Post, Hermance Berendina (1925-2013)

 
English | Nederlands

POST, Hermance Berendina, vooral bekend als Mance Post (geb. Amsterdam 11-1-1925 – gest. Amsterdam 2-12-2013), illustratrice van kinderboeken. Dochter van Helmer Berend Post (1882-1939), huisschilder, en Wilhelmina Frederika de Heer (1892-1982). Mance Post bleef ongehuwd.

Mance Post werd geboren als vierde dochter in een groot gezin in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Ze groeide er op met drie oudere zussen en een jonger broertje. Vader Post was huisschilder, speelde viool en hield van tekenen. Muziek en cultuur speelden thuis een grote rol; kinderboeken en tekenpapier waren altijd aanwezig. Vanwege haar zwakke gezondheid – ze had astma – zat Mance als kind veel binnen; daar tekende ze de personen uit de verhalen die zij zichzelf vertelde. In het autobiografisch beeldverhaal Ik woonde in een leunstoel (1979) verwerkte zij herinneringen aan haar kindertijd. ‘Ik was voor dit vak bedoeld’, zei ze wel eens, verwijzend naar deze eenzame maar fantasierijke jeugd.

‘Echte’ kinderen

Mance Post ging niet naar de kunstacademie, maar leerde tekenen van haar tekenleraar op het Amsterdamse Montessori Lyceum, illustrator Piet Klaasse. Toen hij in de oorlog moest onderduiken, viel ze voor hem in. Tijdens de bezetting was ze koerierster voor het verzet. Na de oorlog bleef ze als klassenleidster lesgeven op haar eigen middelbare school. Ze had toen weinig tijd om te tekenen. In 1955 moest ze – inmiddels dertig – haar baan opgeven vanwege haar slechte gezondheid en zocht ze haar oude tekeningen weer op. Simon Carmiggelt, van wie ze een dochter in de klas had gehad, introduceerde haar bij de Arbeiderspers. Voor deze uitgeverij illustreerde Post Het schoentje van Roosmarijn (1955) van Han G. Hoekstra met uitgeknipte silhouetjes. Dit boekje kwam op de lijst van Vijftig Best Verzorgde Boeken.

In de jaren vijftig en zestig bleef Mance Post illustreren met knipwerk, onder meer voor het kindertijdschrift Kris-Kras van Ilona Maria Fennema-Zboray. In 1966 tekende zij het kinderboekenweekgeschenk: een miniboekje met sprookjes verzameld door Jannie Damen, verpakt in een lucifersdoosje. De echte doorbraak kwam pas in de jaren zeventig, met haar kriebelzachte potloodtekeningen voor de Madelief-boeken van Guus Kuijer en de Waaidorp-serie van Annie M.G. Schmidt. Ze begon met zwart-wit schetsen, maar stapte daarna over op kleurpotlood en aquarel. Deze potloodillustraties zijn naar het leven getekend en laten grote betrokkenheid zien met het afgebeelde kind. Ze zijn nooit gladjes of plat realistisch, hebben altijd iets schetsmatigs en stralen een quasi-slordige nonchalance uit. Het zijn ‘echte’ kinderen, met slordige kapsels, snotneuzen en scheef dichtgeknoopte jasjes. Hun getekende werkelijkheid is onveranderlijk knus en veilig.

‘De oma van de Prinsengracht’

Vanaf het begin van de jaren zestig woonde Mance Post in een piepklein kelderappartementje aan de Prinsengracht (nr. 1019 A). Het had een raam als ingang en was volgestouwd met kinderboeken, poppenstoeltjes, speelgoeddieren en snuisterijen, inclusief een poppenhuis dat ze ook gebruikte voor de mise-en-scène van haar illustraties. Met buurtgenoot Simon Carmiggelt en zijn gezin had Mance Post een speciale band. Zijn (klein)kinderen stonden vaak model voor haar, evenals de vele buurkinderen die bij haar door het raam naar binnenstapten om te komen spelen. Ze nam hen volstrekt serieus en liet hen in hun waarde Soms moesten ze even een bepaalde pose aannemen zodat Mance Post hen kon natekenen. Dat hoefde nooit langer dan twee minuten, ‘anders zouden zij mijn huis gaan mijden als de pest’ (NRC Handelsblad, 4-10-1991). De kinderloze Mance Post werd zo ‘de oma van de Prinsengracht’.

Hoogtepunten uit deze periode zijn de sfeervolle prenten in het autobiografisch beeldverhaal Ik woonde in een leunstoel (1979) met tekst van Guus Kuijer, en Het geheim van Toet-Mu-Is III of De wraak van Abel Beelaards (1983) van Mansfield Kirby. Deze laatste geschiedenis – waarin de personages muizen zijn – speelt in een oudheidkundig museum. Terwijl ze aan dit boekje werkte had Post een kooi met geleende muizen in haar kamer staan om zo natuurgetrouw mogelijk te kunnen werken. Ze leende vaker kleine dieren of ging naar Artis om de grotere dieren vast te leggen. Zo treffend als Post mensen en dieren wist te typeren, zoveel moeite had ze met het tekenen van technische objecten zoals grasmaaiers, auto’s, treinen. Als ze zichzelf niet kundig genoeg achtte om een boek te illustreren, nam ze de opdracht niet aan. In 1982 wonnen Post en Kuijer gezamenlijk de Deutsche Jugendliteratur Preis voor het Madeliefboek Krassen in het tafelblad.

