Twist, Wilhelmina Harmance Martine Duymaer van (1891-1967)

 
English | Nederlands

TWIST, Wilhelmina Harmance Martine DUYMAER van (geb. Gainesville, Florida, VS 26-2-1891 – gest. Amsterdam 14-5-1967), actrice. Dochter van Marie Willem Herman Cornelis Duymaer van Twist (1869-?), tapper, en Anna Maria Oomens (1866-?). Mien Duymaer van Twist trouwde op 21-4-1925 in Weltevreden (Batavia) met Dominique Willem Berretty (1890-1934), persmagnaat. Dit huwelijk, waaruit 1 zoon en 1 dochter werden geboren, werd op 28-11-1928 ontbonden.

Wilhelmina (Mien) Duymaer van Twist werd geboren in het Amerikaanse Gainesville, maar toen ze vijf jaar oud was, kwam het gezin naar Amsterdam. Haar vader was werkzaam als tapper aan het Damrak (nr. 10) – hij vertrok in 1909 naar Antwerpen omdat zijn vergunning werd ingetrokken. Mien zou later zeggen dat hij een bijzonder artistiek man was met een heftig temperament. Acteren deed Mien al op jonge leeftijd. Ze had een levendige fantasie en voerde met haar poppen hele toneelstukken op. Ze ging op school in de Plantage-buurt en zat daarna één jaar op de Amsterdamse Toneelschool, waar ze bevriend raakte met Fie Carelsen.

‘Grande coquette’

In september 1907 debuteerde Mien Duymaer van Twist op zestienjarige leeftijd bij het Rotterdamsch Tooneelgezelschap als Suzanne in De wereld waarin men zich verveelt van Edouard Pailleron. Ook werd ze geëngageerd voor het Klein Tooneel van Max van Gelder, dat ’s zomers in Scheveningen optrad. Het succes kwam snel. Als ‘grande coquette’ wist zij met haar mooie verschijning en elegante toiletten de harten van het publiek te veroveren (Algemeen Handelsblad, 15-10-1932). In de zeven jaar dat ze bij het Rotterdamsch Tooneelgezelschap werkte, speelde ze voornamelijk in blijspelen. In 1914 stapte ze over naar de Haghespelers, het gezelschap van Eduard Verkade in Den Haag. De samenwerking met Verkade pakte niet goed uit: ‘Ik begreep hem niet en stond wantrouwend tegenover hem’, zou ze later zeggen (De Telegraaf, 14-6-1958). Tegelijk was ze de onbenullige salon- en modestukjes, waarin zij als de mooie vrouw werd bewonderd, meer dan beu en snakte ze naar ‘het grote, romantische, ruige, heroïsche werk’ (De Telegraaf, 12-2-1916). In 1917 speelde ze bij Heijermans, vanaf 1918 bij het Nederlandsch Tooneel. Een van haar glansrollen daar was de vertolking van Eliza Doolittle in Pygmalion van Shaw.

Mien Duymaer van Twist vertrok in september 1920 naar Berlijn om zich te voegen bij haar toenmalige verloofde en levenslange vriend, de (film)acteur Joop van Hulzen. Ze kreeg werk bij de film en speelde onder andere een rol in Die schuld der Lavinia Morland (1921), onder regie van Joe May. Graag had ze zich na een jaar in Berlijn gevestigd, maar de slechte financiële omstandigheden in Duitsland weerhielden haar daarvan. Terug in Amsterdam speelde ze eerst bij het toneelgezelschap van Louis de Vries, later bij het Princesse-Tooneel van Cor Ruys in Den Haag. In augustus 1923 reisde ze met een groepje acteurs naar Nederlandsch-Indië, waar ze toneel- en chansonsvoorstellingen gaven. In korte tijd vond ze haar weg in de Javaanse societykringen en op 21 april 1925 trad ze in Weltevreden in het huwelijk met Dominique W. Berretty, eigenaar/directeur van nieuws- en telegraafagentschap Aneta. Ze was zijn vierde echtgenote. In september 1925 werd een zoon geboren, Dominique Roderick, in juni 1927 een dochter, Aimée. Toen het meisje een paar maanden oud was, keerde Mien Duymaer van Twist terug naar Europa. De kinderen bleven bij hun vader in Indië en op 28 november 1928 werd het huwelijk met Berretty ontbonden.

