Klinken, Geesiena Jacoba van (1921-2013)

 
English | Nederlands

KLINKEN, Geesiena Jacoba van, vooral bekend als Sienie Strikwerda (geb. Musselkanaal 7-11-1921 – gest. Amsterdam 23-6-2013), vredesactiviste. Dochter van Lucas van Klinken (1894-1965), leraar, en Aaltje Hidding (1894-1980). Geesiena van Klinken trouwde op 14-6-1944 in Amsterdam met Petrus Strikwerda (1920-2007), jurist. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 1 dochter geboren.

Sienie van Klinken was de tweede van drie kinderen in een gereformeerd onderwijzersgezin in Zuid-Oost Groningen. In de jaren dertig werd haar vader docent aan de kweekschool in Leeuwarden, waar Sienie haar tienerjaren doorbracht. In mei 1940 haalde ze er haar lo-akte en een akte Engels. Gedurende de oorlogsjaren werkte Sienie als leerling-verpleegster in het Amsterdamse Wilhelminagasthuis. In 1944 trouwde ze met rechtenstudent Pé Strikwerda, die ze uit Leeuwarden kende, en na zes maanden werd hun eerste zoon geboren. In verband met deze voorechtelijke zwangerschap vroeg ze ontslag. Op grond van de oorlogsomstandigheden werd het ontslag aanvankelijk geweigerd, maar na tussenkomst van haar vader kon ze haar baan bij het ziekenhuis opgeven. Na de oorlog kreeg het echtpaar nog twee zoons (in 1946 en 1952) en een dochter (1956). Zolang de kinderen klein waren, deed Sienie Strikwerda het huishouden in hun Amsterdamse bovenwoning terwijl haar man werkte als jurist.

Nieuwe exegese

Sienie Strikwerda was vanaf 1946 actief in de Nederlandse Christen Vrouwenbond (NCV) – ze was achtereenvolgens voorzitster van de afdeling Amsterdam-Zuid en het gewest Noord-Holland. Rond 1965 begon ze een catechetenopleiding in de Nederlandse Hervormde Kerk, waarmee voor haar een nieuwe levensfase van intellectuele vorming en feministische bewustwording aanbrak. In 1969 voltooide ze deze opleiding en een jaar later kreeg ze – na jaren van vrijwilligerswerk – een betaalde baan als lerares godsdienst en maatschappijleer op een Amsterdamse nijverheidsschool en vervolgens op een meisjes-mavo, de Van Loonschool. In 1971 werd ze bovendien landelijk voorzitster van de NCV. Vanuit deze functie werd ze in 1974 benoemd tot lid van de – landelijke – Emancipatiecommissie, voorloper van de Emancipatieraad.

Bij de NCV sneed Strikwerda taboedoorbrekende onderwerpen aan als geboortebeperking, het recht op arbeid voor vrouwen en homoseksualiteit. Over dit laatste onderwerp schreef ze een openhartig artikel waarin ze haar eigen ervaringen met haar oudste zoon verwerkte. Ook was ze, onder meer met Catharina Halkes, actief in de Landelijke Werkgroep Feminisme en Theologie. Geïnspireerd door de bevrijdingstheologie pleitte de werkgroep in 1977 voor ‘een nieuwe exegese en een meer menselijke theologie, die vrouwelijke ervaring niet schuwt en daardoor meer volledig wordt dan de halve theologie die zich ten onrechte uitgeeft voor heel’ (‘Motivatie’, 130). In de NCV kreeg Strikwerda voor haar denkbeelden veel instemming, maar vanuit orthodoxe hoek kwam ook stevige en soms persoonlijke kritiek. Omdat ze een toenemende spanning ervoer tussen haar eigen opvattingen en de manier waarop ze zich als voorzitter van de NCV kon uiten, legde ze in 1976 het voorzitterschap voortijdig neer. Ze maakte zich steeds meer los uit het ARP-milieu waarin ze was opgegroeid.

Vredesdemonstraties

Strikwerda nam in 1979 ontslag als lerares om zich geheel te kunnen wijden aan de werkgroep Vrouwen tegen Kernwapens. Haar vuurdoop beleefde ze datzelfde jaar op 6 december bij een fakkeldemonstratie van circa tienduizend vrouwen in Den Haag: staande op een boerenkar sprak ze de menigte op het Binnenhof toe. De Tweede Kamer besloot die dag tot uitstel van de plaatsing van 48 kruisraketten (atoomwapens voor de middellange afstand). Als vertegenwoordigster van Vrouwen tegen Kernwapens en Vrouwen voor Vrede had ze een belangrijk aandeel in de organisatie van een internationale vrouwenconferentie van de International Women’s Leaugue for Peace and Freedom in Amsterdam in december 1981. In het voorjaar van 1983 werd Strikwerda voorzitster van het door vredesorganisaties en linkse politieke partijen opgerichte Komitee Kruisraketten Nee (KKN), dat na de massale demonstratie tegen de plaatsing van kruisraketten van 1981 in Amsterdam was opgericht om een reprise in Den Haag te organiseren. Mient Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad en PvdA-politicus Maarten van Traa werden secretaris van het KKN.

