Dresselhuijs, Marie Johanna (1907-2004)

 
English | Nederlands

DRESSELHUIJS, Marie Johanna, vooral bekend als Mary Dresselhuys (geb. Tiel 22-1-1907 – gest. Amsterdam 19-5-2004), actrice. Dochter van Cornelis Willem Dresselhuys (1877-1944), tabaksfabrikant, en Christina Henriette Tijdeman (1882-1933). Mary Dresselhuys trouwde (1) op 24-12-1929 in Den Haag met Joan Remmelts (1905-1987), acteur; (2) op 24-1-1934 in Amsterdam met Cees Laseur (1899-1960), acteur en theaterdirecteur; (3) op 15-3-1955 in Amsterdam met Adriaan Viruly (1905-1986), piloot en schrijver. Huwelijk (1), op 11-3-1933 ontbonden, bleef kinderloos; uit huwelijk (2), dat op 25-1-1946 werd ontbonden, werden 2 dochters geboren. 

Mary Dresselhuys – in familiekring Merel of Meer genoemd – groeide op in een tamelijk welgesteld gezin in Tiel, als dochter van een tabaksfabrikant. Tijdens logeerpartijen bij haar grootmoeder in Den Haag bezocht Mary geregeld het theater. Zo kwam ze op jonge leeftijd in aanraking met de toneelwereld. Al vroeg besloot ze dat ze actrice wilde worden. Ook op het gymnasium in Tiel cultiveerde zij haar ambitie: ze werd lid van de toneelvereniging Tielsche Gymnasiasten Club, die eens per jaar optrad. Hoewel Dresselhuys haar jeugd later zou omschrijven als ‘vreselijk vrij’ (Dop, 122), probeerde haar vader haar af te brengen van haar voornemen actrice te worden en stuurde haar in 1924 naar een kostschool in Surrey (Engeland).

Dresselhuys was echter vastbesloten en deed – zonder medeweten van haar ouders – begin september 1926 auditie bij de Toneelschool van Amsterdam. Ze werd aangenomen en ging op kamers wonen in de Wouwermanstraat. Tijdens de driejarige toneelopleiding kreeg zij les van bekende acteurs als Albert van Dalsum, Magda Janssens en Else Mauhs. Ook volgde ze spraaklessen. In deze tijd kreeg Dresselhuys een relatie met haar twee jaar oudere klasgenoot Joan Remmelts.

Toneelcarrière

Kort na hun eindexamen (1929) kregen Dresselhuys en Remmelts beiden een betrekking bij het Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad Tooneel, dat onder leiding stond van Cor van der Lugt Melsert en de vaste bespeler was van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Aanvankelijk speelde Dresselhuys figurantenrollen, maar al snel werd haar talent voor komische rollen opgemerkt. Zo debuteerde ze op 17 december 1929 als de tuinmansdochter Magduska in Men trouwt geen meisjes zonder geld, van de Hongaarse toneelschrijver István Zágon. Een week later trad zij in het huwelijk met Joan Remmelts. Naderhand zou Dresselhuys deze verbintenis als ‘kinderhuwelijk’ omschrijven (Dop, 132).

In de jaren die volgden bewees Dresselhuys bij het Hofstad Tooneel dat ze talent had. Vaak viel ze in voor zieke of afwezige collega’s, waardoor ze veel ervaring opdeed. Zij kreeg allengs behoefte aan moeilijker rollen. In september 1931 verruilde ze het gezelschap van Van der Lugt Melsert dan ook voor het Centraal Tooneel aan de Amstelstraat in Amsterdam. Dat groeide onder de kort daarna aangetreden directeur Cees Laseur uit tot een toonaangevend komisch gezelschap. Dresselhuys was er in haar element: zij speelde tientallen rollen in lichtvoetige stukken van auteurs als William Somerset Maugham, Jacques Deval, Marcel Achard, maar ook van Leonard Huizinga en Jan Fabricius. Tussen Laseur en Dresselhuys ontstond in 1932 een affaire, en na haar scheiding van Remmelts trouwde zij in 1934 met hem. Zij zou met Laseur twee dochters krijgen: Merel (1934) en Petra (1939).

In 1935 waagde Dresselhuys, inmiddels een vrij bekende theaterster, een uitstap naar de film. Ze werd gevraagd om naast acteur Cor Ruys de vrouwelijke hoofdrol te spelen in De kribbebijter (1935). Na enkele proefopnames besloot de Duitse regisseur Herman Kosterlitz echter op het laatste moment de rol aan de nog onbekende actrice Dolly Mollinger te geven. Kosterlitz’ afwijzing zat Dresselhuys lang dwars: ‘Ze vonden me te lelijk. Ik was niet te fotograferen. Het heeft jaren in mijn hersens gezeten’ (Hendriks, 18). Dresselhuys nam genoegen met een bijrol, maar meed jarenlang het witte doek. In haar verdere carrière speelde ze slechts in drie andere films: Dorp aan de rivier (1958), Vroeger kon je lachen (1983) en Eline Vere (1991).

