Schalk, Henriette Goverdine Anna van der (1869-1952)

SCHALK, Henriette Goverdine Anna van der, vooral bekend als Henriette Roland Holst (geb. Noordwijk 24-12-1869 – gest. Amsterdam 21-11-1952), dichteres, socialist. Dochter van Theodoor Willem van der Schalk (1841-1892), notaris, en Anna Ida van der Hoeven (1845-1914). Henriette van der Schalk trouwde op 16-1-1896 in Hilversum met Richard Nicolaus Roland Holst (1868-1938), beeldend kunstenaar. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Jetje heette ze als kind. Ze groeide op in de monumentale villa Lindenhof in Noordwijk, samen met haar één jaar oudere broer Will en zeven jaar jongere zusje Marietje. Haar vader was een conservatief-liberale notaris en het milieu was chic. Zo kregen de kinderen les van een huisonderwijzer en gouvernantes. Op haar veertiende ging Jetje voor het eerst naar school: het internaat Oosterwolde in Velp (Gld.) voor adellijke en patricische dochters. Ondanks een zenuwinzinking waarvoor ze werd opgenomen in het ziekenhuis, voltooide ze deze opleiding. Daarna werd haar opvoeding afgerond in Luik met theaterbezoek, pianoles en taalstudies. Ook verdiepte ze haar religieuze kennis om te worden aangenomen als lid van de Remonstrantse Broederschap.

Dichteres en socialiste

Terug in Noordwijk mocht Henriette nergens ongechaperonneerd heen, zelfs niet naar dichter Albert Verwey, voorman van de Beweging van Tachtig, die na zijn huwelijk met Henriettes jeugdvriendin Kitty van Vloten vlakbij was komen wonen. Haar eerste bezoeken aan hem waren illegaal: papa mocht niet weten dat hij haar gedichten las en als haar mentor optrad.

In 1892 – Henriette was 22 jaar – overkwam het gezin Van der Schalk een groot ongeluk: een rijtuig met haar vader en zus erin kwam in het Leidse Galgewater terecht en de inzittenden verdronken. Voor Henriette maakte dit ongeluk de weg vrij zich te manifesteren als dichteres: haar moeder ging kuren en zij had eindelijk de vrijheid om te doen wat ze wilde. Zo ontving ze de dichter Herman Gorter op haar kamer en verloofde ze zich binnen een jaar met de Amsterdamse kunstschilder Rik Roland Holst. In de zomer van 1893 debuteerde ze met zes sonnetten in De Nieuwe Gids, waarvoor Willem Kloos haar roemde als ‘de grootste dichter, die op ’t oogenblik leeft’.

Tot de gasten op de bruiloft (1896) van Rik Holst en Henriette van der Schalk behoorden talrijke kunstenaars uit de kring van De Nieuwe Gids, waarbinnen zich een scheiding der geesten voltrok. Henriette en Rik, woonachtig op landgoed Schoonoord in ’s-Graveland en later in Laren, kozen onder invloed van de Britse socialistische ontwerper William Morris voor een op de Middeleeuwen georiënteerde gemeenschapskunst die ze zelf in de praktijk brachten. Zo was Rik de vormgever van Henriettes naar Middeleeuwse snit uitgegeven debuutbundel Sonnetten en verzen in terzinen geschreven (1896) en maakten ze gezamenlijk het boek Dante Gabriel Rossetti als dichter en schilder (1828- 1882).

Na lezing van Das Kapital van Karl Marx werd Henriette Roland Holst, zoals ze zich na haar huwelijk noemde, samen met haar echtgenoot en Gorter lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Voor Henriette was dit het begin van een levenslang politiek activisme. Een van haar eerste bijdragen aan de arbeidersbeweging was haar vertaling uit het Frans van het strijdlied ‘De Internationale’. Ze was een veelgevraagd spreekster, zat in de redactie van het wetenschappelijk tijdschrift De Nieuwe Tijd en bezocht in 1900 het congres van de Internationale in Parijs, waar ze vriendschap sloot met haar Duitse partijgenote en inspiratiebron Rosa Luxemburg.

