Wttewaal van Stoetwegen, Christine Wilhelmine Isabelle (1901-1986)

 
English | Nederlands

WTTEWAALL VAN STOETWEGEN, Christine Wilhelmine Isabelle, ook bekend als ‘de freule’ (geb. Amsterdam 1-1-1901 – gest. Den Haag 15-10-1986), Tweede-Kamerlid. Dochter van Henri Alexander Wttewaall van Stoetwegen (1867-1941), belastinginspecteur, en Catharina Cornelia van Swinderen (1871-1930). Bob Wttewaall bleef ongehuwd.

Freule Christine (Bob) Wttewaall, oudste dochter van een belastinginspecteur uit een in 1841 geadelde notabelenfamilie, bracht haar jeugd door in Oostburg (Zeeuws-Vlaanderen) en – vanaf 1909 – Rotterdam. Ze had drie broers en twee zusters. Omdat ze veel ziek was, deed ze lang over haar schoolopleiding. Daar kwam nog bij dat ze in 1919 door haar streng gereformeerde ouders naar een kostschool in Zwitserland gestuurd omdat ze zich heimelijk had verloofd. Terug in Nederland deed ze pas op haar 21ste – in 1922 – eindexamen gymnasium in Schiedam. Ze ging over naar de Nederlandse Hervormde Kerk en studeerde van 1922 tot 1927 rechten in Leiden. Daar raakte ze bevriend met de eveneens als studente ingeschreven prinses Juliana. Na haar doctoraalexamen werd ze in 1927 secretaresse bij de Federatie van Christelijke Vereenigingen van en voor Vrouwen en Meisjes. In 1930 overleed haar moeder onverwacht en keerde Bob Wttewaall terug naar het ouderlijk huis om de zorg voor het huishouden op zich te nemen. In 1936 werd ze weer secretaresse, nu bij de Nederlandsche Christen Vrouwenbond. Tijdens de Duitse bezetting was ze lid van het illegale Nederlandsch Vrouwen Comité.

‘Rode freule’

Na de bevrijding in 1945 vroeg de christelijk-historische leider H.W. Tilanus freule Wttewaall (spreek uit: Utewaal) voor een tijdelijke Tweede Kamerzetel in het zogeheten Noodparlement als vervangster van zijn partijgenote C.F. Mackay-Katz. Vervolgens werd ze bij de eerste naoorlogse verkiezingen in mei 1946 gekozen en zou ze tot mei 1971 voor de Christelijk-Historische Unie (CHU) in de Kamer blijven, waarvan de laatste acht jaar als vice-fractievoorzitter. In haar ‘maidenspeech’ (19 december 1945) pleitte ze voor een rechtvaardige berechting van politieke (oorlogs)delinquenten en hun familieleden. In de periode 1947-1956 nam ze als lid van de parlementaire enquêtecommissie aangaande het regeringsbeleid in bezettingstijd deel aan de verhoren en schreef ze mee aan het eindrapport.

In de Kamer liet freule Wttewaall vaak een eigen geluid horen. In december 1949 stemde ze voor de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, tegen de zin van de behoudende meerderheid in haar fractie. In het najaar van 1955 kwam ze in aanvaring met haar oude politieke mentor Tilanus toen ze een motie van de Partij van de Arbeid en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie steunde ‘dat het niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden’ Tilanus vertegenwoordigde het toen gangbare confessionele standpunt dat de vrouw in het gezin hoorde (Wttewaall, 1973, 294). De ‘rode freule’, zoals ze in de wandelgangen werd genoemd, pleitte ook voor gelijke beloning van mannen en vrouwen bij gelijkwaardig werk en voor aparte vrouwengevangenissen, maar toonde zich in andere opzichten behoudend. Zo wilde ze in 1952 de minimumleeftijd voor verkiezing in Provinciale Staten of de Tweede Kamer niet verlagen naar 23 jaar, omdat op die leeftijd de nodige levenservaring en levenswijsheid nog zou ontbreken.

Als vriendin van de Koninklijke familie speelde freule Wttewaall een opvallende rol in de publieke discussie over de huwelijken van de prinsessen Irene in 1964 en Beatrix in 1966. Was de grote twistappel in 1964 de overgang van prinses Irene naar de rooms-katholieke kerk, in 1966 maakte de verloving van de kroonprinses met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg veel emoties los. In de Kamer en in de media wees de freule steeds op de historische band tussen de Oranjes en het Nederlandse volk en vroeg ze ook aandacht voor de menselijke kant van het koningschap.

