Walraven, Jeanne Clara (1878-1969)

 
English | Nederlands

WALRAVEN, Jeanne Clara, vooral bekend als Jeanne Beyerman-Walraven (geb. Semarang, Ned.-Indië 14-6-1878 – gest. Arnhem 20-9-1969), componiste. Dochter van Jacob Walraven (1834-1906), bankier, en Alida Catharina Jolles (1852-1897). Jeanne Walraven trouwde op 10-4-1911 in Dordrecht met Theodorus Beyerman (1881-1950), huisarts. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren.

Jeanne Walraven werd geboren in Semarang, als eerste kind in een bankiersgezin – later volgden Jacoba Aleida (1879) en Dirk Willem (1881). Toen Jeanne vier jaar was, keerde het gezin terug naar Nederland, waar in Den Haag broer Cornelis (1890) werd geboren. Jeanne en Jacoba bleken muzikaal en kregen hun eerste pianolessen van hun moeder. Rond 1892 vertrok het gezin opnieuw naar Nederlands-Indië, zeer tegen de zin van de inmiddels vijftienjarige Jeanne. Toen de moeder in 1897 in Batavia overleed, werden de kinderen in Nederland ondergebracht bij familie – de vader bleef in Indië.

Autodidact

In Nederland werkte Jeanne Walraven als pianolerares. Daarnaast volgde ze compositielessen bij Frits Koeberg. In februari 1907 werd in Londen, tijdens een concert met uitsluitend door vrouwen gecomponeerde muziek, voor het eerst een werk van haar uitgevoerd: een sonate voor viool en piano. In deze periode werkte ze ook aan haar Concertouverture voor orkest (1910), die in Nederland werd uitgevoerd door dirigent Wouter Hutschenruyter en zijn Utrechts Stedelijk Orkest. Dit laatromantische werk, met welluidend koper en meeslepende melodieën, ontlokte aan Hutschenruyter in zijn memoires de uitspraak dat hij dergelijke stoerheid en kracht niet van een vrouw verwacht had (Hutschenruyter, Consonanten en dissonanten, 132).

In 1911 trouwde Jeanne Walraven met Theo Beyerman, een huisarts die haar liefde voor muziek deelde. Het echtpaar vestigde zich in Amsterdam, waar Theo naast zijn huisartsenpraktijk in de De Lairessestraat ook werkzaam was in de armenzorg. Al snel werden twee dochters geboren, Sara (1912) en Aleida (1914). In verwachting van haar oudste dochter schreef Jeanne – die zich voortaan Beyerman-Walraven noemde – haar Koraal voor piano (1911). Dochter Saar herinnerde zich hoe thuis altijd moderne muziek klonk. In een interview beschreef ze hoe haar ouders partituren bestudeerden voordat ze naar het Concertgebouw gingen: ze speelden samen de muziek door, de een aan de vleugel en de ander aan de piano (Jeanet van Omme, ‘Jullie moeten een vak leren’, 44-5).

Jeanne Beyerman-Walraven bleef ook zelf componeren. In 1913 zong Jacoba Repelaer van Driel haar liederen Nachtstilte en Geluk voor alt en orkest op teksten van P.C. Boutens met het Concertgebouworkest onder leiding van Cornelis Dopper. Ook het orkestwerk Lento en Allegro moderato (1921) werd onder directie van Dopper in het Concertgebouw uitgevoerd. Geïnspireerd door Franse muziek en de Tweede Weense School ontwikkelde ze haar stijl van late romantiek naar een moderner idioom. In 1936 noemde Henk Badings in De Hedendaagsche Nederlandse muziek haar muziek vooruitstrevend en oordeelde hij dat ze op grond van haar muziek ingedeeld zou moeten worden bij de revolutionairen, naast componisten als Willem Pijper en Henriëtte Bosmans. Uit een brief aan haar uitgever Donemus uit 1956 blijkt dat Jeanne ook in de oorlog gecomponeerd heeft. Uit deze tijd zijn echter geen uitvoeringen bekend.

