Engelberts, Frauck Juliana Geertruida Wilhelmina Constantina (1880-1929)

 
English | Nederlands

ENGELBERTS, Frauck Juliana Geertruida Wilhelmina Constantia, ook bekend onder het pseudoniem L.E. (Lite Engelberts) (geb. Vorden 19-5-1880 – gest. Huis ter Heide 27-9-1929), schrijfster. Dochter van Derck Engelberts (1852-1913), officier van justitie, en Anna Jacoba Nepveu (1844-1904). Frauck Engelberts bleef ongehuwd.

Frauck Engelberts groeide samen met haar eeneiige tweelingzus Johanna en twee broers op in een beschermd en comfortabel milieu, eerst in Vorden en vanaf haar vierde in Zutphen. De kinderen kregen onder meer les van de Zwitserse gouvernante Jeanne Elise Roberti, van wie zij meer Frans dan Nederlands leerden. Daarom kregen zij ook een paar keer per week Nederlandse les van een Nederlandse huisonderwijzer. Op hun twaalfde werden Frauck en Johanna op de kostschool Welgelegen te Warnsveld bij juffrouw Cornélie de Puy geplaatst. Na de kostschooltijd gingen de zusjes weer bij hun ouders wonen. Omdat de vader een carrière binnen de magistratuur ambieerde, woonde het gezin achtereenvolgens in Maastricht, Zierikzee en Assen, waar hij in 1909 officier van justitie werd.

Frauck en Johanna hadden belangstelling voor geschiedenis en begonnen al jong met schrijven. De historische belangstelling erfde Frauck naar eigen zeggen van haar grootvader, mr. J.I.D. Nepveu (1810-1887), die in de jaren 1840-1855 redacteur was van het jaarboek Aurora en in 1867 een deel van de correspondentie van de Friese staatsman en dichter Onno Zwier van Haren uitgaf. Op die uitgave zou Engelberts later haar biografische roman Een vergeten proces (1925) baseren. Ook haar vader kon boeiend over het verleden vertellen.

Lite Engelberts

In april 1901 debuteerde Frauck Engelberts met het vierdelige feuilleton ‘Pastel’ in het weekblad Eigen Haard, een liefdesverhaal ten tijde van Napoleons tocht naar Moskou, waarin zij ook haar kostschoolervaringen verwerkte. Het verscheen later in de bundel Silhouetten (1906). Ook haar andere historische novellen verschenen vaak eerst als feuilleton in een periodiek. De roman Mietje van der Dussen, die tegen de achtergrond van de Bataafse revolutie van 1795 speelt, verscheen aanvankelijk als vervolgverhaal in Stemmen des Tijds (1917) en werd een jaar later ook in boekvorm uitgegeven.

De meest geslaagde roman van Frauck Engelberts is De oude strijd om het bestaan, een vervolgverhaal in Stemmen des Tijds (1923) dat in 1924 in boekvorm uitkwam – het beleefde tal van herdrukken. De op feiten gebaseerde roman vertelt het verhaal van drie generaties Verstege te Zutphen. Een van de hoofdpersonen, Bernard Joost Verstege, was een burgemeester van Zutphen die zich in de jaren tachtig van de achttiende eeuw had ontpopt als compromisloos patriot.

Net als haar zus had Frauck Engelberts een voorkeur voor het beschrijven van adellijke families in de achttiende eeuw. Beide schrijfsters hadden de sociale bovenlaag als mikpunt en gaven het verleden op eigen wijze vorm – niet zozeer waarheidsgetrouw maar zoals het geweest had kunnen zijn. De Amsterdamse gemeentearchivaris Isabella van Eeghen stelt dat Frauck Engelberts zich terdege inlas voor haar verhalen en romans. Zelf zei Engelberts zich niet te willen vergissen ‘wat de aankleeding en zoo meer betreft’ (gecit. Risseeuw). Met behulp van dagboeken, brieven en persoonlijke archiefstukken – die haar veelal werden toegestuurd of die ze in het Utrechts Archief raadpleegde – stelde ze personen van vlees en bloed samen. Daarbij had zij een voorkeur voor vrouwelijke hoofdpersonen met een sterk karakter. De meeste van haar verhalen zijn chronologisch en hebben de vorm van een herinnering aan een conflict. Daarbij koos ze de vertelpositie van een latere – niet achttiende-eeuwse – buitenstaander.

Huis ter Heide

Na de dood van hun vader (1913) – moeder was al in 1904 gestorven – verhuisde Frauck Engelberts met haar zus naar Huis ter Heide, waar ze tot haar dood bleef wonen. De tweelingzussen leidden een teruggetrokken bestaan. Zoals Frauck Engelberts zei over Stemmen des Tijds: ‘wij hebben ons nooit bij een of anderen kring gevoegd, wij stonden er zoo buiten’ (gecit. Risseeuw). Over contacten met hun broers is weinig bekend. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de zussen elkaar hun werk voorlazen en het bekritiseerden, maar of en hoe ze bij het schrijven samenwerkten, is onduidelijk.

In de lente van 1929 werd Frauck Engelberts, die al langer met hartkwalen kampte, ziek. Na een ziekbed van een half jaar stierf zij, op bijna vijftigjarige leeftijd. De onvoltooide novelle die zij naliet, verscheen dankzij haar zus een jaar later in het Kerstboek.

Het werk van Frauck Engelberts trok een vast, vooral vrouwelijk publiek. Ze genoot een grotere bekendheid dan haar zus en liet een omvangrijker oeuvre na. Er is slechts een klein aantal recensies van haar werk bekend, voornamelijk uit eigen christelijke kring. Die zijn eerder welwillend dan lovend. Risseeuw loofde haar ‘fijne, beschaafde vertelkunst, die zich in den loop der jaren ontwikkelde tot een geheel eigen geluid’ en waarmee ze ‘een zoo geheel eigen plaats in den kleinen kring der christelijke auteurs’ innam.  

Naslagwerken

BWG.

Werk (selectie)

  • Silhouetten, met een voorwoord van Jeronimo de Vries (Amsterdam 1906).
  • Onder de Republiek (Amsterdam 1907).
  • Twee levens (Amsterdam 1910).
  • Levensbeelden (Utrecht 1915, tweede druk onder de titel Annette von Droste-Hülshoff (Zeist z.j. [1929]).
  • De sterkste (Utrecht 1919).
  • Anna Maria de Sandra (Zeist 1928).
  • In de Generaliteitslanden (Zeist 1928).
  • De vlucht van mesdames (Zeist 1940).

Literatuur

  • Pieter Johannes Risseeuw, ‘L.E. en Ignatia Lubeley (de dames Engelberts)’, in: Idem, Christelijke schrijvers van dezen tijd (Kampen 1930).
  • Marie van Zeggelen, ‘In memoriam de schrijfsters Engelberts: L.E. en Ignatia Lubeley’, Overijssels jaarboek voor cultuur en historie (1962) 4-21.
  • Isabella van Eeghen, ‘L(ite) E(ngelberts) en de familieoverlevering’, Jaarboek Centraal Bureau Genealogie 37 (1983) 230-242.
  • Greddy Huisman, Lite Engelberts (1880-1929) en de geschiedenis. Een vergeten schrijfster en een vergeten proces (z.p. 2008).

Illustratie

Frauck Engelberts, door onbekende fotograaf, 1925 (Literatuurmuseum, Den Haag).

Auteur: Pieter van Wissing

laatst gewijzigd: 01/05/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.