Roos, Henderina (1909-1995)

 
English | Nederlands

ROOS, Henderina, vooral bekend als Hennie de Swaan-Roos (geb. Coevorden 3-10-1909 – gest. Amsterdam 25-4-1995), feministe. Dochter van Izak Roos (1877-1940), koopman/fabrikant, en Sophie de Vos (1886-1962), eigenaresse van een zaak in leesportefeuilles. Hennie Roos trouwde (1) 31-10-1936 in Bloemendaal met Jakob Jozeph Polak (1902-1943), chemicus; (2) na echtscheiding (29-6-1938) op 20-3-1940 in Amsterdam met Meik (Meijer) de Swaan (1911-1957), handelaar in jute. Uit huwelijk (2) werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Hennie Roos groeide op in Coevorden, waar ook haar ouders, beiden van Joodse origine, geboren waren. Haar moeder zorgde voor het gezin – Hennie had een broer en een zusje – en was presidente van de plaatselijke Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Haar vader, een overtuigd sociaal-democraat, had een kleine broekenfabriek en fietste als marskramer de boerderijen af. ‘Nogal onafhankelijk denkende mensen’, zo omschreef Hennie hen later (Jungschleger). Begin jaren twintig ging haar vader failliet. Al zijn geld had hij in Duitse marken belegd en die waren kort na de Eerste Wereldoorlog niets meer waard. In 1924 verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar haar vader via een oom werk vond bij een firma in gordijnstoffen en haar moeder met hulp van dezelfde oom een verlopen zaak in leesportefeuilles kocht.

De overstap naar Amsterdam was voor Hennie Roos niet eenvoudig. In Coevorden was zij een goede leerling, maar op de hbs in Amsterdam voelde ze zich ‘stom en buitengesloten’. De directeur vond haar maar lastig: ‘Henderina verstaat de kunst zich in zo kort mogelijke tijd zo gehaat mogelijk te maken’ (Divendal, 1984). Na één jaar verliet ze de school, ging in de leer bij een boekhandel in Arnhem, maar keerde toch weer terug naar Amsterdam, waar ze op haar zestiende in haar moeders leesportefeuille-zaak kwam te werken. In 1936 trouwde ze met de chemicus Jakob Polak. Het jonge paar vestigde zich in Bloemendaal, maar het huwelijk duurde nog geen twee jaar. Begin 1938 verhuisde Hennie tijdelijk naar Oss. In maart was ze weer terug in Amsterdam en in juni van dat jaar werd de scheiding uitgesproken.

Oorlog en bevrijding

Hennie Roos ontmoette in 1939 Meik de Swaan via hun gezamenlijke vriend Loe de Jong. Meik de Swaan was de jongste van zes zonen in een welgestelde familie van orthodox-Joodse jutefabrikanten. Begin 1940 trouwden ze met een echte choppe (een Joodse bruiloft). Meik vond dat vreselijk – hij had zich losgemaakt van het Jodendom –, maar zijn moeder wilde het graag. In de eerste oorlogsdagen van mei 1940 probeerde het net getrouwde stel in IJmuiden op een boot naar Engeland weg te komen, maar dat mislukte en ze keerden terug naar Amsterdam. Daar werd in januari 1942 hun zoon Abraham geboren.

Een half jaar later begonnen de deportaties van de Joden uit Nederland en werd onderduiken voor Hennie en Meik de Swaan noodzakelijk. Mét de baby was dat vrijwel onmogelijk en daarom ontfermde een vriendin zich over hun zoontje. Hennie en Meik de Swaan doken samen onder, eerst in Oldenzaal, later in Amsterdam. Met vier anderen woonden ze in een achterhuis, waar ze via een kast in een kamertje konden vluchten als er gebeld werd. Daar stond ook een verborgen radio. De berichtgeving typten ze uit en speelden ze door naar het linkse illegale blad De Vrije Katheder, waaraan zowel communisten als niet-communisten meewerkten.

Na de bevrijding kon het gezin De Swaan herenigd worden. Ze betrokken een woning in de Ruyschstraat, waar in 1946 dochter Carrie werd geboren. In 1953 verhuisden ze naar de Keizersgracht (nr. 754). Meik werd directeur en redactielid van De Vrije Katheder, een blad dat tot 1950 bleef bestaan. Hun huis werd het trefpunt van een hechte, nog uit de oorlog stammende culturele vriendengroep. Dit bestaan werd wreed verstoord toen in 1957 het vliegtuig verongelukte waarin Meik en zijn broer Leman de Swaan op zakenreis naar Manchester zaten. Alle inzittenden kwamen om. Volgens Hennie de Swaan was het aan de steun van haar vrienden en kinderen te danken dat zij geen vrouw werd ‘die het slachtoffer is van haar verdriet’ (Van Gelder).

