Zboray, Ilona Maria (1914-2001)

 
English | Nederlands

ZBORAY, Ilona Maria, vooral bekend als Ilona Maria Fennema-Zboray (geb. Boedapest 6-4-1914 – gest. Bussum 27-6-2001), oprichtster en hoofdredactrice van Kris-Kras. Dochter van Dezsö Zboray (?-vóór 1946), onderdirecteur scheepvaartmaatschappij, en Marianne Ruzicka (1876?-1946). Ilona Maria Zboray trouwde op 7-7-1938 in Boedapest met Antony Gerardus Fennema (1902-1984), professioneel roeier en jurist. Uit dit huwelijk werden 4 dochters geboren.

Ilona Maria Zboray was het tweede en jongste kind van Dezsö Zboray en Marianne Ruzicka. Wegens de gezondheid van de vader woonde het adellijke gezin op het Hongaarse platteland. Ilona kreeg als kind privéonderwijs en las het kindertijdschrift Jó Patjás (De Goede Vriend), waarin proza en poëzie van bekende Hongaarse auteurs stond. In haar middelbare schooltijd, begonnen aan het gymnasium in Boedapest en afgerond op een kostschool, was ze actief in een literaire club.

Oprichting Kris-Kras

Met haar moeder bezocht Ilona in 1935 haar oudere broer Ernö, die in Nederlands-Indië op een rubberonderneming werkte en schreef voor Hongaarse media. Ilona nam dit journalistieke werk van hem over. Twee jaar bleef ze in Nederlands-Indië en ontmoette er de jurist Anton Fennema, met wie ze in 1938 in Boedapest trouwde. Het paar vestigde zich in Amsterdam aan de Reijnier Vinkeleskade (nr. 65), waar twee dochters werden geboren: Annemarie (1939) en Marianne (1944).

Ilona Fennema-Zboray vond dat er in Nederland een literair kindertijdschrift moest komen. Ze kreeg steun van onderwijzers aan wie ze haar plan voorlegde, maar naoorlogse papierschaarste maakte de uitvoering onmogelijk. Na de geboorte van Katinka (1947) verhuisden de Fennema’s naar Stadionweg (nr. 21), waar Hylkia (1951) werd geboren. Intussen verdiepte Fennema-Zboray zich in de jeugdliteratuur en de geschiedenis van het jeugdtijdschrift in Nederland. In het spoor van onder anderen Nellie van Kol (Ons Blaadje, 1896-1908) initieerde Fennema-Zboray als hoofdredactrice in 1953 Kris-Kras, een tweewekelijks tijdschrift voor kinderen tussen zeven en dertien jaar. De uitgave moest – literair en pedagogisch verantwoord – een tegenwicht bieden aan populaire bladen naar Amerikaans stripmodel, zoals Donald Duck. Zowel de oudgediende jeugdboekenschrijfster Henriëtte van Eyk als nieuwe naoorlogse talenten zoals Annie M.G. Schmidt werkten mee.

Stichting Kinderbelangen

Evenals Fennema-Zboray’s voorbeeld Jó Patjás had Kris-Kras geen commercieel doel, waardoor uitgevers niet geïnteresseerd waren. Financiële steun vanuit onderwijs en overheid bleef uit, en daarom richtte Fennema met enkele anderen de Stichting Kinderbelangen op, waarvan haar man secretaris was. Voor het onderbrengen van de redactieburelen van Kris-Kras ontruimden de Fennema’s een kinderkamer en een van de dochters tekende een clowntje dat de voorplaat jaren sierde. Op 2 april 1954 kwam het eerste nummer uit – vijftigduizend exemplaren ervan werden verkocht, met name aan het openbaar en neutraal onderwijs. Uitgevers volgden Kris-Kras nu met belangstelling. Tijd- en geldgebrek waren schering en inslag en veel – onbezoldigd – werk kwam neer op Fennema-Zboray. Ze wierf bijdragen, stelde de inhoud samen, verzorgde de lay-out, overlegde met de drukker, regelde de verspreiding en beantwoordde brieven van kinderen. Ook onderhield ze contacten met jeugdorganisaties en gaf ze lezingen.

