Inleiding

 
English | Nederlands

Inleiding digitale bronnenuitgave Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

De zes lidstaten van de EGKS en de EEG

Na 1945 ontwikkelde de internationale samenwerking met andere landen in Europa zich tot het belangrijkste bestanddeel van de Nederlandse buitenlandse politiek. Het buitenlands beleid kwam in het daglicht te staan van economische samenwerking in het kader van de Benelux en van de Marshall Hulp. Nederland speelde een actieve rol in de internationale toenadering in West-Europa, zoals deze onder andere gestalte kreeg in de EGKS in 1951. Economische belangen – met name de vermindering van de handelsbelemmeringen – waren van grote betekenis voor het gevoerde beleid. In 1957 mondde een en ander uit in de Verdragen van Rome voor de oprichting van de EEG en van Euratom.

Binnen de EEG trachtte Nederland de eigen opvattingen inzake de handelspolitiek ingang te doen vinden. Ook propageerde Den Haag het instellen van een zekere mate van supranationaal gezag. De Nederlandse denkbeelden weken af van die van de grote lidstaten Frankrijk en West-Duitsland en van de richting waarin de nagestreefde gemeenschappelijke markt zich na 1957 ontwikkelde. Het ontstaan van een Europees landbouwbeleid was in dit opzicht van groot belang.

Ook in de uitbreiding van economische naar politieke samenwerking binnen de EG nam Nederland een bijzondere positie in. In 1969 kwamen de lidstaten in Den Haag overeen een economische en monetaire unie tot stand te brengen, waarin ook op politiek terrein nauwer zou worden samengewerkt. Besloten werd tevens onderhandelingen aan te knopen met Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken over toetreding tot de Gemeenschap. Nederland was een fervent voorstander van uitbreiding van de EG met Groot-Brittannië. De uitbreiding van zes naar negen lidstaten kreeg in 1973 zijn beslag.

Met deze ontwikkelingen nam de speelruimte voor het voeren van een eigen buitenlands beleid af. Mede daarom stelde Den Haag zich in de jaren zeventig en tachtig terughoudend op ten aanzien van voorstellen voor verdere uitbreiding van de Europese samenwerking. Wel was Nederland een voorstander van de totstandkoming van de Single European Act van 1986, die de door Nederland steeds beleden vrije interne markt in het vooruitzicht stelde. De verdergaande politieke samenwerking werd dat jaar vastgelegd en geclausuleerd.