Oordt, Marie Elisabeth van (1897-1974)

 
English | Nederlands

OORDT, Marie Elisabeth van (geb. Soerabaja, Nederlands-Indië 23-10-1897 – gest. Kuala Lumpur, Maleisië 13-3-1974), befaamd prostituee en oplichtster. Dochter van Cecile Elisabeth Marie van Oordt (1873-?), vader onbekend. Marie van Oordt trouwde (1) op 30-9- 1915 in Soerabaja met Christiaan Marie Krop (1893-1974), kapper; (2) na echtscheiding (uitgesproken 27-2-1925) op ?-1-1935 in Singapore met J. Simpson (?-ca.1938), waarschijnlijk planter. Uit huwelijk (1) werd 1 zoon geboren; huwelijk (2) bleef kinderloos.

De jeugd van Marietje van Oordt speelde zich af aan de zelfkant van de Indische samenleving. Haar moeder was het buitenechtelijke kind van een procuratiehouder en een weduwe, als tiener door de familie verstoten en in de kampong beland. De vader van Marietje is onbekend – een Indo-Europeaan of wellicht Indonesiër. Omdat de moeder haar kind niet kon of wilde verzorgen, stond zij het af aan de zusters Ursulinen in Soerabaja. Marietje beweerde later dat ze te vondeling was gelegd. Na enige tijd werd Marietje geadopteerd door het echtpaar Bronsgeest, dat haar verzorgde en naar school liet gaan. Zij stierven toen ze twaalf jaar was, en Marietje verbleef hierna korte tijd bij het Leger des Heils in Soerabaja. Op haar veertiende jaar liep ze weg en raakte verzeild in een wereld van prostitutie en oplichting.

Prostitutie en oplichting

Vanaf 1914 was Marietje van Oordt een bekende verschijning in de Indische kranten. Met grote regelmaat schreef de pers over haar: een dame met charme, elegantie en allure, nu eens hier dan weer daar opduikend onder steeds weer een andere naam, die met haar oplichtingspraktijken talrijke slachtoffers maakte onder vooral winkeliers en hotelhouders. Haar werkwijze kwam erop neer dat ze zich onder valse naam voordeed als een telg uit familie van aanzien, een man aan de haak sloeg door wie ze zich liet fêteren, vervolgens onder valse naam inkopen op rekening deed en ten slotte verdween.

Korte tijd leefde Marietje van Oordt als getrouwde vrouw. In 1915 trad ze in het huwelijk met de coiffeur Christiaan Krop en beviel ze van een zoon, Chris. Het huwelijk ontspoorde al snel en zoon Chris groeide op in een weeshuis. Marietje zelf viel terug in haar oude leefpatroon, waarbij ze zich soms Elly Bronsgeest noemde. Door de creatieve manier waarop ze haar slachtoffers maakte, werd zij in de pers omschreven als een ‘mirakel van kunstvaardigheid’. Begin april 1917 werd zij aangehouden wegens oplichting. Op de rechtszitting kwamen drommen mensen af om een glimp op te vangen van de veelbesproken vrouw. Zij ging voor twee jaar achter de tralies.

Na haar vrijlating bezocht Van Oordt onder andere de familie Du Perron in Bandoeng. Van dat bezoek doet zoon Eddy verslag in zijn Het land van herkomst (1935). Zich voorstellend als de echtgenote van een prominente zakenman vroeg Marietje aan Du Perron senior haar zijn (leegstaande) huis in Batavia te verhuren. Deze stemde daarmee in om er later achter te komen dat hij was opgelicht. Marietje werd opnieuw gearresteerd en veroordeeld. In een brief aan een vriend vertelt Eddy over die rechtszaak ‘tegen een bizonder sympathieke (en beroemde) oplichtster’. Dit oordeel komt overeen met dat van hen die haar kenden: zij vonden haar een beschaafde, intelligente en aardige vrouw, het tegendeel van een meisje ‘van de vlakte’.

In 1928 zat Marietje in voorarrest in de gevangenis in Batavia. Zij werd er geïnterviewd door een journalist van de Java-Bode. In het stuk ‘Een raadselachtige vrouw’ zei ze onder meer: ‘Ik ben geen slechte vrouw, doch de wereld heeft mij zo gemaakt (…) men heeft mij vertrapt’ (gecit. bij Termorshuizen, 2013, 73). Het zorgde voor ophef omdat een sociale misstand werd blootgelegd. De befaamde evangelist Johannes van der Steur, die samen met zijn zus Marie in Magelang (Midden-Java) een tehuis voor wezen en verwaarloosde Indo-Europese kinderen bestuurde, reageerde erop: ‘Marietje en haars gelijken doen een weeklacht vol verwijt horen tegen de maatschappij en die weeklacht luidt: “Niemand zorgde voor mijn ziel.”’

