Roosenburg, Henriette Jacoba (1916-1972)

 
English | Nederlands

ROOSENBURG, Henriëtte Jacoba (geb. Den Haag 26-5-1916 – gest. Le Poët-Laval, Frankrijk, 20-6-1972), journaliste, actief in het verzet, schreef boek over oorlogservaringen. Dochter van Willem Roosenburg (1885-1952), huisarts, en Anna Christina Alberda van Ekenstein (1889-1976). Henriëtte Roosenburg bleef ongehuwd.

Henriëtte (Jet) Roosenburg groeide op in een welgesteld, seculier gezin in Den Haag, met twee zusters en twee broers. Na de vroege dood van het oudste broertje was zij de oudste. Haar vader en grootvader waren bekende huisartsen. De adellijke Groningse familie van haar moeder kende kamerheren, rechters en politici. Ze bezocht het Nederlands Lyceum in Den Haag. Al op jeugdige leeftijd schreef Jet Roosenburg verhalen en gedichten. Ze studeerde letteren in Leiden en behaalde in 1939 haar kandidaatsexamen. In haar studietijd leerde ze Spaans, Russisch en Frans en vertaalde ze de Estse roman Wargamäe (1939).

Oorlog, verzet en gevangenschap

Het is onduidelijk wanneer Jet Roosenburg in het verzet ging. Ze was aanwezig bij de befaamde protestrede van de Leidse hoogleraar R.P. Cleveringa en staakte waarschijnlijk daarna haar studie. Ze begon naar eigen zeggen met het helpen van Joodse onderduikers. In de loop van 1941 raakte ze betrokken bij de Haagse afdeling van het illegale blad Het Parool. Van elke editie verspreidde ze tweehonderd exemplaren en vanaf januari 1943 tot augustus 1943 verzamelde ze voor de hoofdredactie nieuws van illegale radiozenders. Al vanaf 1942 had ze geen vaste verblijfplaats meer en zat ze op verschillende plekken in het land ondergedoken; ze ontsnapte aan de arrestatiegolven die Het Parool in 1942 troffen. In mei 1943 werd ze als koerierster gerekruteerd voor de verzetsgroep Fiat Libertas (FL), die geallieerde piloten naar Brussel hielp ontsnappen. Dat jaar was FL begonnen inlichtingen naar Zwitserland te smokkelen die daarvandaan naar de Nederlandse regering in Londen werden verzonden.

Roosenburg sprak vloeiend Frans – in 1942 had ze haar mo-akte behaald. Als koerierster smokkelde ze vanaf september 1943 microfilms naar Brussel of Frankrijk. Vaak nam ze een geallieerde piloot mee of iemand die naar Londen moest reizen. Ze smokkelde ook wapens. Nadat de top van FL eind september 1943 was gearresteerd, zette Roosenburg met twee anderen het werk voort als Groep BM (Bern Musketiers). Eind december 1943 reisde ze naar Bern om de route te controleren. Na verraad werd ze op 1 maart 1944 in Brussel gearresteerd en kwam ze terecht in het Oranjehotel, de beruchte strafgevangenis in Scheveningen, en vanaf half maart in de gevangenis in Haaren. Haar vriendin Els Boon nam de vluchtlijn over. In juni 1943 werd Roosenburg met alle opgepakte leden van FL overgebracht naar de Kriegswehrmachtsgefängnis in Utrecht, waar de Duitse militaire rechtbank hen op 4 juli 1944 ter dood veroordeelde. Op de beschuldiging dat Roosenburg negentien ‘Terror’-piloten had gesmokkeld, antwoordde zij: ‘Mijnheer de rechter, het waren er 23’ (gecit. Vanèl, ‘Boeven’, 52).

Wachtend op haar doodvonnis deelde Roosenburg in de Utrechtse gevangenis een cel met Nel Lind, een van de leiders van FL, en Joke Folmer, die 320 mensen had helpen vluchten. Vlak na Dolle Dinsdag (5-9-1944) gingen de drie vrouwen als Nacht- und Nebelgevangenen op transport. Via vier Duitse gevangenissen kwamen ze op 4 februari 1945 terecht in een gevangenis in Waldheim, waar ze honger en kou leden – ze hielden zich staande door te zingen en heimelijk lapjes te borduren. Op 6 mei 1945 werden de drie vrouwen bevrijd door het Russische leger. Bij gebrek aan vervoer trokken de vrouwen te voet naar de stad Riesa. Daar bemachtigden ze een sloep en een Russische reispas, en zakten ze vier dagen lang de Elbe af. Ze kregen hulp van Russische soldaten, die hun echter ook angst inboezemden: daags na de bevrijding hadden ze in de gevangenis al verkrachtingen gezien. In Coswig werden ze van de rivier gehaald en na enige weken uitgewisseld voor Russische krijgsgevangenen. In een Rode Kruis-kamp kregen ze als ex-politieke gevangenen voorrang om naar Brussel te vliegen. Koningin Wilhelmina wilde hen daar ontmoeten, maar zij wilden zo snel mogelijk naar Nederland. Half juni 1945 kwamen ze thuis bij hun familie.

The walls came tumbling down

In augustus 1946 vertrok Roosenburg naar de Verenigde Staten. Voor het World Student Service Fund, dat door de oorlog getroffen studenten hielp, sprak ze op scholen en universiteiten om geld in te zamelen. Over haar indrukken van Amerika schreef ze in de Knickerbocker Weekly, een Engelstalig blad voor Nederlanders, en in 1948 vond ze een baan bij Time Life Inc: ze werkte afwisselend voor Time, Life en Fortune als Europees correspondent en ‘reporter-researcher’. Jarenlang was ze de rechterhand J.K. Jessup, die de hoofdartikelen schreef in Life.

