Koopman, Johanna Bernardina (1910-1979)

 
English | Nederlands

KOOPMAN, Johanna Bernardina (geb. Amsterdam 24-2-1910 – gest. Amsterdam 30-5-1979), actrice, zangeres, cabaretière. Dochter van Johan Koopman (1887-1922) en Anna Maria Petronella Eengelberd (1886-1974). Johanna Koopman trouwde (1) op 20-2-1939  in Amsterdam met Henri Albert van der Kruk (geb. 1913), musicus; (2) op 12-2-1949  in Amsterdam met Jacobus Johannes ter Linden (1913-1982), filmproducent en productieleider. Huwelijk (1), dat op 31-3-1944 eindigde in een scheiding, bleef kinderloos; uit (2) werd 1 dochter geboren.

Johanna Bernardina (Jopie) Koopman werd geboren in de Amsterdamse Pijp (Gerard Doustraat 168, 3 hoog), als oudste van vier kinderen van een katholieke moeder en een lutherse vader. Na haar volgden nog twee jongens en een meisje. Het beroep van haar vader is onbekend, maar duidelijk is dat er binnen de familie connecties waren met het artistieke milieu: de broer van haar vader, Gerhardus Hendricus Koopman, was oprichter en directeur van de Nederlandse Opera. De vader overleed toen Jopie twaalf jaar oud was. Ze doorliep met succes de HBS en studeerde vervolgens zang aan het conservatorium, een opleiding die zij niet afmaakte aangezien zij meer belangstelling had voor theater en revue.

Revue

In de zomer van 1927 deed Koopman ‘stiekem’ auditie bij de Stappers Revue. Ze werd aangenomen en al snel ingezet als stand-in. In de revue Europa lacht weer (1928) speelde Jopie verschillende rolletjes. In 1929 speelde ze vermoedelijk met Louis Davids in de revue Lach en vergeet. Daarna tourde zij van 1930 tot 1933 door Europa met het Berlijnse artiestenechtpaar Eric en Peppy Hollander, waarbij zij een variéténummer bracht met viool en zang. In september 1933 zong ze liedjes in een voorstelling die Louis Davids dagelijks verzorgde bij de Mode Revue op de beurs van de Dameskroniek, een soort huishoudbeurs. Jopie Koopman zong daar zowel tijdens de middag- als de avondvoorstelling haar schlagers ‘op haar best’, aldus Het Vaderland. Gedurende het seizoen van 1933/34 speelde zij verschillende rolletjes in de Cocktail Revue en was ze verbonden aan de revue Dat doet de deur dicht. Dagblad Het Vaderland van 3 februari 1934 beschreef haar als een ‘lieftallige jongedame’ die met ‘een tikje sentimentele liedjes’ voor het voetlicht trad.

Film

Met de komst van de Nederlandse geluidsfilm in 1934 werd Jopie Koopman een veelgevraagd filmactrice. De filmindustrie zocht fotogenieke vrouwen die ook konden zingen, en Jopie voldeed aan die eisen. In twee jaar tijd acteerde ze in zes films. In de film Bleeke Bet (1934), een van de eerste Nederlandse films met geluid en de tweede Jordaanfilm (de eerste was De Jantjes), speelde ze Jans, de mooie dochter van een groentekoopman die door haar moeder dreigt uitgehuwelijkt te worden aan de zoon van een louche zakenman. Ook Fien de la Mar en Corry Vonk speelden in deze film mee. Jopie zong er onder meer het beroemde lied ‘Ik heb witte en rode radijs’, geschreven door Margie Morris. Nog datzelfde jaar volgden de films Malle gevallen en Het Nederlands cabaretalbum. De critici waren enthousiast. Zo schreef Het Vaderland over Malle gevallen: ‘Jopie Koopman (Loeki) die in Bleeke Bet slecht te beoordelen was, komt nu beter uit en het schijnt mij toe, dat zij in de toekomst heel veel goeds zal kunnen bieden’ (29-9-1934). Het Nieuwsblad van het Zuiden schreef: ‘de triomf van “Malle gevallen” is in de voornaamste plaats aan de Nederlandsche jeugd te danken […]. Jopie Koopman accentueert net niet te sterk het burgerlijke element in Loeki. Zij is de enige van wie gevoel wordt gevraagd en ze geeft dit gevoel raak en met mate’ (6-10-1934).

In 1935 speelde Jopie Koopman de rol van Polly Fortuin in Op stap. De film trok veel publiek, maar niet alle recensies waren lovend. Het Vaderland noemde haar ‘de vergissing van onze nationale filmindustrie’ (8-6-1935) . Eveneens in 1935 speelde ze in De big van het regiment, een film die zich afspeelt in een Brabants dorpje gedurende de Eerste Wereldoorlog. Als de mooie maar montere pianolerares, met Heintje Davids en Fien de la Mar als tegenspeelsters, wist ze de show te stelen. Volgens de Nieuwe Tilburgsche Courant deed ‘De fotogenieke Jopie Koopman’ niet onder voor Fien de la Mar. In 1936 volgde de film ’t Was één april, een productie van de Duitse Filmstudio UFA.

