Montel, Louise Henriëtte van de (1926-1993)

 
English | Nederlands

MONTEL, Louise Henriëtte van de (geb. Amsterdam 2-2-1926 – gest. Leiden 28-10-1993), zangeres, actief in het verzet. Dochter van Jacobus Christiaan van de Montel (1903-1967), dassenmaker, en Hendrika Boeken (1905-1944). Louise van de Montel trouwde op 10-8-1949 in Amsterdam met Coenraad Tamme Affolter (1925-1999), horecaondernemer. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 2 zoons geboren.

Louise van de Montel was de oudste van twee dochters van een Surinaamse vader en een Nederlands-Joodse moeder. Haar vader was zeeman, maar vestigde zich begin jaren twintig in Amsterdam, waar hij op de zolder van zijn woning in de Ruysstraat 60-3 een stropdassenatelier begon. Louise had naar eigen zeggen een fijne jeugd. Na de lagere school ging ze werken als verkoopster bij warenhuis Hirsch. Muziek speelde al vroeg een belangrijke rol in haar leven: ze zong veel thuis, zat op dansles en droomde ervan filmster te worden.

De nachtegaal van Vught

Begin 1942 werd Louise van de Montel vanwege haar ‘half Joodse’ achtergrond ontslagen bij Hirsch. Ze ging in haar vaders atelier werken. Deze verzette zich actief tegen de Duitse bezetter en bood thuis onderdak aan Joodse Nederlanders, maar werd op 8 maart 1943 verraden en gearresteerd. Op 12 juli van dat jaar werden ook Louise, haar moeder, zusje en een ondergedoken nichtje van tweeëneenhalf opgepakt. Om haar nichtje voor transport te behoeden, gaf de zeventienjarige Louise zich uit voor haar moeder. Ze vloog haar SD-verhoorder aan toen deze haar moeder bedreigde met transport naar Auschwitz. Haar zus en nichtje werden vrijgelaten, maar Louise en haar moeder werden naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg gebracht. Voor haar medegevangenen zong zij het Ave Maria en het Nonnenkoor.

Op 2 augustus 1943 kwam Louise van de Montel als politiek gevangene aan in kamp Vught, waar ook haar ouders terechtkwamen. Ze maakte onder andere knijpkatten bij het Philipskommando. Haar mooie stem bezorgde haar in Vught de bijnaam de Vughtse nachtegaal. Medegevangene Wim Vlijm herinnerde zich vooral haar uitvoeringen van Ave Maria als ‘een stukje “hemel” in een zee van ellende, verdrukking en onrecht’ (Vlijm, 146-147). Het gruwelijke Bunkerdrama maakte Van de Montel aan den lijve mee: als strafmaatregel waren 74 vrouwen in de nacht van 15 op 16 januari 1944 opgesloten in een cel van negen vierkante meter – tien vrouwen overleefden de nacht niet. Op 11 augustus 1944 werd Van de Montel naar Westerbork getransporteerd, waarvandaan ze op 13 september naar Bergen-Belsen moest. Vervolgens werd ze op 16 december als politiek gevangene naar het vrouwenkamp Ravensbrück gedeporteerd. Op 24 april 1945 kwam voor Van de Montel de bevrijding door het Zweedse Rode Kruis, tijdens de zogenaamde graaf Bernadotte-actie. Via Göteborg arriveerde ze eind augustus in Nederland.

Zangcarrière

Louise van de Montel keerde verslagen terug naar Amsterdam, net als haar ernstig verzwakte vader. Haar moeder was in Auschwitz vermoord. Per toeval kwam zij in 1947 in het Sarphatipark Coen Affolter tegen, die ze in het washok in kamp Vught had leren kennen. In 1949 trouwden ze. Tussen 1950 en 1957 werden twee dochters en twee zoons geboren. Van de Montel voelde zich Joods, maar voedde haar kinderen niet religieus op. Met hulp van haar vader en haar man wist ze haar ervaringen grotendeels te verwerken. Haar zangcarrière nam een vlucht toen iemand haar kort na de oorlog hoorde zingen tijdens een herdenking. Louise van de Montel, bekend als de Nederlandse Deanna Durbin, werkte onder meer samen met Toon Hermans, Wim Sonneveld en Gerard Walden. Er verschenen diverse plaatopnamen, waaronder het Ave Maria. Als zangeres trad ze op in het Concertgebouw en voor radio en tv, zoals in 1968 in het praatprogramma Mies en scène. Na 1969 trad Van de Montel alleen nog op bij herdenkingen en was ze werkzaam als gastvrouw en zangeres in de horecagelegenheden van haar man, zoals in de Bamboobar en het theaterrestaurant Iboya.

