Starp, Bertha van der (1884-1959)

 
English | Nederlands

STARP, Bertha van der, vooal bekend als Bep Boon-van der Starp (geb. Maassluis 31-1-1884 – gest. Den Haag 9-10-1959), actief in het verzet, bedenkster van Madurodam. Dochter van Willem van der Starp (1849-1908), arts, en Johanna Elisabeth Meijboom (1855-1934). Bep van der Starp trouwde op 4-4-1912 in Leiden met Gerard Adolf Boon (1882-1962), advocaat, later politicus. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Bep van der Starp groeide op in Maassluis als middelste van drie kinderen in een artsengezin dat werd geplaagd door kindersterfte – zes kinderen (voor en na haar) waren jong gestorven. Haar vader was quarantaine-arts, gemeenteraadslid en voorzitter van het plaatselijke Nutsdepartement. Op de gemeentelijke meisjes-hbs in Rotterdam zat Bep in de klas bij Annie Salomons, die een gedicht voor haar maakte (Dubois, 148). Na de hbs ging ze naar de normaalschool (voorloper van de kweekschool), want ze wilde onderwijzeres worden. In Delft volgde ze colleges rechtsfilosofie van de hoogleraar Gerard Bolland, en in november 1906 schreef ze hem een brief omdat hij kritiek had uitgeoefend op idealisten die zich verzetten tegen ‘de bestaande toestanden’: hij had berusting het ‘logische antwoord op de feiten’ genoemd. Van der Starp had het in haar brief over de vrees dat mensen ‘elkaar dood gaan slaan van verveling’ wanneer ze ‘niet meer vechten voor veranderingen’ (Collectie Bolland). Bollands antwoord is onbekend.

In 1908 overleed de vader van Bep van der Starp. Vermoedelijk woonde ze daarna met haar moeder aan de Rijnsburgerweg in Leiden (Naamlijst, 472). In deze stad trouwde ze op 4 april 1912 met Gerard Boon uit Den Haag, die twee dagen eerder in Amsterdam was gepromoveerd in de rechten. Het paar verhuisde op 18 april naar Leeuwarden, waar haar man advocaat werd. In 1914 werd daar hun zoon Dick geboren en in 1916 hun dochter Els.

‘Een vrouw in de contramine’

Bep Boon-van der Starp en haar man waren beiden actief lid van de Liberale Unie, die in 1921 opging in de Vrijheidsbond. Nadat Gerard Boon in juli 1922 voor deze partij in de Tweede Kamer was gekozen, verhuisde het gezin naar Scheveningen. In 1929 werd Bep Boon-van der Starp lid van de Radioraad, een regeringsadviescommissie die een omroepwet moest voorbereiden. Op 1 september schreef ze aan haar mederaadslid Jean François van Royen dat ze vaak in stilte al haar moed en wilskracht had moeten verzamelen om in de raad te vechten voor haar liberale overtuiging – ‘diep beseffend’ dat ‘een vrouw in de contramine’ op weinig sympathie bij haar mannelijke collega’s mocht rekenen (archief F.R. van Royen). In 1938 werd ze voor haar werk in dit orgaan koninklijk onderscheiden.

Gealarmeerd door de Duitse Jodenvervolging richtte Bep Boon-van der Starp in 1938 een Haagse afdeling op van het Comité voor Joodsche Vluchtelingen, dat sinds 1933 uitreisvisa en verblijfsvergunningen voor door de nazi’s vervolgde Joden regelde. Omdat ze vooral kinderen hielpen, stond de groep weldra bekend als Haagsch Kindercomité. Tussen 1938 en mei 1940 haalde het circa 1600 Joodse kinderen uit Oostenrijk naar Den Haag. Zelf stelden de Boons hun Scheveningse woning open voor gevluchte Joodse intellectuelen.

In mei 1940 vluchtten Bep en Gerard Boon met hun zoon Dick naar Engeland – toen de nazi’s hen op 17 mei in Scheveningen kwamen arresteren, vonden ze een leeg huis. Dochter Els, die in Leiden rechten studeerde, bleef als enige van het gezin achter en werd actief in het studentenverzet. Tot het verzetsnetwerk van Els behoorde vermoedelijk ook George Maduro, die in 1945 in het concentratiekamp Dachau overleed. Bep en Gerard Boon verbleven tot mei 1945 afwisselend in Londen, Canada en de Verenigde Staten. Bij hun terugkeer kreeg Gerard, inmiddels kolonel, de leiding van een militaire commissie die bevrijde Joden en politieke gevangenen moest repatriëren.