In 1957 publiceerde Jet Roosenburg haar herinneringen aan de tocht die ze na haar bevrijding door Duitsland had gemaakt: The walls came tumbling down – het jaar ervoor had ze al delen ervan gepubliceerd in een feuilleton in The New Yorker. Het boek was een groot succes en Nederlandse uitgevers streden om de vertaling. Nog hetzelfde jaar verscheen En de muren vielen om als boek bij Querido, als dagelijks feuilleton in Het Vrije Volk en als wekelijkse serie in de Libelle. Amerikaanse en Nederlandse recensenten prezen Roosenburg omdat zij het spannende verhaal lichtvoetig en met humor vertelde. Er volgden een Engelse editie en een Japanse vertaling, en in mei 1958 een hoorspeluitvoering op de Nederlandse radio.

Roosenburg publiceerde in 1958 in The New Yorker over haar gevangenschap in Scheveningen en Haaren. De vertaling verscheen als serie in de Panorama (‘De wereld tussen blinde muren’). Een Amerikaanse toneelbewerking werd op 30 oktober 1958 live uitgezonden op de Amerikaanse tv. Plannen voor een roman kwamen echter niet van de grond. Ze kreeg steeds ernstiger rugklachten en artritis. In 1966 kreeg Roosenburg een buitengewoon oorlogspensioen van Stichting 1940-1945. Ze gaf haar werk op en verhuisde van de Verenigde Staten naar haar vakantiehuis in Le Poët-Laval in Frankrijk. Op 20 juni 1972 overleed Jet Roosenburg aan een hartstilstand, gezeten achter haar schrijfmachine. Ze werd begraven in haar woonplaats. De Britse Royal Air Force Escaping Society plaatste uit dank een beeldje op haar grafsteen.

Reputatie

Jet Roosenburg kreeg in 1950 voor haar verzetswerk de Bronzen Leeuw, een Koninklijke onderscheiding voor militairen – en bij uitzondering voor burgers – die met bijzondere moed en ‘beleidvolle daden’ hebben gestreden voor de Nederlandse staat. Zij was de eerste vrouw die deze onderscheiding ontving. Door haar verzetswerk, haar carrière in de Amerikaanse journalistiek en vooral door haar boek The walls came tumbling down was zij rond 1957 enkele jaren beroemd in de VS en Nederland.

Archivalia

  • Particulier archief Henriëtte Roosenburg, in bezit van de familie De Villeneuve, Voorburg. Dagboeken, brieven, krantenartikelen, recensies; rapport Stichting 1940-1945 Doss.: H.3494; verklaring lt.-Kol. J.M. Somer, Hoofd Bureau Inlichtingen, 12-1-1946; Koninklijk besluit toekenning Bronzen Leeuw, 14 december 1949 nr. 24.
  • NIOD, Amsterdam: archief 001 Wehrmachtsbefehlshaber i.d. Niederlanden, inv. nr. 919, Rechtsgutachten 11 Augustus 1944; archief Het Parool 185c, inv. nrs. 47 en 48, brieven en getypte berichten aan G.J. van Heuven Goedhart en C.H. de Groot.
  • Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, archief Bureau Inlichtingen, Toegang 408, inv. nr. 91 Groep Luctor&Emergo/Fiat Libertas/Weg B en Groep BM; inv. nr. 110 Dossier ‘Fiat Libertas’.
  • Letterkundig Museum, Den Haag: archief 2 QUE Correspondentie Roosenburg, H. Briefwisseling met Alice von Eugen-van Nahuys en Tine van Buul, 1957-1969.
  • Particulier archief Joke Folmer, Schiermonnikoog: Bevrijdingsdagboek.

Publicaties

  • ‘“Doing” the U.S.A’, The Knickerbocker Weekly, 20-1-1947.
  • ‘I Taste Freedom’, The Knickerbocker Weekly, 10-2-1947.
  • The walls came tumbling down (New York 1957).
  • En de muren vielen om (Amsterdam 1957).
  • ‘Annals of the resistance, Words from a Sealed-Off Box’, The New Yorker, 8-2-1958.
  • ‘De wereld tussen blinde muren’, Panorama, vanaf 3-5-1958.
  • ‘Tuchthuis’, in: Tweeërlei geschriften (Amsterdam 1958) [gedicht].
  • Hoorspel En de muren vielen om (1958) [URL http://www.hoorspelen.eu/Hoorspelen/Titelcatalogus/Hoorspeltitels1958.html; geraadpleegd 28-11-2016].

  • Toneelbewerking Words from a Sealed-Off Box (1958) [URL http://www.tv.com/shows/playhouse-90/words-from-a-sealed-off-box-260447/; geraadpleegd 28-11-2016].

Literatuur

  • C. Vanèl, ‘Boeven’ die ik gekend heb – en hun bewakers (Haarlem z.j. [1945]) 45-52.
  • Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 (Den Haag 1973) 700-703 [Verhoor H.J. Roosenburg door de Plenaire Commissie op 17 februari 1949].
  • Friso Endt, ‘Hollanders in LIFE’, NRC-Handelsblad,16-12-1972, Z8.
  • Henk Kuipers, ‘En de muren vielen om. Interview met Joke Folmer’, Nieuwsblad van het Noorden, 22-10-1983.
  • Madelon de Keizer, Het Parool 1940-1945. Verzetsblad in oorlogstijd (Amsterdam 1991).

Illustratie

  • Jet Roosenburg, door onbekende fotograaf, 1950 (privé-collectie van de familie De Villeneuve uit Voorburg).
  • Omslag The walls came tumbling down (New York 1957).

Auteur: Sonja van ’t Hof

laatst gewijzigd: 24/09/2017