Bij het zestigjarig jubileum van de CHU in 1968 werd de freule commandeur in de Orde van Oranje Nassau. Het werk in de Kamer viel haar wel steeds zwaarder, vooral door de slopende vergadercultuur die er onder het kabinet-Den Uyl heerste. ‘Dit is gekkenwerk!’, riep ze na de zoveelste nachtelijke Kamerzitting in november 1970 getergd uit. In februari 1971 kreeg ze als waarnemend Kamervoorzitter de schrik van haar leven toen een demonstrant zich vanuit de publieke tribune naar beneden liet zakken om te protesteren tegen een rechtszaak die tegen hem liep. In 1971 werd ze tijdens de verkiezingscampagne ingezet om jonge kiezers te werven. Ze verscheen met haar lijsttrekker B.-J. Udink op de Dam in Amsterdam, waar langharige toeristen toen bezit hadden genomen van het Nationaal Monument. Samen mengden ze zich onder de ‘hippies’. De foto’s van de zeer conservatieve Udink en de freule als ‘Damzitters’ haalden alle dagbladen. Ze keerde in mei 1971 niet terug in de Kamer, maar was een maand eerder wel benoemd tot erelid van haar partij. In 1973 trad ze nog op als lid van het Nationaal Comité Zilveren Regeringsjubileum Koningin Juliana. Daarna verdween ze uit de openbaarheid. Freule Wttewaall overleed in 1986 in Den Haag, 85 jaar oud.

Reputatie

Freule Bob Wttewaall was een diep gelovige maar ruimdenkende ‘backbencher’ voor een confessionele partij die vanouds gematigd conservatief was. Haar politieke invloed was groter dan haar plaats in de partij zou doen vermoeden. Het Parlementair Documentatie-centrum onthult dat ze op paleis Soestdijk, waar ze kind aan huis was, door de prinsesjes ‘tante Bol’ werd genoemd en omschrijft haar als een ‘kleine, praatgrage, vrijgezelle adellijke dame die door haar onconventionele optreden zowel binnen als buiten de Tweede Kamer grote populariteit verwierf[:] vooruitstrevend op sociaal gebied, maar overigens behoudend’.

Naslagwerken

BWN; PDC.

Archivalia

Nationaal Archief, Den Haag: archief C.W.I. Wttewaall van Stoetwegen.

Publicaties

Naast artikelen in De Christenvrouw, Trouw, Vrouwenbelangen en De Nederlander o.a.:

  • 'Rol en betekenis van de CH-vrouwen', in: A.J. van Dulst red., Herinneringen aan de Unie waarin we ons thuis voelden. Christelijk-historische karakteristieken (Den Haag 1980) 85-88.
  • De freule vertelt (Baarn 1973).

Literatuur

Behalve diverse necrologieën in dag-, week- en maandbladen:

  • Nederland’s Adelsboek 46 (1953) 438.
  • Bibeb, Vrij Nederland 26-2-1966.
  • G. Puchinger, Tilanus vertelde mij zijn leven (Kampen 1966).
  • Bibeb, Vrij Nederland, 26-2-1966; herdrukt onder de titel 'Jkvr.mr. C.W.I. Wttewaall van Stoetwegen. Ik moet elke dag op de barricade - ik ben helemaal ausgeclaust', in: Idem, Bibeb & andere VIP's (Amsterdam 1967).
  • G. Puchinger, ‘Jkvr.mr. C.W.I. Wttewaall van Stoetwegen’, in: Idem, Hergroepering der partijen? (Delft 1968) 171-198.
  • F. van der Molen, "Wie is wie in de Tweede Kamer?" (1970).
  • Marcel ten Hooven en Ron de Jong, Geschiedenis van de Christelijk-Historische Unie, 1908-1980 (Amsterdam 2008).

Illustratie

Freule Wttewaal van Stoetwegen tussen de ‘hippies’ op de Dam, door onbekende fotograaf, 1971 (Nationaal Archief / Spaarnestad Photo).

 

Auteur: Wim Slagter

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 897

laatst gewijzigd: 17/10/2017