Na 1930

Halverwege 1930 verdween Marietje van Oordt uit het nieuws. Begin jaren dertig werkte ze in het bekende Hotel de Boer in Medan (Sumatra), wellicht als madam van de prostituees die dat hotel frequenteerden. Daar zal zij de Engelsman J. Simpson hebben ontmoet, met wie zij in 1935 trouwde. Na diens dood (rond 1938) begon zij in Batavia een verhouding met de Javaan Raden Flip Soedargo, die werkzaam was bij het postwezen. Met hem adopteerde ze een jongetje: Robbie. Ze kwamen in Makassar (Celebes) te wonen en maakten daar de Japanse bezetting mee. Omdat Van Oordt eten en nieuwsberichten de kampen binnensmokkelde, werd zij gevangengezet en zwaar mishandeld. Zij overleefde ternauwernood.

Na de oorlog gingen Van Oordt en Soedargo uit elkaar – Robbie bleef bij Soedargo en Van Oordt ging naar Soerabaja. Om met het verleden te breken gebruikte ze haar tweede voornaam en liet ze zich ‘Ellen’ noemen. In deze tijd had ze regelmatig contact met haar eveneens daar wonende zoon en zijn gezin. Spanningen vanwege haar ook in die periode gecontinueerde verleidingskunsten bleven niet uit. In 1950 vertrok Chris met de zijnen naar Nederland.

Door de in de jaren vijftig hoogoplopende politieke spanningen tussen Nederland en Indonesië, week Van Oordt in 1957 uit naar Singapore, waar ze wellicht in een ziekenhuis werkte. Als mrs. Ellen Simpson werd zij opgenomen in de Engelse gemeenschap. Begin jaren zestig verhuisde zij naar Kuala Lumpur. Uit de aan haar zoon en zijn gezin gerichte brieven blijkt dat zij tot diepe armoede was vervallen. Dankzij een bescheiden maandelijkse­ toelage van haar familie wist ze te overleven. In de genoemde brieven spelen schuldgevoel over haar vroegere leven en smeekbeden om vergeving een belangrijke rol.

Op 13 maart 1974 overleed Marietje Simpson-van Oordt. Een vriendin schreef aan haar schoondochter: ‘Oma is hier, te Kuala Lumpur, begraven. Het was een stijlvolle, eenvoudige plechtigheid, waarbij veel van haar vrienden haar de laatste groet brachten.’ 

Reputatie

In de Indische kranten was Marietje van Oordt jarenlang een bekendheid. De Indischgasten volgden haar als een schelmenroman lezende loopbaan van bedrog en oplichting via de pers, die elke zich aandienende snipper nieuws over haar publiceerde.

In het familiearchief dat zoon Chris en zijn familie hebben nagelaten, bevindt zich een klein deel van de memoires die Marietje van Oordt in de jaren zestig schreef – een groot deel heeft haar schoondochter later vernietigd. Hieruit komt ze naar voren als een vrouw die voor alles eerlijk wilde zijn over het door haar geleide leven en zichzelf beschrijft als ‘een slechte, slechte vrouw’ (Termorshuizen, 2013, 85).

Literatuur

  • E. du Perron, Brieven I (9 september 1922-28 december 1929) (Amsterdam 1977) 370.
  • E. du Perron, Het land van herkomst, F. Bulhof en G.J. Dorleijn ed. (Amsterdam 1996) 327-328.
  • Kees Snoek, E. du Perron. Het leven van een smalle mens (Amsterdam 2005) 220-221.
  • Gerard Termorshuizen, Realisten en reactionairen. Een geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers 1905-1942 (Amsterdam/Leiden 2011) 37-40.
  • Gerard Termorshuizen, ‘Niemand zorgde voor mijn ziel...’ Marietje van Oordt (1897-1974), een tragisch leven aan de Indische zelfkant (Den Haag 2013) [met overzicht van alle krantenartikelen].

Illustratie

Marie van Oordt, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Stichting Tong Tong, Den Haag).

Auteur: Gerard Termorshuizen

laatst gewijzigd: 12/07/2016