Evenmin als Luxemburg profileerde Roland Holst zich als feministe. Beiden stonden op het marxistische standpunt dat de klassenstrijd prioriteit had. Uit haar poëzie blijkt echter hoezeer ze worstelde met haar vrouwelijkheid. Ze schreef ontroerende gedichten over haar onvervulde kinderwens en onvolkomen huwelijk. In 1907 begon haar echtgenoot een buitenechtelijke relatie met de zangeres Ina Santhagens die zijn leven lang zou duren en op den duur uitgroeide tot een harmonieuze driehoeksrelatie waar Henriette deel van uitmaakte. In haar poëzie heeft ze hier veelvuldig op gezinspeeld. De tientallen dichtbundels, toneelstukken en biografieën die ze in een niet aflatende stroom publiceerde, zijn een afspiegeling van haar geestelijke ontwikkeling, zowel persoonlijk als politiek.

Haar naam als marxistisch theoretica vestigde Roland Holst in 1902 met Kapitaal en Arbeid, een historisch materialistische analyse van het negentiende-eeuwse Nederland. Bij de toekenning van haar eredoctoraat in 1947 door de Amsterdamse universiteit kwalificeerde de hoogleraar Jan Romein dit boek als ‘een meesterwerk’.

Revolutionair

Binnen de SDAP behoorde Roland Holst tot de dissidenten die voor de marxistische revolutionaire lijn kozen, tegen het revisionisme en reformisme van Pieter Jelles Troelstra. Tijdens het ‘Deventer Congres’ (1909) werd deze radicale vleugel, gegroepeerd rond het weekblad De Tribune, geroyeerd. Gorter sloot zich aan bij de nieuw opgerichte SDP (Sociaal Democratische Partij) onder leiding van David Wijnkoop. Henriette kon niet kiezen, voerde nog twee jaar een traumatiserende oppositie in de SDAP en trok zich daarna, psychisch gebroken, terug. Ze luchtte haar verscheurde gemoed in de aangrijpende dichtbundel De vrouw in het woud (1912), die haar wegens haar politieke ‘dwalingen’ de bijnaam ‘Woudloopster’ opleverde.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte Roland Holst het Revolutionair Socialistisch Verbond (RSV) op, waarmee ze antimilitaristische acties voerde en opkwam voor dienstweigeraars. Als enige Nederlandse afgevaardigde was zij in 1915 aanwezig op de internationale conferentie in het Zwitserse Zimmerwald, waar ze samen met Trotski en Lenin de basis legde voor de Derde Internationale (Comintern). Toen in 1917 de Russische Revolutie uitbrak, had Roland Holst haar RSV al laten opgaan in de SDP, die werd omgedoopt tot CPH (Communistische Partij Holland). Na de wapenstilstand op 11 november 1918 deed ze net als Troelstra een revolutiepoging. Een door haar geleide massademonstratie langs Amsterdamse kazernes werd beschoten, waarbij vier doden vielen. Juist in deze bloedige episode schreef ze haar beroemdste dichtregel ‘De zachte krachten zullen zeker winnen/ in ’t eind’.

Tot 1927 bleef Henriette Roland Holst met tussenpozen lid van de CPH, tot ongenoegen van haar veel gematigder echtgenoot. Een groot deel van het jaar vertoefde ze samen met hem op haar Brabantse familielandgoed De Buissche Hei, dat ze in 1914 van haar moeder had geërfd. Daar ontvingen ze artistieke en intellectuele vrienden zoals de historicus Johan Huizinga en hun neef, de dichter Adriaan Roland Holst, die haar vergeefs probeerden te weerhouden van riskante politieke activiteiten als een illegale reis naar Moskou (1921). In 1927 brak ze met de CPH uit onvrede met de politiek van Stalin, maar ook omdat ze zich aangetrokken voelde tot het religieus socialisme, zoals beleden door de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers.

