Versteegh, Theodora Jacomina Petronella (1888-1970)

 
English | Nederlands

VERSTEEGH, Theodora Jacomina Petronella (geb. Kerk Avezaath 13-12-1888 – gest. Den Haag 20-10-1970), zangeres en zangpedagoge. Dochter van Jacob Arnoldus Versteegh (1836-1891), en Anna Wilhelmina Theodora van Lidth de Jeude (1849-1916). Theodora Versteegh woonde vanaf 1945 samen met Ru Paré (1896-1972), beeldend kunstenares.

Theodora (Do) Versteegh werd geboren op landgoed Teisterbant in Kerk Avezaath, een dorp dichtbij Tiel, waar haar vader een rijke herenboer was. Do heeft hem nauwelijks gekend, want hij stierf toen ze drie jaar oud was. Na zijn dood is het gezin naar Tiel verhuisd, waar Do opgroeide met haar vijf jaar oudere zus Mathilde (1883-1959).

Muziek

Muziek was thuis belangrijk. Als jong meisje had Do al succes toen ze meezong in kinderoperettes, en ze zat op pianoles bij Sem Dresden. Omdat ze onvoldoende aanleg had, stapte ze over op zang, en al snel bleek dat ze een mooie altstem had. Ze ging naar de Koninklijke Nederlandsche Toonkunstenaars Vereeniging in Arnhem, waar ze les had van Marius A. Brandt Buys, die in 1904 trouwde met haar zus Mathilde. In 1913 debuteerde ze in Tiel in de Joshua van Händel. Nadat ze in 1915 examen had gedaan, woonde ze korte tijd in Amsterdam. In 1919 verhuisde ze naar Den Haag, waar ze Ru Paré leerde kennen. Het werd een vriendschap voor het leven. Ze volgde zanglessen bij Cornelie van Zanten en Tilly Koenen.

In 1915 maakte Do Versteegh kennis met de sopraan Jo Vincent. Zij vormden samen met de tenor Evert Miedema en de bas Willem Ravelli het Jo Vincent Kwartet, dat overal in het land optrad met religieuze muziek, platen maakte (in Londen) en ook veel optrad voor de NCRV-radio. Maar vooral maakte Do Versteegh carrière als oratoriumzangeres. In 1924 zong zij bij het Utrechts Toonkunstkoor onder leiding van Johan Wagenaar als soliste in de Mattheus Passion – de eerste van in totaal zo’n 250 keer dat ze deze altpartij in haar leven zou vertolken. Ook internationaal werd Versteegh een bekendheid. Ze trad op met beroemde dirigenten als Bruno Walter, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum en Zoltán Kodály. In de jaren dertig werd ze actief als zangpedagoge.

Toen Do Versteegh aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door rijkscommissaris Seyss-Inquart werd gevraagd om bij hem thuis op te treden, verzon ze een smoes om er onderuit te komen (ze ‘ging geen nieuwe verbintenissen’ aan). In 1942 weigerde ze zich aan te melden bij de Kultuurkamer, en ze dook onder na ontvangst van een oproep van de Sicherheitsdienst (SD) om zich te melden. Clandestien gaf ze huisconcerten, waarvan de opbrengst was bestemd voor het onderhoud van de Joodse kinderen die Ru Paré naar onderduikadressen bracht. In maart 1945 raakte Do Versteegh alles kwijt bij het bombardement van het Bezuidenhout, waar ze woonde in de Prinses Mariestraat. Op 22 maart plaatste ze een advertentie in Het Vaderland met de oproep haar bladmuziek te bezorgen. Van alle kanten kreeg ze spullen aangeboden, waaronder de Steinway-vleugel die van Seyss-Inquart was geweest. Na de bevrijding zong ze op diverse bevrijdings- en rouwconcerten. Toch kwam haar loopbaan niet meer op gang en op 27 december 1946 nam ze afscheid van het concertpodium. Samen met Ru Paré betrok ze het ouderlijk huis van Ru aan de Haagse Van Beuningenstraat, waar ze elk hun eigen huishouden hadden en Versteegh als zangpedagoge haar praktijk voortzette. Theodora Versteegh stierf op 20 oktober 1970. Ze werd in stilte gecremeerd.

Betekenis

Theodora Versteegh maakte talrijke plaatopnames voor het label Columbia. Bij haar afscheid werd ze geridderd in de Orde van Oranje-Nassau en ontving ze het Belgische Ridderkruis van de Kroonorde. Men prees haar om haar ‘fijne muzikaliteit, scherpe intelligentie en voorbeeldig ontwikkelde technische ondergrond’ (Algemeen Handelsblad, 28-12-1948). In 1971 richtte Ru Paré met anderen de Theodora Versteegh Stichting op. De stichting, die nog altijd bestaat, richt zich op het bevorderen van wetenschappelijk stemonderzoek en logopedie. Enkele plaatsen (Hengelo in Overijssel, Pijnacker) hebben een Theodora Versteeghstraat.

Naslagwerken

Dutch Diva’s.

Archivalia

Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: Collectie Theodora Versteegh [bevat ook materiaal van Ru Paré]

Literatuur

Judith Schuyf, ‘“Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet”. Ru Paré en Do Versteegh, twee vriendinnen die joodse kinderen redden’, in: Klaus Müller en Judith Schuyf red., Het begint met nee zeggen: biografieën rond verzet en homoseksualiteit 1940-1945 (Amsterdam 2006) 171-189 en 267-268.

Illustratie

Do Versteegh, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Nederlands Muziek Instituut Den Haag).

Auteur: Els Kloek

laatst gewijzigd: 15/11/2016