Briefwisseling van Willem van Oranje

 
English | Nederlands

vorige pagina volgende pagina inhoudsopgave terug

Verzendplaats

De plaats van verzending is ontleend aan het document zelf. Zou men een dergelijke plaats kunnen veronderstellen op grond van het itinerarium van de prins of op basis van de woonplaats van de afzender – zo zal bijvoorbeeld het stadsbestuur van Gouda wel uit Gouda schrijven –, dan is er vanaf gezien dergelijke veronderstelde plaatsen toe te voegen. De plaats van verzending in brieven van de prins houdt niet in dat deze plaats tevens zijn verblijfplaats was. De prins kan immers elders verblijven, terwijl instanties waarvan hij in naam deel uitmaakt hun brieven en akten mede op naam van hem doen uitgaan, maar uiteraard hun eigen plaats van vestiging of verblijf als verzendplaats in het document zetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Hof van Holland en het Hof van Utrecht, die hun correspondentie – die mede op naam staat van de al of niet met naam genoemde stadhouder – vanuit Den Haag en Utrecht verzenden of uitvaardigen.

In 1933 is door Van Alphen het itinerarium ('dagregister') van Willem van Oranje gepubliceerd, zoals hij dat op basis van de hem toen bekende informatie had kunnen reconstrueren.1 De databank voegt hieraan verschillende nieuwe verblijfplaatsen toe en vult reeds bekende gegevens aan. Zo blijkt de prins de zandplaat Ruigenhil – zijn persoonlijke eigendom en de plek waar zijn zoon Maurits de naar zijn vader genoemde vesting Willemstad liet bouwen – op 24 september 1583 op doorreis van Zierikzee naar Dordrecht in persoon te hebben bezocht (nr. 11069).

1 H.J.P. van Alfen, ‘Dagregister van ’s prinsen levensloop’, in: Prins Willem van Oranje 1533-1933 (Haarlem 1933) 409-452.

vorige pagina volgende pagina inhoudsopgave terug