Nieuwe stijl

In 1985 maakt Mance Post twee linoleumsneden bij een verhaal van Toon Tellegen (Ik ga op reis, zei de eekhoorn). Deze illustraties zijn abstracter van vorm, met heldere forse lijnen. Post was 65 toen ze deze radicale omslag maakte, voor een deel gedwongen door haar slechter wordend zicht. Het zou het begin worden van een vruchtbare samenwerking – haar prenten bij Tellegens dierenverhalen zijn inmiddels in het collectieve geheugen verankerd. De illustraties uit deze laatste fase doen denken aan haar vroege knipselwerk: de beperkingen van een bepaalde techniek zorgden voor een gedurfde aanpak. ‘Het linoleum heeft mij lef gegeven’, zei ze zelf (NRC Handelsblad, 4-10-1991).

Tot 2005 kreeg Post nooit een Gouden of Zilveren Penseel. Zelf verklaarde ze dat uit  het feit dat  ‘naar de natuur tekenen’ niet meer als kunst werd gezien. Wel was er altijd veel onofficiële waardering: liefkozend werd ze ‘de moeder van Madelief’ genoemd en ze ontving veel brieven van fans. Guus Kuijer schreef haar dat ze in zijn ogen 23 Gouden Penselen verdiende. In 2006 won Mance Post eindelijk het Zilveren Penseel, voor Tellegens bundel Midden in de nacht met illustraties van uitgeknipte zwart-wit tekeningen tegen een achtergrond van Japans papier. Ze was toen 81 jaar. Een jaar later ontving zij de eerste Max Velthuijs-prijs, een oeuvreprijs voor illustratoren van kinderboeken. De prijs betekende erkenning voor ruim een halve eeuw vakmanschap.

Mance Post was lid van de Soroptimisten. Tot het einde van haar leven is ze in haar souterrain aan de Prinsengracht blijven wonen. Dagelijks klom ze haar raam uit voor een rondje – met de rollator –  door haar buurt. Door haar steeds slechter wordend gezichtsvermogen kon ze nauwelijks nog lezen en tekenen. Illustraties bij Tellegens De eenzaamheid van de egel (2006) en De almacht van de boktor (2007) waren haar laatste werken.

Op 2 december 2013 overleed Mance Post in Amsterdam, 88 jaar oud. Ze werd onder grote belangstelling begraven in het familiegraf op Zorgvlied. De originelen van haar werk liet Post na aan het Letterkundig Museum.

Reputatie

Mance Post was een gezichtsbepalende illustratrice van de naoorlogse kinderliteratuur. Zelf was ze zeer kritisch op haar werk. Niet iedereen die goed kan tekenen kan ook illustreren, meende ze. Volgens de jury van de Max Velthuijs-prijs berusten haar illustraties op observatie in combinatie met verbeeldingskracht. Daarmee maakte ze haar tekeningen wonderbaarlijk en aards tegelijk, en  voldeed ze aan alle eisen waaraan een illustrator moet voldoen: ze was dienend en beeldbepalend tegelijk. Guus Kuijer noemde haar ‘het oog van de schrijver’ (Kuijer, 2007). Al haar werk getuigt van grote zorgvuldigheid en liefde voor haar vak. Over zichzelf bleef ze bescheiden: ‘Ik ben allang blij dat er niet in een recensie staat: het boek wordt ontsierd door tekeningen van Mance Post’ (de Volkskrant, 7-1- 2005).

Publicaties

Een volledig overzicht van haar werk is te vinden in de catalogus van het Letterkundig Museum, Den Haag.

Literatuur

Afgezien van necrologieën in diverse dagbladen:

  • Joyce Roodnat, ‘Mance Post, Het linoleum gaf mij lef; Mance Post over durf, auto’s en levende vaders’, NRC Handelsblad, 4-10-1991.
  • Joyce Roodnat, ‘De ark van verbeelding, inleiding bij de tentoonstelling in Het Letterkundig Museum in 1997’, Literatuur zonder leeftijd (1997) 335-344.
  • Renée Simons, ‘Mance Post. Een tentoonstelling’, Leesgoed (1997) nr. 2, 93-94.
  • Aukje Holtrop, ‘Voor Toon Tellegen zijn alle dieren echt gelijk,’ Vrij Nederland, 1-1-2001.
  • Pjotr van Lenteren, ‘Ik wilde kinderen graag laten lukken’, de Volkskrant, 7-1-2005.
  • Guus Kuijer, ‘Feestrede Max Velthuijs-prijs. Het oog van de schrijver’ (2007).
  • Chris Bucaen, ‘De verwondering van de dieren’, De Leeswelp (2007) nr. 9.
  • Joukje Akveld, ‘Wat kan die vrouw tekenen! Het werk van Mance Post’, Ons Erfdeel (2009) nr. 4, 114-121.
  • Joukje Akveld en Amber Beckers, Tekenaars. Kinderboekenillustratoren geportretteerd (Hoorn 2011).
  • Henk van Viegen, ‘Het oog van de schrijver. In memoriam Mance Post 1925-2013’, De Leeswelp (2014).
  • Een leven lang, NPO-radioprogramma [URL: http://www.npo.nl/een-leven-lang/21-04-1994/IMX_NOS_722376; geraadpleegd 1-7-2016].

Illustratie

  • Mance Post, door Chantal Wouters, ongedateerd.
  • Omslag van Toon Tellegen, Midden in de nacht (2005).

Auteur: Renée Simons

 

laatst gewijzigd: 13/10/2016