Het contact met haar kampvriendinnen was voor Louise van de Montel uiterst belangrijk. Ze was lid van Expogé en vanaf het begin aanwezig bij oorlogsherdenkingen. Begin jaren tachtig kreeg Van de Montel het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Het clubje kampvriendinnen kwam vanaf 1985 iedere zes weken bijeen in het Nieuwe Kafé in Amsterdam. Bij het politieke Comité Vrouwen van Ravensbrück voelde zij zich minder thuis. In 1990 opperde Van de Montel het idee om een Vriendenkring Nationaal Monument Kamp Vught op te richten. De aanleiding was het entreegeld dat iedereen, ook oud-gevangenen, zou moeten gaan betalen om het kamp te mogen bezoeken. Bovenal kon de Vriendenkring steun bieden bij de verdere ontwikkeling van het Monument, dat in de ogen van Van de Montel te abstract was. Zij was voorzitster van de stichting tot haar plotselinge dood tijdens een hartoperatie. Op 28 oktober 1993 overleed Louise van de Montel, op de leeftijd van 67 jaar.

Vijftig fantastische jaren

In 2008 speelde de dochter van Louise van de Montel, Heddy Lester, samen met haar broer Frank Affolter en collega-actrice Myra de Jong een theatervoorstelling over hun positief ingestelde ouders. De titel – Tienduizend zakdoeken – refereerde aan de tienduizend zakdoeken die haar vader eens kocht, een voor iedere traan op de wereld. Tienduizend was ook het aantal gevangenen voor wie Van de Montel in kamp Vught had gezongen. Oud-kampvriendin Hetty Voûte vertelde op Van de Montels begrafenis hoe uiterlijk opgewekt Louise altijd was, iemand met een ‘bijzondere uitstraling’, ‘lief’, maar ook een ‘standvastige, krachtige persoonlijkheid’ (Vriendenbrieven Stichting Vriendenkring Nationaal Monument Kamp Vught). Tegelijkertijd was Van de Montel getekend door de oorlog. Over haar oorlogsverleden sprak zij weinig. Toch was ze nooit haatdragend, aldus haar kinderen. Vlak na de oorlog trad ze op in Duitsland. Een dag voor haar overlijden zei ze: ‘Ik heb vijftig fantastische jaren gehad’ (interview, 22-9-2015).

Archivalia

  • NMKV, Vught: archief Vriendenkring, vriendenbrieven [‘2 november 1993. Afscheid van Louise door Hetty Voûte’, bijlage bij de eindejaarsbrief van de Vriendenkring, 26-12-1993]; interview Louise Affolter-van de Montel door Jeroen van den Eijnde, 1991.
  • NIOD, Amsterdam: Knipselarchief, KB I, inv. nr. 43 [krantenartikelen over Louise de Montel].

Werk

‘Ave Maria’, ‘Nonnenkoor’, Tonysound, TD 4468, ongedateerd [URL: http://www.wo2-muziek.nl/nl/Toelichtingen/67.html; geraadpleegd 28-10-2015].

Literatuur

  • ‘Louise Affolter: na 25 jaar terug naar Vught. Er is al genoeg over geschreven’, de Volkskrant, 30-9-1967.
  • ‘Kluchten op de beide kanalen’, Nieuwsblad van het Noorden, 25-5-1968.
  • ‘Louise van de Montel: filmportret’, Anne Frankstichting, 1993.
  • Andreas Pflock, ‘“…der Zukunft optimistisch entgegensehen”. Louise van de Montel’, in: Renate Deuter, Martina Jung en Martina Scheitenberg red., Frauen in Konzentrationslagern: Bergen-Belsen; Ravensbrück (Bremen 1994) 313-320.
  • Wim Vlijm, In Vredesnaam. Herinneringen (Ermelo 1995).
  • Jolande Withuis, Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd (Amsterdam 2005).
  • Vriendenkring Nationaal Monument Vught 1990-2007 (Vught 2007).
  • Henk van Gelder, ‘Heddy Lester over Tienduizend zakdoeken’, NRC Handelsblad, 14-4-2008.

Illustratie

Louise van de Montel, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Beeldbank WO2 - Nationaal Monument Kamp Vught).

Auteur: Eva Moraal (met dank aan Frank Affolter, Heddy Lester en Marianne Burgers-van Dam)

laatst gewijzigd: 05/07/2016