Meyer, Josina Wilhelmina Louisa (1896-1991)

 
English | Nederlands

MEYER, Josina Wilhelmina Louisa (geb. Den Haag 16-12-1896 – gest. Den Haag 30-1-1991), essayiste en astrologe. Dochter van Jan Meyer (1860-1946), boekhouder, later adjunct-bankdirecteur, en Anna Magdalena van Putten (1860-1942). Josine Meyer bleef ongehuwd.

Josine Meyer werd in Den Haag geboren als jongste van twee dochters van een atheïstische vader en een orthodox-protestantse moeder – zus Hélène (1891-1974) werd Lennie genoemd. Haar ouders hadden uiteenlopende opvattingen: Josines vader stemde SDAP, terwijl haar diepgelovige moeder sympathiseerde met de Anti-Revolutionaire Partij. Moeder Anna voedde haar kinderen christelijk op, maar liet hen geheel vrij in het geloof. Josine koos er zelf voor de kerk niet meer te bezoeken. Daarentegen werd haar interesse voor de politiek, met name het opkomend socialisme, al in haar jongste levensjaren door haar vader gewekt. Als peuter hoorde Josine over de Transvaalse Boerenoorlog en toespraken van Paul Kruger. Vader Jan las Multatuli voor en op haar tiende las Josine zelf Max Havelaar. Later nam hun vader Lennie en haar mee naar socialistische bijeenkomsten, waar zij kennis maakten met onder anderen Henriëtte Roland Holst.

Dalmeijers Maandblad Universum

Na haar eindexamen gymnasium studeerde Josine Meyer rechten in Leiden, daarmee tegemoetkomend aan het verzoek van haar vader. In haar studietijd werd ze lid van de Sociaal-Democratische Partij van Nederland (later Communistische Partij Holland) en de Bond van revolutionair-socialistische (later ‘communistische’) studenten. In 1922 verhuisden Josine en Lennie Meyer samen naar Amsterdam, waar Josine korte tijd als vrijwilligster ging werken bij het advocatenkantoor van Abel Herzberg. Deze betrekking verruilde ze voor die van enquêtrice bij de tuberculosebestrijding, maar ze zocht meer uitdaging en besloot zich te laten scholen tot Montessori-leidster. Nog tijdens haar opleiding kreeg ze longtuberculose die overging naar haar knie, waardoor ze moest afzien van een loopbaan in het onderwijs. Ze vond een baan als medewerkster bij het populair wetenschappelijke tijdschrift Dalmeijer’s Maandblad Universum. Haar werkzaamheden bestonden uit het vertalen en samenvatten van buitenlandse bijdragen en het schrijven van artikelen over uiteenlopende onderwerpen als het oude Griekenland, psychologie van Jung, en het ‘vrouwenvraagstuk’.

In Amsterdam verkeerden Josine en Lennie Meyer in kringen van intellectuelen en politici. Via Jacques de Kadt was Josine vanaf de oprichting in 1932 betrokken bij de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP). In 1935 verhuisden de zussen Meyer naar Laren, waar ze veel contact hadden met Aegidius Timmerman, een van Josines geliefde gymnasiumdocenten aan wie ze twee essays wijdde. Ze betrokken in 1937 een huis aan de Spotvogellaan in Den Haag om weer dicht bij hun ouders te wonen. Toen de wijk in 1942 tot Sperrgebiet was verklaard vertrokken zij naar Wageningen. De zusters keerden na de bevrijding terug naar Den Haag, waar ze tot aan de dood van Lennie (in 1974) samen een huishouding zouden vormen.

Brieven aan Josine M.

Terug in Den Haag hernieuwden Josine en Lennie Meyer het contact met uitgever Geert van Oorschot, die Josine al kende uit haar tijd bij de OSP. Hij gaf De Baanbreker, Libertinage en Tirade uit, tijdschriften waarin Josine Meyer talrijke essays zou publiceren, met name over politiek-culturele en psychologische onderwerpen. Ook gaf Van Oorschot Josine Meyers psychologische studie Multatuli en Tine (1950) uit.