Tante Jet

Nadien is ‘tante Jet’, zoals Henriette Roland Holst inmiddels alom heette, geen lid meer geweest van een politieke partij, maar van des te meer actiecomités en tijdschriftredacties. In de jaren dertig voerde ze campagne voor mensenrechten, tegen kolonialisme en nationaal-socialisme. Op 31 december 1938 stierf Rik Roland Holst, zeventig jaar oud, aan een hartstilstand. Het huwelijk was in de voorgaande jaren bijzonder slecht geweest: Rik verbood Henriette zich politiek te manifesteren en verklaarde tegenover de buitenwereld dat zij stervende was. Na zijn dood leefde ze op, zoals blijkt uit een reeks van nieuwe publicaties en publieke optredens. Ook tijdens de  Duitse bezetting bleef zij actief. Ze leverde bijdragen aan illegale verzetsbladen en op de Buissche Hei bood ze plaats aan joodse onderduikers. Ze schaarde zich aan de kant van de Repoebliek Indonesia en ageerde op hoge leeftijd voor uitpuilende zalen tegen de ‘politionele acties’.

Henriette Roland Holst stierf op 21 november 1952 in een rusthuis aan de Amsterdamse van Eeghenstraat, 82 jaar oud.

Bij haar dood werd Henriette Roland Holst in brede kring vereerd als Nederlands grootste dichteres en als nationaal politiek geweten. Ze stierf zonder een cent. Haar kapitaal had ze na de dood van Rik geschonken aan de Woodbrookers, haar landgoed in 1945 aan Natuurmonumenten. Daar, op de Buissche Hei, leeft zij voort in tentoonstellingen en een gedichtenwandeling. Er is een literaire prijs naar haar genoemd, en talrijke studies zijn gewijd aan zowel haar literaire als politieke werk en het intrigerende verband daartussen.

Naslagwerken

Aletta; Van Bork/Verkruijsse; BWN; BWSA; Ter Laan.

Archivalia

Zie Etty, Liefde is heel het leven niet, 717-718 (‘Geraadpleegde archieven’).

Publicaties

Onder de naam Henriette Roland Holst-van der Schalk:

  • Sonnetten en verzen in terzinen geschreven (Amsterdam 1896).
  • Kapitaal en arbeid in Nederland. Bijdrage tot de economische geschiedenis der 19 eeuw (Amsterdam 1902).
  • De nieuwe geboort (Amsterdam 1902).
  • De opstandelingen. Lyrisch treurspel in 3 bedrijven (Amsterdam 1910).
  • De vrouw in het woud (Rotterdam 1912).
  • Uit Sowjet-Rusland. Beelden en beschouwingen (Rotterdam 1921).
  • Communisme en moraal (Arnhem 1925).
  • Tolstoj (Rotterdam 1930).
  • Rosa Luxemburg. Haar leven en werken (Rotterdam 1935).
  • Gandhi, strijder voor waarachtigheid en vrede (Amsterdam 1947).
  • Het vuur brandde voort. Levensherinneringen (Amsterdam 1947).

Voor een volledige bibliografie zie Etty, Liefde is heel het leven niet, 720-722.

Literatuur

  • K.F. Proost, Henriette Roland Holst in haar strijd om gemeenschap (Arnhem 1937).
  • J.P. van Praag, Henriette Roland Holst. Wezen en werk (Amsterdam 1946).
  • Elsbeth Etty, Liefde is heel het leven niet. Henriette Roland Holst 1869-1952 (Amsterdam 1996).
  • Elsbeth Etty e.a., Henriette & Richard Roland Holst. Het boek van de Buissche Heide (Zundert 2012).

Illustratie

Portretfoto, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam).

Auteur: Elsbeth Etty

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 818

laatst gewijzigd: 13/01/2014