Madurodam

Bep Boon stond in 1947 aan de wieg van een ziekenhuis in Laren waar studenten met tuberculose hun studie konden voortzetten, onder meer door bandopnamen van colleges te beluisteren. Ze werd voorzitster van de Raad van Bijstand van dit Nederlands Studenten Sanatorium (NSS). Omdat vooral de nazorg kostbaar bleek, ging ze op zoek naar een verdienmodel voor het sanatorium. In 1946 had ze in Beaconsfield in Engeland een originele oplossing voor een soortgelijk probleem gezien: een plaatselijke accountant had in zijn tuin een van de grootste miniatuurspoorbanen van Europa aangelegd, compleet met beplanting en bebouwing, waarop drommen dagjesmensen af kwamen. De netto-recette kwam ten goede aan de noodlijdende ziekenhuizen in Londen. In maart 1950 opperde Bep Boon op een bestuursvergadering van het NSS om dit Engelse verdienmodel in Nederland na te volgen. Het startkapitaal werd beschikbaar gesteld door de ouders van George Maduro, die graag een monument voor hun overleden zoon wilden oprichten. Hiermee was het idee voor miniatuurstad Madurodam geboren.

In augustus 1951 legde Bep Boon in een radiopraatje de nadruk op de opvoedende en culturele taak van het miniatuurproject: ‘Voor de schoolgaande jeugd zal het, behalve enorm veel plezier, een verbazend leerrijk materiaal opleveren: één dag in de miniatuurstad zal meer wetenschap brengen dan vele schooldagen, omdat het in de meest aantrekkelijke vorm wordt opgediend en dus… onthouden’ (gecit. Broer, 34). Ze zocht zelf de architect voor het project uit: Siebe Jan Bouma, die eerder het Openluchtmuseum en het Zuiderzeemuseum had ontworpen. Hij moest zorgen voor een stedenbouwkundig, historisch en cultureel verantwoord geheel. Madurodam zou, in de woorden van Bep Boon, een ‘land van de glimlach’ worden (Boon-van der Starp, 1952, 21-22). De gemeente Den Haag aarzelde, maar gaf toch een terrein tussen Den Haag en Scheveningen in erfpacht. Het bedrijfsleven droeg volop bij aan de inrichting en bij de opening in juli 1952 werd de veertienjarige kroonprinses Beatrix benoemd tot ‘burgemeester’ van Madurodam.

Op 9 oktober 1959 stierf Bep Boon-van der Starp op 75-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Haag. Ze was toen nog altijd voorzitster van de Raad van Bijstand van het NSS.

Plaquette

Bep Boon-van der Starp was Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Door directie, staf en personeel van de miniatuurstad werd ze herdacht als ‘de moeder van Madurodam’. Kroonprinses en burgemeester Beatrix schonk Madurodam in 1962 een plaquette met een portret in reliëf van Bep Boon-van der Starp, die ze op 6 juni onthulde in aanwezigheid van Gerard en Dick van Loon, Els Glastra van Loon-Boon en de moeder van George Maduro.

Naslagwerken

PDC.

Archivalia

  • Haags Gemeentearchief: archief stichting Madurodam 1941-1994.
  • Museum Meermanno-Westreenianum/Huis van het Boek, Den Haag: archief F.R. van Royen.
  • Universiteitsbibliotheek Leiden: collectie Bolland.

Publicaties

  • Van kinderen (Arnhem 1925).
  • ‘Het land van de glimlach’, Oost en West (september 1952) 21-22.
  • ‘Madurodam en het Nederlands Studenten Sanatorium’, Binding (6-2-1956) 3-5.
  • Madurodam (Den Haag 1958).

Literatuur

  • Naamlijst voor den Telefoondienst (Den Haag 1915).
  • Pierre H. Dubois, Schrijversdebuten (Den Haag 1960).
  • L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, Epiloog (Den Haag 1988).
  • Ivanka Broer, Madurodam, een museale route naar commercieel succes (Leiden 2013) [masterscriptie].

Illustratie

Bep Boon-van der Starp, door onbekende fotograaf,ca. 1930 (Haags Gemeentearchief).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 23/03/2017