Voskuijl, Elisabeth (1919-1983)

 
English | Nederlands

VOSKUIJL, Elisabeth (geb. Amsterdam 5-7-1919 – gest. Amsterdam 6-5-1983), actief in het verzet. Dochter van Johannes Hendrik Voskuijl (1892-1945), boekhouder, en Christina Alida Sodenkamp (1899-1990). Elisabeth Voskuijl trouwde op 5-5-1946 in Amsterdam met Cor van Wijk (1919-2002), meubelmaker, eigenaar stoffeerdersbedrijf. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

Elisabeth (Bep) Voskuijl was de oudste in een Amsterdams gezin van acht kinderen – ze had zes zussen en één broer. De opvoeding was streng: de meisjes werkten vanzelfsprekend mee in het huishouden en ook Bep en haar zus moesten naar catechisatie. Tot eind jaren twintig had haar vader een goede baan als boekhouder, maar vanwege de crisis raakte hij die kwijt, zodat Bep na de lagere school niet verder mocht leren maar geld moest verdienen. Ze werkte als kamermeisje, winkelmeisje en serveerster en volgde in 1937 in de avonduren cursussen bij de secretaresseopleiding Schoevers. Met de daar behaalde diploma’s voor Duits, stenografie en boekhouden ging ze als stenotypiste aan de slag bij Opekta, een bedrijf van Otto Frank, de vader van Anne. Toen zijn onderneming in december 1940 naar een kantoor op de Prinsengracht 263 verhuisde, werd Beps vader aangenomen als magazijnmeester.

Tijdens de oorlog

Bep Voskuijl leerde vlak voor het uitbreken van de oorlog de afgezwaaide dienstplichtige Bertus Hulsman kennen. Samen hielden ze van dansen. In 1942 vroeg Otto Frank aan Voskuijl om hulp bij zijn onderduikplannen vanwege de anti-joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Drie andere medewerkers op het Opekta-kantoor, onder wie Miep Gies, hadden hun steun al toegezegd, maar Frank aarzelde om de 22-jarige Bep erbij te betrekken: hij vond haar te jong voor de gevaarlijke onderneming. Vanaf begin juli 1942 namen Bep Voskuijl en Miep Gies de verzorging van de onderduikers op zich. Zo werd Bep verantwoordelijk voor de aanvoer van melk, die ze betrok van een melkboer die haar ‘wel erg leuk’ vond. Onder haar eigen naam bestelde ze schriftelijke cursussen bij de Leidse Onderwijsinstellingen, zodat de onderduikers Anne en Margot Frank en Peter van Pels stenografie konden leren en Margot elementair Latijn.

Bep Voskuijl komt enkele malen voor in het dagboek van Anne Frank. Zo beschrijft Anne dat Bep een keer bleef logeren, wat voor de laatste een slapeloze nacht betekende, vol angst om te worden opgepakt. Beps vier jaar jongere zuster Nelly komt ook voor in Annes dagboek. Zij gold als pro-Duits omdat ze Duitse vriendjes had en op een Duitse vliegtuigbasis in Noord-Frankrijk werkte. Anne schreef ook uitvoerig over Beps vriend Bertus Hulsman, die in Duitsland moest werken maar tijdens zijn verlof in Nederland onderdook. Anne mocht hem niet. Bep zou na de oorlog opbiechten dat zij en Pectacon-medewerker Victor Kugler verliefd op elkaar waren. Omdat hij getrouwd was, had ze niet doorgezet.

Na de oorlog

Kort na de Duitse inval in het achterhuis hielp Bep Voskuijl Miep Gies met het verzamelen van de dagboeken en losse dagboekbrieven van Anne. Haar relatie met Bertus Hulsman ging uit en begin 1945 leerde ze Cor van Wijk kennen, met wie ze in mei 1946 trouwde. Toen ze een jaar later haar eerste zoon kreeg, was ze al vertrokken bij Opekta omdat zij zich volledig aan haar gezin wilde wijden. Wel hield ze contact met Otto Frank en diens tweede vrouw Fritzi, en ook met Victor Kugler, die sinds 1955 in Canada woonde. Voskuijl deed de boekhouding van het stoffeerdersbedrijf van haar man. In 1949 verhuisde ze met haar gezin naar het Galileïplantsoen in de Amsterdamse Watergraafsmeer, waar ze de rest van haar leven bleef wonen.

Bep Voskuijl was bescheidener over haar rol in de hulp aan de onderduikers dan Miep Gies: zij profileerde zich dan ook minder als ‘helpster van Anne Frank’. Wel werd ze in 1959 als getuige gehoord voor het Landgericht in Lübeck in een zaak van Otto Frank tegen twee Duitsers die de authenticiteit van Annes dagboek in twijfel trokken. De strafzaak eindigde met een schikking, maar mede op grond van haar getuigenis kwamen de beklaagden tot inkeer. Tegelijk met Miep Gies, Joannes Kleiman en Victor Kugler kreeg Bep Voskuijl in 1972 de Yad Vashem-onderscheiding. Pas in 2015 kwam een boek uit over haar als helpster van de Franks. Bij de verschijning hiervan ging de media-aandacht vooral uit naar de mogelijke rol die zus Nelly bij het verraad gespeeld zou hebben.

Literatuur

  • Aukje Vergeest, Anne Frank in het Achterhuis. Wie was wie? (Amsterdam 2013).
  • Jeroen de Bruyn en Joop van Wijk, Bep Voskuijl, het zwijgen voorbij. Een biografie van de jongste helpster van het Achterhuis (Amsterdam 2015).

Illustratie

Foto, rond 1937 (Foto-collectie Anne Frank Stichting, Amsterdam).

Auteur: David Barnouw

laatst gewijzigd: 13/07/2016