Nieuwe impuls

In 1946 verhuisde het echtpaar Beyerman naar een grote villa in Laren, waar Theo privéarts van de familie Siemens werd. Toen haar man vier jaar later overleed als gevolg van lymfklierkanker, moest Jeanne de woning verlaten. Ze vestigde zich in Arnhem, waar ook haar oudste dochter woonde. Daar componeerde Jeanne Beyerman-Walraven een finale voor de vioolsonate uit het begin van haar carrière, uitgegeven door Broekmans & Van Poppel. Bij diezelfde uitgever verschenen het Andante espressivo con molto emozione (1950) voor piano solo en de Drie liederen op Franse tekst (1950) die ze componeerde voor de Franse mezzosopraan Noemi Perugia, met wie zij goed bevriend was. Andere werken werden uitgegeven door Donemus, waaronder De ramp uit 1953 op een gedicht van de dertienjarige Renée. Tot op hoge leeftijd hield Beyerman-Walraven de ontwikkelingen in de nieuwe muziek bij door componisten als Pierre Boulez, Luigi Nono, Olivier Messiaen en anderen op de voet te volgen. Ze bleef ook bezig met het herzien van bestaande werken, maar daaruit zijn geen nieuwe composities voortgekomen.

Jeanne Beyerman-Walraven overleed op 20 september 1969 op 91-jarige leeftijd.

Betekenis

Veel composities van Jeanne Beyerman-Walraven zijn kort na hun voltooiing uitgevoerd door musici van naam. De componiste hield er echter niet van om met haar muziek op de voorgrond te treden – binnen de familie werd zij wel een ‘kluizenaartje’ genoemd. Dit is misschien een reden waarom haar hoogwaardige oeuvre geen repertoire gehouden heeft. Dankzij musicologe Helen Metzelaar en de stichting Vrouw en Muziek is er sinds de jaren tachtig sprake van enige hernieuwde belangstelling voor haar werk. Op 7 november 1981 klonk na ruim zeventig jaar opnieuw haar Concertouverture in het Concertgebouw, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Miklos Erdelyi.

Archivalia

  • Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: 4 muziekmanuscripten en een brief.
  • Stadsarchief Amsterdam: archiefkaarten.
  • Regionaal Archief Dordrecht: huwelijksakte.
  • Privé-archief familie Beijerman-Walraven.

Composities

  • Sonate voor viool en piano (1909/1952).
  • Concertouverture (1910).
  • Koraal voor orgel of piano (1911).
  • Orkeststuk (1921).
  • Lied op Nederlandse tekst voor altstem en orkest (1922).
  • Twee stukken voor piano solo (1922).
  • Drie liederen op Nederlandse tekst (1942-1953).
  • Drie liederen op Franse tekst (1950).
  • Andante espressivo con molto emozione (1950).

Literatuur

  • Arnhemsche Courant, 15-2-1907.
  • Wouter Hutschenruyter, Consonanten en dissonanten. Mijn herinneringen (Den Haag 1930).
  • Henk Badings, De hedendaagsche Nederlandsche Muziek (Amsterdam 1936).
  • Helen Metzelaar, Honderd jaar Nederlandse componistes. Een overzicht van de rol van de componistes in het Nederlandse muziekleven en analyses van werken van twee componistes (Amsterdam 1985) [doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam].
  • Cootje van Oven, Wat belangrijk is geweest (Amsterdam 1994).
  • Jeanet van Omme, ‘Jullie moeten een vak leren’, in: Jeanet van Omme, Annemarie Aalders en Vilan van de Loo red., Rebels binnen de regels. Het vrouwendispuut Arktos, 1917-1997 (Hilversum 1997) 42-45 [interview met Sara de Graaff-Beijerman].
  • Helen Metzelaar, lemma ‘Beijerman-Walraven, Jeanne’, Grove Music Online. Oxford Music Online [URL http://www.oxfordmusiconline.com/subscriber/article/grove/music/48108; geraadpleegd 15-11-2016].

Illustratie

Jeanne Beyerman-Walraven, door Harry van Steenis, ongedateerd (familiearchief).

Auteur: Carine Alders (met dank aan Marianne van Vliet-de Graaff)

laatst gewijzigd: 15/11/2016