Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
Samenvatting
4d. Continentale en Atlantische politiek.
Stikker heeft een tussenvoorstel aan Amerika gedaan inzake de tegenstelling met de Fransen t.a.v. de Duitse herbewapening. Tijdens daaropvolgende besprekingen bleek dat de Fransen vasthielden aan het Plan-Pleven. Ten gevolge hiervan zijn de besprekingen in Londen vastgelopen. Stikker verwacht dat nieuwe Amerikaanse voorstellen teveel aan de Fransen tegemoet zullen komen.
Stikker prefereert een samenwerking in Atlantisch verband boven een continentaal blok van 6 landen, waarin Frankrijk de leiding zal hebben, welke op een later ogenblik naar Duitsland zal overgaan.
Op een vraag of de regering zich hiermee distantieert van de Raad van Europa deelt Stikker mee, dat in Straatsburg sterk de gedachte leefde om West-Europa een belangrijke rol te laten spelen als derde macht, doch dat de voorzichtige richting in Straatsburg opnieuw gewonnen heeft. Er is wel een aanbeveling aanvaard inzake de vorming van een Europees leger, wat Stikker betreurt, aangezien naar zijn oordeel het zwaartepunt van de defensie in de NAVO moet liggen.
De minister-president meent, dat men moet aannemen dat Engeland niet zo gemakkelijk tot supranationale organen zal toetreden. Voor militaire zaken is Nederland i.h.b. op Amerika en Canada aangewezen, zodat hij grote bezwaren heeft tegen het Franse plan voor een Europees leger.
Besloten wordt dat Nederland zich niet zal binden aan Franse plannen voor samenwerking met een beperkt aantal landen t.a.v. de defensie, maar zich bereid zal tonen binnen Atlantisch kader tot zeer nauwe samenwerking te komen.
Zie ook