Tijdens de bezetting speelde Dresselhuys in een aantal succesvolle cabaretprogramma’s, onder meer met Wim Sonneveld, toen nog een onbekende grootheid. In 1945 besloot ze, vanwege spanningen in haar huwelijk met Laseur, het Centraal Tooneel te verlaten. Nadat zij enkele rollen bij het Residentie Tooneel had gespeeld, kreeg Dresselhuys een engagement bij Comedia (vanaf augustus 1950 Nederlandse Comedie). Haar eerste rol daar was Kitty Brown, een huisvrouw die van haar overspelige echtgenoot scheidt, in Weekend in Californië (1929) van toneelschrijfster Rachel Crothers. Dresselhuys zelf scheidde in januari 1946 van Laseur. In de jaren daarop speelde zij tijdens een aantal buitenlandse tournees, onder meer naar Nederlands-Indië (1947) en Curaçao (1949).

Bekend toneelspeelster

In de loop van de jaren vijftig groeide Dresselhuys uit tot een van Nederlands bekendste comédiennes. Vooral haar tekstbeheersing en feilloze timing maakten indruk. Dresselhuys nam haar werk dan ook uiterst serieus. Ze liet niets aan het toeval over, maar bereidde zich tot in detail voor op iedere rol. Daarbij deinsde zij er niet voor terug veranderingen aan te brengen in toneelteksten: ‘Ik ga zitten en ik peuter hier een beetje aan de tekst en een beetje dáár’, zou ze eens over haar werkwijze gezegd hebben (gecit. Dop, 147). Intussen had Dresselhuys een romance met schrijver en piloot Adriaan (Jons) Viruly. Nadat zij enige tijd met hem had samengewoond, trad zij in maart 1955 met hem in het huwelijk.

In september 1967 verliet Dresselhuys de Nederlandse Comedie, vanwege de concurrentie met collega-actrices Ank van der Moer en Ellen Vogel. Ze ging werken in het commerciële theatercircuit, onder meer voor producenten als John de Crane en Joop van den Ende. Deze periode noemde ze later de mooiste van haar carrière, niet alleen vanwege het hoge honorarium dat ze ontving, maar ook omdat ze nauwelijks concurrentie had: ‘Ik kon zelf tegenspelers uitzoeken. Dat was een geweldige luxe’ (gecit. Vrij Nederland, 29-5-2004). Dresselhuys speelde met acteurs als Guus Hermus, Ko van Dijk en John Kraaykamp en vertolkte rollen in succesrijke producties als Harold & Maude (in 1981), De sprong (in 1984) en Een gelukkige hand (in 1988).

Dresselhuys kreeg vanaf eind jaren vijftig erkenning voor haar acteerprestaties. Zo ontving ze in 1958 de zilveren Bouwmeesterprijs en werd ze in 1960 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1978 volgde de prestigieuze Theo d’Or voor haar rol in de productie Herfst in Riga en in 1982 werd zij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Tien jaar later kende de Vereniging voor Schouwburg- en Concertgebouwdirecties haar de Oeuvreprijs toe. In datzelfde jaar riep Van den Ende een geheel nieuwe theaterprijs in het leven: de tweejaarlijkse Mary Dresselhuys Prijs, in het eerste jaar gewonnen door Dresselhuys zelf.  In 1993 – ze was al in de tachtig – speelde Dresselhuys voor het laatst in een reguliere theaterproductie. Zij vertolkte de rol van Emma in Koningin Moeder (1984) van de Italiaanse toneelschrijver Manlio Santanelli. Negen jaar later overleed Dresselhuys op 97-jarige leeftijd in haar slaap aan een longontsteking.

Reputatie

Mary Dresselhuys was de onbetwiste koningin van de Nederlandse komedie: tijdens haar lange loopbaan vertolkte ze zo’n 150 verschillende, voornamelijk komische rollen. Tot op hoge leeftijd bleef zij spelen, want ‘het theater was haar huis, haar leven’, zoals actrice Ellen Vogel over haar zei (Dop, 27). Na haar dood werd Dresselhuys niet alleen geroemd om haar ‘magnetiserende persoonlijkheid op het toneel’ (de Volkskrant, 21-5-2004), maar ook omschreven als de ‘koningin van de timing, meesteres van de twinkelende oogopslag’ (Groene Amsterdammer, 29-5-2004).

Naslagwerken

Coffeng; In de digitale theaterencyclopedie van het Theater Instituut Nederland een uitgebreide biografie, met repertoirelijst.

Archivalia

Theater Instituut Nederland, Amsterdam: documentatiemap Dresselhuys.

Publicaties

  • Mary Dresselhuys, Jons (Amsterdam 1990).
  • Mary Dresselhuys, Zonder souffleur. De onweerstaanbare toneelmemoires van Mary Dresselhuys (Amsterdam 1997).

Literatuur

Afgezien van diverse necrologieën in dag- en weekbladen:

  • Adriaan Viruly, Mary Dresselhuys (Maastricht 1948).
  • Tonko Dop e.a., Mary Dresselhuys. De grande dame van het Nederlands toneel (Warnsveld 2005).
  • Annemieke Hendriks, De pioniers. Interviews met 14 wegbereiders van de Nederlandse cinema (Amsterdam 2006) 17-21.

Illustratie

Portretfoto, door Eva Besnyö, 1936. Collectie eenlevenlangtheater.nl.

Auteur: Liesbeth Sparks

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 916

laatst gewijzigd: 11/10/2017