven kwam dat jaar een eind – hij zou vier jaar later omkomen in Auschwitz.

Tijdens de oorlogsjaren reisde Rika Hopper drie seizoenen lang door het land als eerste actrice bij Willem Goossen’s Volkstooneel, een reizend gezelschap dat vooral applaus oogstte met stukken die in een plattelandsmilieu gesitueerd waren. Na de oorlog vroeg de jonge acteur Guus Hermus haar naar de nieuwe toneelgroep Comedia te komen. Daar speelde Hopper veelzijdig repertoire: van Hemingway via Anouilh tot Tsjechov. In 1947 speelde ze de hoofdrol in een bewerking van Het glazen paleis van Sidney Howard. Na afloop werd zij gehuldigd wegens haar zeventigste verjaardag en haar vijftigjarig toneeljubileum; Hopper werd ook Officier in de Orde van Oranje Nassau. Ook haar 75ste verjaardag werd volop gevierd.

Majesteit op het toneel

In 1954 besloot Rika Hopper, inmiddels 77 jaar oud, afscheid van het toneel te nemen, als keizerin-moeder in het lichtvoetige Anastasia van Marcelle Maurette. Bij die gelegenheid uitte het Algemeen Handelsblad ‘bewondering voor de toewijding aan de kunst van het toneelspel en voor het grote vakmanschap, die Rika Hopper hebben gemaakt tot wat zij thans is: een bejaarde, maar onverzwakte actrice, met een stem als een klok en de allure van een koningin-moeder’. Het feit dat haar laatste première werd bijgewoond door koningin Juliana, bracht de jubilaresse ertoe in haar dankwoord vast te stellen dat dit een heel bijzondere avond was: ‘Met één majesteit in de loge en één op het toneel’ (de Volkskrant, 26-6-2014). Of deze uitspraak van haar grappig bedoeld was, is niet meer te achterhalen. Wel staat vast dat het verhaal in de loop der decennia model is komen te staan voor de status die sommige toneelspelers naar klassieke snit zichzelf hebben toegedicht.

Ook na haar afscheid bleef Rika Hopper in de publiciteit staan. Zo vierde ze haar tachtigste verjaardag in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar haar in toespraken lof werd toegezwaaid en waar ze bovendien de zilveren medaille van de stad Amsterdam in ontvangst mocht nemen. Daarna verschenen in de kranten nog diverse berichtjes over haar 85ste verjaardag, die ze thuis doorbracht in haar woning aan de Henri Polaklaan in Amsterdam.

Eind december 1963 werd Rika Hopper getroffen door een hartaanval die haar fataal werd – ze stierf op nieuwjaarsdag. Haar begrafenis, vanuit de Stadsschouwburg naar de Oosterbegraafplaats, op 6 januari 1964, werd massaal bedacht. Tal van grote en aankomende acteurs bewezen haar de laatste eer. Het defilé hield, naar haar laatste wens, op verschillende punten in de stad stil. Eén daarvan was het vroegere Rika Hopper Theater (inmiddels Desmet), waar extra bloemen op de baar werden gelegd.

Naslagwerken

Coffeng; Honig.

Literatuur

  • Tom Bouws red., Levensbeeld van Rika Hopper (Den Haag 1965).
  • Tuja van den Berg, Inventaris van de archieven van Rika Hopper (1877-1964) N.V. Mij. tot exploitatie van het Rika Hopper Theater 1927-1939, N.V. het Rika Hopper tooneelgezelschap 1927-1943 (Amsterdam 1996).

Illustratie

Rika Hopper als herbergiersdochter in het toneelstuk "Hein Roekoe" van Johan Fabricius, door onbekende fotograaf, 1918 (Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad).

Auteur: Henk van Gelder

laatst gewijzigd: 12/10/2017