Kralingen, Wilhelmina van (1951-2012)

 
English | Nederlands

KRALINGEN, Wilhelmina van (geb. Nijmegen 1-10-1951 – gest. Amsterdam 9-11-2012), actrice. Dochter van Willem Frederik van Kralingen (1923-2004), leraar, en Johanna Gozina Breimer (1924-2009). Will van Kralingen trouwde (1) in 1980 in Den Haag met Eric Schneider (1934), acteur en regisseur; (2) op 16-11-2007 in Amsterdam met Pim Wallis de Vries (1947), producent. Uit huwelijk (1), dat in 1992 werd ontbonden, werden 2 zoons geboren.

Wilhelmina (Will) van Kralingen was een van de vier dochters in een protestants leraarsgezin. Haar zusters waren Mieke (1950), Hansje (1953) en de latere operazangeres Miranda (1960). Vader Van Kralingen was leraar Frans en conrector, moeder Van Kralingen had op de kweekschool gezeten en was huisvrouw. Omdat de vader nogal eens van baan wisselde, werd er veel verhuisd. Zo groeide Will op in Nijmegen, Oosterbeek, Den Haag, Zetten en Aalten. Als puber in de Achterhoek was Will een buitenbeentje. Ze kleedde zich als Brigitte Bardot en droeg minirokjes, gekleurde netkousen en eyeliner. De creatieve aanleg had ze van haar vader: een autoritaire, maar ook humoristische en intelligente man die jazz speelde op de piano en gedichten schreef.

Liefde voor toneel

Dansen was de passie van Will van Kralingen, maar vanwege haar zwakke enkels zat een carrière als ballerina er niet in. Toen ze op vijftienjarige leeftijd Mary Dresselhuys op het toneel zag, wist ze dat ze actrice wilde worden. Aanvankelijk werkte ze achtereenvolgens bij de Boerenleenbank, als schoonheidsspecialiste, fotomodel en mannequin. Op haar 21ste deed ze toelatingsexamen op de Toneelschool in Maastricht. Daar had ze het zwaar: ‘De docenten hadden zich heilig voorgenomen me tot de grond toe af te breken’ (HP, 9-4-1993). Ze verruilde de toneelschool van Maastricht voor die van Amsterdam, waar ze in 1978 afstudeerde. Een van haar leraren was de zeventien jaar oudere acteur Eric Schneider. Met hem speelde ze in april 1978 in bioscoop De Liefde aan de Da Costakade Wie is er bang voor Virginia Woolf? – hij als George, zij in een bijrol als Honey; vierentwintig jaar later zou ze excelleren in de vrouwelijke hoofdrol Martha.

Will van Kralingen en Eric Schneider trouwden in 1980. Ze woonden in Den Haag en kregen twee zoons: Olivier (1981) – hij werd producent – en Beau (1988), die acteur werd. Van 1978 tot 1987 was Van Kralingen verbonden aan Toneelgroep De Appel. Ze zag artistiek leider Erik Vos als haar leermeester. In zijn gezelschap speelde ze onder meer in Mahagonny van Brecht (1980), Freule Julie van Strindberg (1984), Oom Wanja van Tsjechov (1984), De vrek van Molière (1985), Faust I & II naar Goethe (1985) en Een midzomernachtsdroom van Shakespeare (1986).

Gouden Kalf en Theo d’Or

Will van Kralingen maakte pas op 36-jarige leeftijd haar speelfilmdebuut: in Havinck (1987) van Frans Weisz. Ze won meteen het Gouden Kalf voor beste vrouwelijke hoofdrol. Op de televisie was ze te zien in onder meer Een lieve jongen (1981), Armoede (1982-1983), Het wassende water (1986), De minnaar (1988) en het kostuumdrama Belle van Zuylen (1993). Andere films waren Een scherzo furioso (1990) en de tv-film Storm in mijn hoofd (2000), waarvoor ze haar tweede Gouden Kalf kreeg. Bij een groot publiek werd Will van Kralingen pas echt bekend in 1991 dankzij de tv-serie De zomer van ’45, over twee meisjes die in de Tweede Wereldoorlog verliefd worden op een Canadese soldaat. Een jaar later eindigde haar huwelijk met Eric Schneider. Daarna had ze enige tijd een relatie met de Canadese acteur David Palffy, haar tegenspeler in De zomer van ’45.

