Paré, Henrica Maria (1896-1972)

 
English | Nederlands

PARÉ, Henrica Maria, vooral bekend als Ru Paré (geb. Druten 14-7-1896 – gest. Den Haag 25-2-1972), beeldend kunstenares, actief in het verzet. Dochter van Nicolaas Paré (1857-1931), steenfabrikant, en Hélène Henriëtte Hoogeveen (1859-1928). Henrica Paré woonde vanaf 1945 samen met Do Versteegh (1888-1970), zangeres.

Henrica (Zus) Paré werd geboren als jongste van drie kinderen – haar broer Nicolaas was van 1894, een meisje was in 1893 dood geboren. Het gezin was bemiddeld: haar vader had een aantal steenbakkerijen in de Betuwe, haar moeder was afkomstig uit een Zeeuws patriciërsgeslacht. Henrica werd al snel Zus genoemd, en dat werd de naam die ze zou houden. Haar vroegste jeugd bracht ze door in Druten, maar vanaf 1899 woonde het gezin in Nijmegen.

Ru Paré

Het was duidelijk dat Zus Paré goed kon tekenen, en daarom volgde ze al in haar mms-tijd teken- en schilderlessen bij Jan van Vucht Tijssen in Neerbosch.  In 1919, inmiddels 23 jaar oud, trok ze naar Den Haag, waar ze in de leer ging bij de Haagse figuur- en portretschilder Albert Roelofs.Nog datzelfde jaar leerde ze de ruim acht jaar oudere zangeres Do Versteegh kennen – ze zouden hun leven lang innig bevriend blijven. In 1920 verhuisde Zus Paré naar de Van Beuningenstraat (nr. 75), waar ze voor haar ouders een huis had gekocht. Op de tweede etage richtte ze haar eigen atelier in.

Na de dood van Roelofs (1920) volgde Zus Paré schilderlessen bij Willem van Konijnenburg, met zijn gestileerde en symbolisch geladen werk een geestverwant van Jan Toorop. Ook nam ze als vrije leerlinge deel aan de schilderklas van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Vanaf 1930 signeerde ze haar werk met Ru Paré – onbekend is waar deze naam vandaan kwam. Paré tekende en schilderde portretten, havengezichten en planten en bloemen. Ze werkte in verschillende stijlen, overwegend figuratief, maar soms neigend tot abstractie, waarbij ze zich liet inspireren door onder anderen Jan Toorop.  In de jaren twintig en dertig exposeerde ze regelmatig in Den Haag en Amsterdam.  Ze groeide uit tot een bekende figuur in het Haagse artistieke leven en  was lid van toonaangevende kunstenaarsgroeperingen zoals de Haagsche Kunstkring, de Onafhankelijken en de Club van Tien.

Tante Zus

Toen Ru Paré op 20 juni 1942 een brief ontving van de Haagsche Kunstkring met de vraag of ze zich wilde aanmelden bij de Kultuurkamer, zegde ze meteen haar lidmaatschap op. De eerste kinderen die Zus Paré hielp verbergen, waren de twee kinderen van F.H. Lankhout, een Haagse drukker bij wie kunstenaars hun werk konden lithograferen – met hun grootvader had zij voor de oorlog een relatie gehad. In totaal hielp zij 52 joodse kinderen aan onderduikadressen. Met de trein en op haar Fongers fiets reed ze het land door om de kinderen te bezoeken, cadeautjes te brengen, voedselbonnen en geld aan de ‘ouders’ te bezorgen en – indien nodig – de kinderen naar een nieuw adres te brengen. In haar schilderskist had ze een dubbele bodem gemaakt waarin ze de voedselbonnen en brieven verstopte. Voor deze 52 kinderen, die allen de oorlog hebben overleefd, was Tante Zus een begrip. Zus Paré verzorgde ook valse persoonsbewijzen. Ze opereerde relatief autonoom: ze had wel contacten met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), maar hoorde er niet echt bij.

Na de oorlog betrok Paré samen met Versteegh de ouderlijke woning in de Van Beuningenstraat, die ze vanaf de dood van haar vader in 1931 had verhuurd.  Ze voerden er elk hun eigen huishouden. Na de oorlog pakte Paré het schilderen meteen weer op.  Ze exposeerde vooral aan huis, waar ze ook haar atelier had. Met de meeste onderduikkinderen hield ze contact. Negen kinderen die in de oorlog wees waren geworden, werden geadopteerd door het echtpaar Levin, dat in 1949 naar Israël emigreerde. In 1970 stierf Do Versteegh. Anderhalf jaar later, op 25 februari 1972, werd Ru Paré door een vriendin levenloos aangetroffen in de badkamer. Een deel van haar nalatenschap ging naar de kinderen Levin, een ander deel naar de Theodora Versteegh Stichting, die zich inzet voor stemonderzoek.

Reputatie

In 1945 kreeg Ru Paré ter gelegenheid van de tentoonstelling Kunst in vrijheid in het Rijksmuseum de Gerrit van der Veen-medaille uitgereikt, en in 1968 ontving ze in Jeruzalem de Yad Vashem-onderscheiding ‘rechtvaardige onder de volkeren’ – daarvoor hadden de kinderen Levin gezorgd. In 1986 werd een deel van haar schilderijen geschonken aan de Rijksdienst voor Beeldende Kunst. Ook werd een Ru Paré Stichting in het leven geroepen om haar werk te conserveren. Toch is Ru Paré tegenwoordig vooral bekend om haar verzetswerk. De politica Hanneke Gelderblom, dochter van drukker Lankhout en een van de 52 kinderen van Tante Zus, heeft ervoor gezorgd dat er in 1988 in Den Haag een straat naar Ru Paré is genoemd. In Amsterdam-Osdorp bestaat een Ru Paré School.

Naslagwerken

RKD; Scheen.

Archivalia

Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: Collectie Theodora Versteegh [hierin ook materiaal betr. Ru Paré].

Literatuur

  • Henk Overduin, ‘“Tante Zus kwam altijd onverwacht”. Hoe de kunstenares Ru Paré 52 joodse kinderen redde’, Opzij (1988) mei, 14-17.
  • Annelies Roon, Hanneke Lankhout: Verzetswerk van Tante Zus was uniek, Trouw, 8-3-1994.
  • Judith Schuyf, ‘“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”. Ru Paré en Do Versteegh, twee vriendinnen die joodse kinderen redden’, in: Klaus Müller en Judith Schuyf red., Het begint met nee zeggen: biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945 (Amsterdam 2006) 171-189 en 267-268.
  • Esther Dieltjes, ‘Vervolgonderzoek gestart naar het leven en werk van Ru Paré (1896-1972)’, website Kundig in kunst [URL: http://www.kundiginkunst.nl/nieuws.html, geraadpleegd 20/04/2015].
  • Wim Willems, Verzetsheldin met schilderkist. Het leven van Ru Paré (Amsterdam 2018) [te verschijnen in april].

Illustraties

Ru Paré aan het werk, door onbekende fotograaf, 1961 (particuliere collectie).

Auteur: Els Kloek

laatst gewijzigd: 15/02/2018