17/11/1627

 
English | Nederlands

17 - 11 - 1627

Presentielijst:

Resoluties:

1 De Gedeputeerde Staten van het Kwartier Veluwe verzoeken d.d. Arnhem 31 okt. de betaling te regelen van de schipbruggen, trekpaarden en dergelijke die in het leger gebruikt zijn. Gewoonlijk werden deze door het kantoor van de konvooien en licenten betaald maar daar is nu geen geld.
HHM vragen hierover advies van de RvS, alsmede over het verzoek van de paardendrijvers uit Zaltbommel en elders.

2 Naar aanleiding van het op 13 nov. gedane voorstel van de Franse ambassadeur vragen HHM de Admiraliteit te Amsterdam of de Franse schepen in zee gebracht kunnen worden en of zij de in beslag genomen fluiten onder borgstelling wil vrijgeven.

3 Op het opnieuw gedane verzoek van Soranzo d.d. 11 nov. om restitutie van 35 kisten suiker 1 handhaven HHM de naar aanleiding van het rapport van de afgevaardigden van de Admiraliteit te Amsterdam op 10 nov. genomen resolutie van dezelfde datum.

4 Een brief van Joachimi d.d. Londen 29 okt. behoeft geen resolutie.
HHM schrijven hem de eventueel te Portsmouth liggende oorlogsschepen naar de kust van Vlaanderen te laten vertrekken.

5 De uit Utrecht teruggekeerde generaalmeester Adriaen Claessen Muijt compareert en overhandigt zijn verslag betreffende de stuiver en halve stuiver die daar gemunt worden. De magistraat weigert de stempels van deze stuivers vervallen te verklaren maar heeft wel de boeken van de waardijn geopend om te zien hoeveel stuivers en halve stuivers er al zijn geslagen.
Hierna compareert de muntmeester van Utrecht. Hij presenteert een brief waarin de burgemeesters en vroedschap van Utrecht wijzen op hun privilege om stuivers, halve stuivers en kleingeld dat minder waard is te mogen munten. Verder wijzen zij op de voorbeelden van Zwolle en Groningen waar ook kleingeld gemunt wordt. Zij stellen voor de stempels in te trekken als voor 1.500 mark is gemunt of eerder indien het algemene herstel van de munt eerder is bereikt.
De bovengenoemde stuivers en halve stuivers zullen bij plakkaat ongeldig worden verklaard. De Utrechtse muntmeester zal morgen ter vergadering worden ontboden om berispt te worden voor het munten van dit kleingeld en om gewaarschuwd te worden dit niet meer te doen.

6 Op het nadere verzoek van Hans van Roijen en consorten laten HHM de RvS hun het rantsoen voor hun gevangenen betalen omdat hun gevangenen zijn opgenomen in het uitwisselingsverdrag.

7 Om de oorlogsschepen te voorzien van dertig musketiers heeft Z.Exc. voorgesteld vier Nederlandse compagnieën te nemen en deze elk met honderd koppen te verhogen. De pieken van deze compagnieën moeten vervangen worden door musketten en de oude, onbekwame soldaten moeten bij andere compagnieën worden ingedeeld. Anderen stellen voor om zeven in plaats van vier compagnieën te nemen. Dit om te voorkomen dat een nieuwe lichting van vierhonderd man gedaan moet worden.
HHM stellen een besluit uit.

8 Inzake het plakkaat van 17 maart adviseren de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteiten de bemanning van de schepen wat te verminderen.
HHM gaan niet akkoord met deze vermindering. De heren van Holland vragen om een kopie van het advies.

9 De gedeputeerden van de Admiraliteiten verzoeken om duidelijkheid. HHM hebben d.d. 26 sept. 1626 de Admiraliteiten aangeschreven dat het aan de pachters toekomende kwart niet van het derde deel van het land maar van het totaal van de confiscaties moet worden betaald. De vraag is of dit kwart alleen door het land gedragen wordt of dat het ook ten laste van de officieren van het land komt en naar rato moet worden afgetrokken van de aandelen waarop zij volgens de plakkaten recht hebben.
HHM stellen een besluit uit. De heren van Holland vragen om een kopie van het rekest.

10 Eck en de andere gecommitteerden naar de bespreking met de WIC berichten over de manier waarop de kosten van het verzoek van de Compagnie enigszins verlaagd kunnen worden, namelijk door jaarlijks 2 st. te betalen voor elke voet lengte van de stevens van alle schepen.
HHM verzoeken Eck en de andere heren dit met Z.Exc. te bespreken.

1 Op 30 okt. wordt een aantal van 36 genoemd.