Toneel, film en tv

Een paar jaar lang zette Mien Duymaer van Twist in Zuid-Frankrijk en Italië de bloemetjes buiten, maar (financiële?) omstandigheden dwongen haar eind 1929 weer aan het werk te gaan. Ze speelde bij het Oost-Nederlandsch Tooneel en het Rotterdamsch-Hofstadtooneel, waar ze in 1932 een van haar dierbaarste rollen vertolkte: de titelrol in Elisabeth van Engeland van Ferdinand Bruckner. Toch vroeg ze zich in die jaren publiekelijk af wat ze bereikt had en voor wie ze in deze crisistijd eigenlijk speelde. Het toneel met z’n verouderde schouwburgen kon nooit op tegen de film en de moderne bioscopen, liet ze in diverse kranten weten (o.a. Algemeen Handelsblad, 15-10-1932). Nadat Dominique Berretty eind 1934 was omgekomen bij een vliegtuigongeluk met ‘De Uiver’ in de buurt van Bagdad, liet Mien Duymaer van Twist haar beide kinderen naar Nederland komen, maar vanwege haar werk moest ze de zorg aan anderen overlaten. Ze speelde bij diverse gezelschappen en vanaf 1935 kreeg ze weer filmrollen, hoewel ze eerder had verkondigd dat het ‘zuiver machinale’ spelen in films het meest onbevredigende was dat ze kende (Nieuwsblad v.h. Noorden, 16-9-1932). Tot 1940 werkte ze mee aan zeven Nederlandse films. Vanaf september 1938 speelde ze ook bij het Nederlandsch Tooneel in Amsterdam. Wel liet ze weten moe te zijn van het toneel en af te willen van ‘de angst en zorg om het bestaan’ (Nieuws v.d. Dag, 19-5-1938).

Per september 1941, in het tweede oorlogsjaar, trad Mien Duymaer van Twist toe tot het hoorspel-ensemble van de door de Duitsers gelijkgeschakelde Nederlandsche Omroep. Later in de oorlog speelde ze ook met het Noord-Hollandsch Tooneel, dat banden had met de nieuwe orde. Dat werd haar na de bevrijding ernstig aangerekend en in augustus 1945 schorste de Ereraad voor Toneel haar tot 5 mei 1955 wegens verraad aan de hoogste cultuurwaarden. Ze ging in beroep bij de Centrale Ereraad, die in september 1947 haar schorsing terugbracht tot vier jaar. In januari 1952 keerde Mien Duymaer van Twist terug op het toneel in The Cocktail Party van T.S. Elliot bij de Nederlandse Comedie, het gezelschap waarmee ze jarenlang zou optreden. Vanaf 1957 speelde ze daarnaast in populaire tv-series als Pride and Prejudice (1961). Ze werkte hard: overdag was ze bij film- of tv-opnamen, ’s avonds stond ze op de planken. Van ophouden wilde de inmiddels zeventigjarige actrice niet weten. Tegen De Telegraaf vertelde ze dat ze ’s zomers een gezondheidskuur deed (hongeren, baden en vroeg naar bed), dan kon ze er weer tegen (9-9-1961). Vijf jaar later speelde ze nog de rol van moeder in de film De dans van de reiger van Fons Rademaker.

Op 14 mei 1967 overleed Mien Duymaer onverwacht op 76-jarige leeftijd in haar huis aan de Amsterdamse Vondelstraat. Op 19 mei werd ze onder grote belangstelling op Zorgvlied begraven. Haar collega Guus Oster memoreerde haar grote verdiensten en Ramses Shaffy sprak een laatste woord.

Betekenis

Mien Duymaer van Twist was een actrice die met gretigheid leefde en zich snel eigen meningen vormde, dikwijls vol humor en zelfspot. Daardoor was ze bij uitstek geschikt voor blijspelen en minder voor tragedies, al voelde ze zich daartoe wel aangetrokken. Ze was een ‘grande dame’, ondeugend en niet helemaal serieus over de ‘grote stijl’ die zij toch perfect kon uitdragen. Daarom paste ze uitstekend in de stukken van Molière, Feydeau, Shaw, Elliot. Ze beheerste het vak en stond voor haar rol, meestal met een air alsof zij daarvoor haar hand niet hoefde om te draaien (De Tijd, 16-7-1967).

Naslagwerken

BWN (lemma Dominique Berretty); Honig; Nederland’s Patriciaat.

Archivalia

  • NIOD, Amsterdam: archief 284, Zuivering kunstenaars, 7.6 en 7.15.
  • Bijzondere Collecties UvA, Collectie Theater Instituut Nederland, BRDUYM_001, 002, 003,004.
  • Stadsarchief Amsterdam: archiefkaart en Overgenomen Delen.

Rollen

Voor een overzicht, zie Honig.

Literatuur

  • Nieuwsblad van het Noorden, 12-4-1915; 16-9-1932.

  • De Telegraaf, 12-2-1916; 14-6-1958; 9-9-1961.
  • Algemeen Handelsblad, 15-10-1932.
  • Nieuws van de Dag, 19-5-1938.
  • De Tijd, 16-7-1967.
  • Joop van Hulzen, Memoires [niet gepubliceerd; coll. auteur].
  • Dick Verkijk, Radio Hilversum 1940-1945. De omroep in de oorlog (Amsterdam 1974) 342, 371, 559.

  • Adama Zijlstra, Vaar wel Scheveningen! (Leiden 1974).
  • Anke Hamel red., Mijn liefste lief. Brieven van Jean-Louis Pisuisse aan Fie Carelsen (Den Haag 1989).
  • R.L. Erenstein e.a. red., Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen (Amsterdam 1996).

Illustratie

Mien Duymaer van Twist, door Jacob Merkelbach, 1918 (Stadsarchief Amsterdam).

Auteur: Pauline Micheels

 

laatst gewijzigd: 30/09/2017