Bij het Nationale Toneel speelde Will van Kralingen belangrijke rollen, zoals Elizabeth I in Maria Stuart van Schiller (1991 en 2006) en de solo Else van Schnitzler (1996). In 2007 kreeg ze de Theo d’Or – de prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol – voor haar krachtige vertolking van Elizabeth I in Maria Stuart. Het was haar eerste grote toneelprijs. Ze betreurde het dat haar ouders deze onderscheiding niet mee konden maken; haar vader was overleden en haar moeder leed aan de ziekte van Alzheimer. Vanaf 2007 speelde ze geregeld hoofdinspecteur Ellis Flamand in de politieserie Flikken Maastricht. Maar haar hart ging meer uit naar toneel dan film of televisie. Ze zei ooit: ‘Op het toneel word je niet in beeld gebracht, moet je zèlf zorgen dat de mensen naar je kijken als je bezig bent’ (Het Parool, 28-9-1993).

Een aantal belangrijke rollen speelde Will van Kralingen in vrije producties, zoals bij Hummelinck Stuurman Theaterbureau Scènes uit een huwelijk (1998) naar de tv-serie van Ingmar Bergman en Martha in Wie is er bang voor Virginia Woolf? (2002). Bij Wallis Theaterproducties speelde ze in onder meer Slippers van Alan Ayckbourn (2004) en De goede dood (2008). In 2007 trouwde ze met toneel- en filmproducent Pim Wallis de Vries. Het was de bedoeling dat ze bij hem in 2010 de hoofdrol zou spelen in Een wankel evenwicht van Edward Albee, maar dat jaar werd bij haar borstkanker geconstateerd. Een jaar later zou ze bij Wallis haar regiedebuut maken met de productie Emmi & Leo, maar ook dit project kon ze wegens ziekte niet voltooien. Wel speelde ze in 2011 opnieuw in de filmversie van De goede dood. Het daaropvolgende jaar werd bij haar voor de derde keer borstkanker geconstateerd. Will van Kralingen overleed op 9 november 2012 op 61-jarige leeftijd in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam.

Reputatie

Will van Kralingen was een gedreven vakvrouw. Met haar gracieuze gestalte en melodieuze stem gold ze als ‘de Nederlandse Meryl Streep’ (Utrechts Nieuwsblad, 17-1-1996). Ze excelleerde in het spelen van sterke vrouwen, zoals Koningin Elizabeth in Maria Stuart en Martha in Wie is er bang voor Virginia Woolf? Toch was ze bepaald geen diva. Zelf was ze altijd onzeker en bang voor het publiek: ‘Als tijdens een voorstelling een meneer opstaat om naar de wc te gaan, slaat mij de schrik om het hart: zie je wel, hij vindt me niks en gaat daarom weg’ (De Telegraaf, 10-10-1987). Volgens Van Kralingen had toneelspelen altijd te maken met onaantastbare mysteries: ‘Hoe oud je als toneelspeler ook bent, in dit werk mag je altijd kind blijven. Acteren is toch een beetje spelen in een legale speeltuin’ (Plus Magazine, februari 2000). Buiten haar werk speelde Will van Kralingen nooit een rol en droeg geen masker.Ik geloof in harmonie tussen mensen. Wanneer je goed met elkaar omgaat haal je het beste in elkaar naar boven. […..] Zo ben je beter in staat om je in de ander te verplaatsen’, aldus Van Kralingen in een interview (Happinezz, maart 2007).

Naslagwerken

Honig.

Archivalia

Theater Instituut Nederland, Bijzondere Collecties, Universiteit van Amsterdam: map Will van Kralingen. Diverse krantenknipsels.

Rollen

Zie Theaterencyclopedie (TIN/UvA-BC) [URL http://theaterencyclopedie.nl/wiki/Hoofdpagina; geraadpleegd 2-3-2017].

Literatuur

  • De Telegraaf, 10-10-1987.
  • HP, 9-4-1993.
  • Het Parool, 28-9-1993.
  • Utrechts Nieuwsblad, 17-1-1996.
  • Plus Magazine, februari 2000.
  • Happinezz, maart 2007.

Illustratie

Will van Kralingen, bij een reünie van Gouden Kalveren-winnaars, door onbekende fotograaf, 2005 (particuliere collectie).

Auteur: Anne-Rose Mater-Bantzinger (met dank aan Olivier Schneider en Pim Wallis de Vries).

laatst gewijzigd: 11/12/2017