Tussen het filmen en het optreden in revues door trad Koopman met haar liedjes op in voorprogramma’s van films in het Capitol Theater in Den Haag. Met de zanger Willy Derby zette ze een paar succesnummers uit De Jantjes (zoals ‘Draaien’ en ‘Omdat ik zoveel van je hou’) op de plaat. Ook trad zij regelmatig op voor de radio, onder andere bij de Bonte dinsdagavondtrein van de AVRO. In 1937 reisde Jopie met een gezelschap naar Londen om een optreden te verzorgen voor de ‘Hollandse Kolonie’ ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Cor Dokter schreef hierover in 1947 een stukje getiteld, ‘Waarom Jopie Koopman niet naar Hollywood ging’: de Britse pers zag haar als een nieuwe Mae West of  Greta Garbo, maar ze had haar uiterlijk niet op orde toen ze door fotografen werd belaagd. Gevolg: er waren ‘afgrijselijke’ foto’s van haar in de Engelse pers verschenen.

Terug naar het toneel

Na 1936 raakte het publiek uitgekeken op de muziekfilms met hun dunne verhaaltjes, en Jopie Koopman keerde noodgedwongen terug naar het theater. In 1939 sloot ze zich aan bij het Theater der Prominenten. Dit gezelschap bestond grotendeels uit joodse artiesten die uit Duitsland waren gevlucht. Jopie Koopman en Wim Sonneveld waren de enige Nederlanders bij de Prominenten. Begin mei 1940, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, ging de revue Lache Bajazzo!!! in première. De critici waren enthousiast: ‘Jopie Koopman brengt in deze revue de chansons van Willy Rosen, en ze doet het op alleraardigste wijze. Ze heeft geen grote, doch een lieve stem en haar talent als filmactrice komt haar bij het tot uitdrukking brengen van een wat weemoedig chanson als “Nimm es nicht so tragisch, Peter”, zeer goed te pas. Vlot en fris was ook haar Russisch liedje “Olga von der Wolga”’ (Het Vaderland, 9-5-1940). Lache Bajazzo was een groot succes en later dat jaar volgden meer revues van de Prominenten.

Op 20 december 1939 trouwde Jopie Huisman met Henri Albert van der Kruk, een musicus van joodse afkomst die in de Tweede Wereldoorlog onderdook. Tijdens zijn onderduikperiode kreeg hij een verhouding met zijn onderduikgeefster (Van Nieuwenhuijzen). Toen Koopman hier achter kwam, kwam het tot een scheiding (31 maart 1944). Zelf bleef ze gedurende de hele oorlog optreden. Zo speelde ze bij het Nederlandsch Operette-gezelschap in Een zoen…meer niet! en Mottige Janus (1941), in De chauffeur van mijn vrouw (1942), bij Het Vereenigd Toneel in Betje regeert en Onder een dak (1943) en in De doofpot (1944). In het  seizoen 1944/45 speelde en zong Jopie in de Snip & Snap Revue Denk aan mij!!!. Pikant detail: haar zwager was Jacques van Tol (in 1936 getrouwd met Jopies zus Jeanne, revuedanseres), de gevierde liedjesschrijver die na de oorlog drie jaar gevangen zat vanwege zijn aandeel in nazi-propaganda. Ook voor Jopie had hij liedjes geschreven. Na de oorlog speelde Koopman nog één maal in een film: Niet tevergeefs (1948), over het Nederlandse verzet tijdens de Duitse bezetting.

Op 12 februari 1946 trouwde Jopie Koopman met Jacobus Johannes (Co) ter Linden, filmproducent en directielid van het City Theater. Vanaf die tijd woonde ze in de Tintorettostraat (nr. 17-I) in Amsterdam. Na de geboorte van haar dochter Mirjam in 1950 was zij nauwelijks meer actief als actrice en zangeres. In 1957 speelde zij nog in Arthur Millers toneelstuk Van de brug af gezien als stand-in voor hoofdrolspeelster Mimi Boesnach, en in november 1959 in het televisieprogramma Hoog is de hemel van de VPRO. Op 30 mei 1979 overleed Jopie Koopman, 69 jaar oud, te Amsterdam. Ze werd begraven op de begraafplaats Buitenveldert.

Reputatie

Jopie Koopman is jarenlang een van de meest populaire artiesten van het Nederlandse variété geweest. Ze was knap en ze kon zingen. Het meest bekend is ze geworden met het liedje ‘Ik heb witte en rode radijs’, dat ze als Bleeke Bet zong. Ze werd vaak verwisseld met haar nicht, Jopie Koopman, Miss Holland 1929. Miss Holland heette voluit Johanna Bernardina Jeanne Koopman en was de dochter van Carel Bernhard Koopman, een broer van Jopies vader. Beide Jopies woonden in hun jonge jaren ook enige tijd op hetzelfde adres: toen Jopies vader Johan Koopman in 1922 overleed, heeft zijn broer met gezin korte tijd bij hen ingewoond. In de tijd van hun successen zorgden de twee Jopies al voor de nodige verwarring – regelmatig werd een foto van Miss Holland geplaatst bij een artikel over de actrice Jopie Koopman. Deze verwarring bestaat nog steeds.

Naslagwerken

Honig.

Literatuur

  • Cor Dokter, Flick Flack. Anecdotes en verhalen uit het Nederlansche variété-leven (Hengelo 1947).
  • Cinema en Theater (1944).
  • Francesca Hart en Marinus Schroevers red., Cinema & Theater, een fascinerende selectie uit de jaargangen 1921-1944 (Laren 1975).
  • Jim van Nieuwenhuijzen, Jopie Koopman, 1910-1979 (z.p. 2009).
  • De genoemde kranten zijn geraadpleegd via www.kranten.kb.nl.
  • www.filminnederland.nl.

Illustratie:

Portretfoto. Foto: Dick van Maarseveen (www.filminnederland.nl).

Auteur: Astrid de Beer

laatst gewijzigd: 15/04/2015