Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
S01371
25-01-1962
Actoren
Brief
Samenvatting
Ministeriƫle bijeenkomst tussen Engeland en de EEG op 18-1-1962.
Tijdens de bijeenkomst bleek overeenstemming te bestaan over de voortzetting van de onderhandelingen met grotere intensiteit. Het belangrijkste meningsverschil betrof de kwestie of onderontwikkelde Gemenebestlanden in Afrika en de CaraĆÆbische zone de mogelijkheid tot associatie moet worden geboden. Hierover werden door de delegaties, met uitzondering van de Franse, positieve verklaringen afgelegd. Van Franse zijde werd gesteld dat de zes thans met grote spoed de inhoud van het toekomstige associatie-regiem voor de reeds geassocieerde Afrikaanse landen zouden moeten vaststellen. Voordat de zes het eens zijn over de Afrika-politiek is het moeilijk om met de Britten over een regeling voor de naburige Gemenebestlanden te spreken.
Winstpunt van de vergadering was dat de landbouw in behandeling kan worden genomen. Daar staat tegenover dat in Parijs nog obstakels moeten worden overwonnen alvorens Frankrijk tot werkelijke onderhandelingen wil overgaan.