Dolle Mina

Eind jaren zestig werd Hennie de Swaan maatschappelijk en politiek actief. Ze kwam in aanraking met het Medisch Comité Vietnam en in 1970 schreef ze een briefkaart aan de actiegroep Dolle Mina: ze was zestig jaar oud, wilde niet meedoen met ludieke acties, maar was wel bereid de handen uit de mouwen te steken. Haar motivatie was dat meisjes en vrouwen radicaal anders moesten gaan denken over werk en huwelijk. Ze werd actief in Wij Vrouwen Eisen (WVE), een actiegroep voor legalisering van en voorlichting over abortus, en zette zich jarenlang in voor VOS-cursussen (‘Vrouwen oriënteren zich in de samenleving’), gericht op vrouwen met weinig opleiding of ontwikkeling. Nog in de jaren negentig hielp zij Joegoslavische vrouwen die tijdens de oorlog daar slachtoffer van verkrachting waren geworden.

Hennie de Swaan ontpopte zich tot een moederfiguur, in haar eigen omgeving maar ook in de vrouwenbeweging. Ze was warm en uiterst betrokken. In haar huis aan de Keizersgracht én in haar buitenhuis in Schoorl was het een zoete inval. Alle vrienden, ook uit haar leven met Meik (zoals Benno Premsela, Eva Besnyö en Annemarie Grewel) waren er altijd welkom. De hoboïst Han de Vries en Joost Elffers, zoon van de vroeg overleden fotografe Emmy Andriessen, waren haar pleegkinderen.

In februari 1995, vlak voor haar dood, werd Hennie de Swaan in de reeks ‘Wie is in uw vak de beste’ van het weekblad Vrij Nederland door feministen aangewezen als de beste feministe van Nederland. Kort erna ontving zij de eerste Gerda Brautigam-prijs wegens haar verdiensten voor de vrouwenbeweging. De jury prees haar onverstoorbaarheid en diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel. Ze speelde de titelrol in de film van Nouchka van Brakel, Aletta Jacobs. Het hoogste streven (1995). Hennie de Swaan overleed op 25 april 1995 in Amsterdam, in de ouderdom van 85 jaar. Ze werd op Zorgvlied begraven. Na haar dood werd de ‘Hennie de Swaan-prijs’ in het leven geroepen voor personen of organisaties die zich inzetten voor de maatschappelijke en culturele belangen van vrouwen.

Betekenis

Hennie de Swaan was een opmerkelijke en gezaghebbende activiste in de tweede feministische golf van Nederland. Altijd verontwaardigd over onrecht dat vrouwen werd aangedaan stond ze voor gelijkheid en maakte ze zich sterk voor het recht van vrouwen om zelf over hun lichaam te beschikken. Ze koesterde de vrijheid van het leven, waar volgens haar ieder mens recht op had. In 1995 zei ze: ‘Niet je leeftijd is belangrijk, maar je levenshouding. Ik denk dat ik daardoor een van de rijkste mensen ben die er bestaan’ (Divendal,1995). Op 15 april 2017 werd in Amsterdam de Hennie de Swaanbrug geopend.

Naslagwerken

Atria.

Literatuur

  • Ineke Jungschleger, ‘Wat mij vooral bezighoudt is de onderdrukking van de ene mens door de andere’, NRC Handelsblad, 26-11-1970.
  • Lisette Lewin, ‘Hennie de Swaan, feministe tot in het merg’, NRC Handelsblad, 27-3-1976.
  • Leeuwarder Courant, 31-12-1979.
  • Fenna van den Burg, De Vrije Katheder 1945-1950. Een platform van communisten en niet-communisten (Amsterdam 1983).
  • Joost Divendal, ‘Hennie Roos – Ik heb de vrijheid van het leven het allerliefst’, De Waarheid, 24-12-1984.
  • Agna Rudolph, ‘Hennie de Swaan’, Markant (1986) [tv-documentaire NOS, uitgezonden op 18-2-1986].
  • Marjo van Soest, [interview], Vrij Nederland, 4-2-1995.
  • Joost Divendal, ‘Hennie de Swaan-Roos 1909-1995’, Trouw, 27-4-1995.
  • Xandra van Gelder, ‘Hennie de Swaan vocht haar hele leven tegen onrecht’, de Volkskrant, 27-4-1995.

Illustratie

Hennie de Swaan-Roos, door Jaime Halegua, 1995 (Collectie Joods Historisch Museum NIW001045041).

Auteur Pauline Micheels (met dank aan Joosje Lakmaker)

laatst gewijzigd: 03/10/2017