Strikwerda was in deze jaren bijna fulltime bezig met vergaderingen, conferenties, spreekbeurten, buitenlandse reizen en persactiviteiten voor de vredesbeweging. Zo werd ze een bekende tv-persoonlijkheid. Ze verwoordde het ethisch geladen vredesprotest zonder de politieke realiteit uit het oog te verliezen. Met circa vijfhonderdduizend deelnemers was de Haagse demonstratie van 29 oktober 1983 de grootste in de Nederlandse geschiedenis. Om het CDA/VVD-kabinet verder onder druk te zetten organiseerde het KKN een volkspetitionnement. De 3,75 miljoen handtekeningen werden in 1985 in de Haagse Houtrusthallen overhandigd aan premier Ruud Lubbers. Tijdens deze onrustige manifestatie probeerde Strikwerda als ceremoniemeester te voorkomen dat de joelende demonstranten Lubbers het spreken onmogelijk maakten.

In 1986 legde Strikwerda haar functie als voorzitster van KKN neer. Het politieke klimaat bood geen ruimte meer voor succesvolle vredesacties omdat het kabinet had ingestemd met de plaatsing van kruisraketten. Strikwerda zag nog wel mogelijkheden om het KKN als platform van vredesorganisaties te laten voortbestaan, maar kreeg daarvoor geen steun. Ter gelegenheid van haar afscheid kreeg ze een bundel opstellen aangeboden: Doen we mee of blijven we aan de kant staan? Uiteindelijk zouden de kruisraketten er toch niet komen, want in 1987 sloten Reagan en Gorbatsjov een akkoord dat plaatsing uitsloot.

Strikwerda werd lid van de PvdA en was in de jaren negentig voor die partij lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Binnen de PvdA was ze actief in de Adviesgroep Ouderenbeleid en bij het ministerie van Sociale Zaken zat ze in de Task Force Ouderen en Arbeid. Ze hield zich onder meer bezig met de arbeidsparticipatie van ouderen en de verzorgingsstaat in tijden van vergrijzing. In 2004 stopte ze met deze commissies en werd ze voorzitster van de cliëntenraad van de zorginstelling in Amsterdam-Zuid waar ze samen met haar man een aanleunwoning had betrokken. Ze verloor haar man in 2007. Sienie Strikwerda stierf op 23 juni 2013 in de ouderdom van 91 jaar.

Betekenis

Als religieus bevlogen mens – ‘leraar en wereldverbeteraar’ – was Sienie Strikwerda een van de boegbeelden van de Nederlandse vredesbeweging. Opvallend is haar ambivalente houding tot de politiek. Critici als Mient Jan Faber vroegen zich publiekelijk af of ethisch bevlogen activisten als Strikwerda met wat meer politieke realiteitszin en pragmatisme niet betere resultaten hadden kunnen boeken. Zelf was Strikwerda ervan overtuigd dat ze volgens de regels van de democratische rechtsstaat moest opereren. Toch had ze een moeizame relatie met politici. Ze was bereid om met hen om de tafel te gaan zitten en wist publicitaire middelen effectief te gebruiken om de besluitvorming te beïnvloeden, maar als vrouw voelde ze zich onvoldoende erkend in de politieke arena, ‘een circuit van mannenmacht, machtsvertoon: aanziensmacht’ (‘Epiloog’).

Archivalia

Atria, Amsterdam: documentatiemap ‘Sienie Strikwerda’ [bevat knipsels uit kranten en tijdschriften, o.a. met interviews uit Trouw (30-4-1976 en 1-11-1986) en Opzij (oktober/november 1983 en januari 2004)].

Publicaties

  • ‘Ouder zijn van een homofiel kind’, in: A.J.R. Brussaard e.a., Een mens hoeft niet alleen te blijven. Een evangelische visie op homofilie (2 druk; Baarn 1977) 41-47.
  • ‘Jullie hebben het toch goed bij ons’, in: Catharina J.M. Halkes en Daan Buddingh red., Als vrouwen aan het woord komen. Aspecten van de feministische theologie (Kampen 1978) 111-117.
  • [met Hanna Lam], Leer mij de vrouwen kennen. Werkboek over feminisme en Christendom (Den Haag 1981).
  • ‘Epiloog. Feminisme, machteloosheid, vluchtwegen, macht’, in: Mary Michon red., Doen we mee of blijven we aan de kant staan? Opstellen aangeboden aan Sienie Strikwerda door Hedy d’Ancona e.a. (Baarn 1986) 142-144.

Literatuur

  • Remco van Diepen, Hollanditis. Nederland en het kernwapendebat 1977-1987 (Amsterdam 2004).
  • Beatrice de Graaf, Over de muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging (Amsterdam 2004).

Illustratie

Sienie Strikwerda. Anefo, Rob Bogaerts, 1984 (Nationaal Archief Den Haag).

Auteur: Frans Groot

laatst gewijzigd: 04/05/2017