Via haar schrijfwerk voor Tirade kwam Josine Meyer in 1959 in contact met Gerard Reve, met wie ze een langdurige vriendschap opbouwde. De schrijver en de zussen Meyer wisselden in de periode 1959 tot 1982 veel brieven uit. In 1981 bracht Reve een uitvoerige selectie van zijn aandeel in deze correspondentie uit onder de titel Brieven aan Josine M. 1959-1975. In 1994 verscheen een vermeerderde herdruk met daarin ook brieven tot 1981. Naast dagelijkse ervaringen en anekdotes over het schrijverschap passeerden filosofie, seksualiteit en geloof de revue. In de correspondentie toont Josine Meyer haar vaardigheid als astrologe. De astrologie had al vanaf de jaren twintig haar belangstelling en ze had zich toegelegd op het astrologische systeem van Theo J.J. Ram. Reve raadpleegde haar regelmatig over relationele kwesties en gunstige tijdstippen voor zijn (schrijf-)werkzaamheden.

Vanaf de oprichting in 1946 was Josine Meijer lid van de Partij van de Arbeid. Het vrouwenclubje van de partij vergaderde in de beginjaren bij haar thuis. Ze bleef tot op hoge leeftijd politiek geïnteresseerd. Net als haar goede vriend Jacques de Kadt plaatste zij later in haar leven steeds meer kanttekeningen bij de nivelleringsdrang binnen het socialisme. Ze nuanceerde de idealen van een utopische samenleving waarin gelijkheid synoniem was aan vrijheid – ze zag meer heil in een gekozen elite die in staat zou zijn om visie in beleid te vertalen.

Josine Meyer correspondeerde tot vlak voor haar dood met vrienden in binnen- en buitenland. Velen voorzag ze van astrologisch advies en ze bezocht regelmatig bijeenkomsten, waaronder die van de Vestdijkkring in Scheveningen. Met een analyse van Vestdijks horoscoopduiding van Gustav Mahler droeg ze bij aan de Vestdijk-publicatie van Hans Visser (1989). Enkele maanden voor haar dood verscheen bij Van Oorschot haar essaybundel Oude vrienden en een veranderende wereld, met achttien bijdragen over door haar bewonderde schrijvers en politici – onder wie haar vrienden Reve, Timmerman en De Kadt, maar ook Freud, Nietzsche Hannah Arendt en Lou Salomé. Josine Meyer stierf op 30 januari 1991. Ze werd 94 jaar.

Archivalia

Gemeentearchief Den Haag: geboorteregister.

Publicaties

  • Multatuli en Tine (Amsterdam 1950).
  • Inleiding tot het denken van Friedrich Nietzsche (Assen 1953).
  • Oude vrienden en een veranderende wereld. Een keuze uit eigen werk (Amsterdam 1990).
  • ‘Vestdijk en de astrologie’, in: Hans Visser red., Brieven rond de Vestdijk-biografie (Amsterdam 1989) 209-216.
  • Diverse essays in: De Baanbreker, Libertinage (1948-1953) en Tirade.

Literatuur

  • Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1982 (Amsterdam 1994).
  • Sterrentijd (Uitgave Stichting Amsterdamse Salon voor het openbaarmaken en uitwisselen van horoscoopgegevens) 1-9-1990, 1-3-1991 en 1-6-1992.
  • Bart Tromp, ‘Obiter dicta. Bij de dood van Josine Meyer’, Maatstaf 39 (1991) 108-109.
  • Hanneke Eggels, ‘Josine W.L. Meyer en een forum van vrienden’, Literatuur 8 (1991) 66-69.
  • Willem Otterspeer, ‘Auteur Josine Meyer (94) overleden’, NRC 30-1-1991.
  • Hanneke Eggels, ‘Een literair onbehagen. De muze weigert model te staan’, Hollands Maandblad (2002) 650-661.

    Hendrik en Willem van Albada, ‘De Voorspelling’, De Gids 170 (2007) 129.

Illustratie

Josine Meyer met Gerard Reve en Geert van Oorschot, door onbekende fotograaf, ongedateerd (uit: Reve).

Auteurs: Eline Weterings en Jeanine Landheer

laatst gewijzigd: 16/08/2017