Na 1957 kwam Kris-Kras in financiële moeilijkheden, onder meer door het verbod op de import van Nederlandse bladen in Indonesië – dat kostte tweeduizend abonnees. Fennema-Zboray moest haar niet-commerciële instelling laten varen en ging in gesprek met geïnteresseerde uitgevers. In april 1962 werd de Kris-Kras Uitgeversmaatschappij NV opgericht, een samenwerking van schoolboekenuitgever J.B. Wolters uit Groningen en Stichting Kinderbelangen, die naast Kris-Kras ook kinderboeken uitbracht. Fennema-Zboray haalde haar uitgeversdiploma en werd inhoudelijk directrice, haar man werd commissaris van de uitgeversmaatschappij en de redactie van Kris-Kras verhuisde naar een appartement in Amsterdam. De aanpak werd professioneler, maar Wolters wilde zijn verkoopapparaat niet inzetten voor het blad, dat zo in een spagaat kwam: het wilde meer lezers trekken en meegaan in de moderne bedrijfsvoering, maar tegelijk vasthouden aan de artistieke en pedagogische doelstelling.

Op 10 maart 1966 verscheen het laatste nummer van Kris-Kras en op 1 april nam Fennema-Zboray ontslag als directrice. Stilzitten deed ze niet. Er verscheen een kinderboek van haar hand, De wonderklompjes (1969, vertaald naar het Engels) en een boek met praktische ideeën over het grootouderschap, Meespelende grootouders (1972). Vanaf 1975 maakte ze beeldjes van fimoklei die werden tentoongesteld en verkocht. Het resterende geld van Stichting Kinderbelangen stelde ze in 1984 beschikbaar voor een proefnummer van St. Kitts van de Bovenwindse. Dat blad bestond maar kort, net als het door Fennema-Zboray geïnitieerde Ezelsoor (1985-1988). MikMak (1993-1994) ten slotte was het laatste kindertijdschrift onder redactie van Fennema-Zboray.

Aan het eind van haar leven woonde Ilona Fennema-Zboray alleen in het bejaardenhuis De Zandzee te Bussum; haar man was al in 1984 overleden. Ze werd redactrice van het huisorgaan De Zandkorrel en nam in het voorjaar van 2001 initiatief tot een laatste Kris-Kras-uitgave. Dat werk bleef onvoltooid toen Ilona Fennema-Zboray op 27 juni in een Goois ziekenhuis stierf aan de gevolgen van een herseninfarct.

Betekenis

Ilona Fennema-Zboray zette met Kris-Kras de Nederlandse jeugdliteratuur in de schijnwerpers. Vanwege het succes werd het blad een interessante springplank voor jonge auteurs en illustratoren.Teleurgestelde lezers stuurden bij de opheffing van Kris-Kras brieven waaruit hun waardering voor het tijdschrift bleek. Kinderboekenschrijfster Thea Beckman merkte in een interview op: ‘Ik heb veel geleerd van mevrouw Fennema-Zboray […] die me door haar aanwijzingen geholpen heeft te ontdekken dat schrijven betekent zoveel mogelijk weglaten tot je de essentie overhoudt’ (gecit. Van den Hoven 2004, 100). Voor ‘haar sinds vele jaren met grote volharding en enthousiasme gevoerde strijd voor een verantwoorde kinderlectuur van eigen bodem’ ontving Fennema-Zboray in 1966 een Zilveren Anjer van prins Bernhard (gecit. Van den Hoven 2001, 2). De rubriek ‘Voor de Vrouw’ van Het Parool voegde daar haar wekelijkse ‘Tien Rode Rozen’ aan toe, een eerbetoon voor vrouwen die zich op welk gebied dan ook hebben onderscheiden.

Publicaties

Behalve de in de tekst genoemde titels (selectie):

  • Kris-Kras Jan Plezier (Amsterdam 1956) [onder redactie van I.M. Fennema-Zboray].
  • Kris-Kras kruiwagen (1959) [onder redactie van I.M. Fennema-Zboray].
  • ‘Via beeldroman tot taalrijkdom’, En nu over jeugdliteratuur 10 (1983) 57-59.

Literatuur

  • Peter van den Hoven, ‘Een levenslange liefde voor het literaire jeugdtijdschrift. In memoriam Ilona Maria Fennema-von Zboray (1914-2001)’, Literatuur zonder Leeftijd 15 (2001) 415-420.
  • Peter van den Hoven, Het goede en het mooie. De geschiedenis van Kris-Kras (Leidschendam 2004).

Illustratie

  • Omslag van Kris-Kras (uit: Van den Hoven 2004).

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 04/03/2016