03/06/1627

03 - 06 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 1 Z.Exc. verschijnt ter vergadering met de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteiten te Rotterdam , Amsterdam en in het Noorderkwartier . De bespreking van het ontwerp voor het kruisen op zee met het oog op een betere zeebewaking - door de gedeputeerden samen met die van Zeeland opgesteld - wordt hervat.
In overeenstemming met eerdere resoluties over de zeebewaking, het plan van de gedeputeerden van de Admiraliteiten in Holland en Zeeland en het advies van Z.Exc. als admiraal-generaal besluiten HHM het volgende:
Tot een betere beveiliging van de Noordzee zullen er negen grote en goedbewapende schepen en drie jachten worden gehaald uit de voor de kustblokkade van Vlaanderen bestemde dertig schepen, vijf jachten en vijf fregatten. Deze schepen zullen naast de gewone konvooischepen per vier dienen namelijk drie schepen en een kloek jacht. Elk eskader moet een goed commandeur hebben.
Een eskader van drie schepen en een jacht zal opereren van de Hoofden [Nauw van Calais] tot aan de Maas. Elk springtij zullen zij naar Duinkerke varen om te vernemen of de luitenant-admiraal hun daar nodig heeft. In het kruisen dienen zij vooral Walcheren in de gaten te houden, opdat de handel daar niet door de vijand wordt aangetast.
Eén eskader van drie schepen en een jacht zal opereren van de Maas tot bij Texel en Het Vlie en verder tot Flamborough Head. Zij dienen zoveel mogelijk de kust van Holland in zicht te houden.
Eén eskader van drie schepen en een jacht zal opereren van Het Vlie tot het Rif van Skagen of Noorwegen. Indien nodig zal de commandeur bij het achtervolgen van de vijand nog verder mogen gaan.
Naast deze eskaders zal nog een vijfde worden geformeerd uit de gewone konvooischepen. Deze vijf schepen zullen kruisen van de Cap de la Hève naar Lizard Head en verder naar de Bocht [Golf van Biskaje] tot Bayonne. Dit eskader zal volgens de gebruikelijke verdeling bij equipages worden samengesteld: Rotterdam één schip, Amsterdam twee en Zeeland en het Noorderkwartier elk één. Deze schepen komen bovenop de schepen die bestemd zijn voor de kust van Vlaanderen.
Aangezien de vijand sterk is op zee en zijn vloot bijeenhoudt, zullen de zes schepen en twee jachten die van de Maas af richting het noorden kruisen zich bij de anderen moeten voegen. Deze moeten op een afgesproken rendez-vous samenkomen om de vijand beter te kunnen bestrijden. In geval van een dergelijke samenvoeging van eskaders dient de commandeur op de kust te bepalen wie de leiding krijgt. Wanneer het zover is, zal hij hiertoe aan de commandeurs een gesloten brief overhandigen met de naam van de bevelvoerder.
De negen schepen en drie jachten dienen continu op zee te zijn. Daarnaast zullen uit de dertig schepen die Duinkerke blokkeren nog drie schepen worden gehaald om te kruisen van het Nauw van Calais tot de Seine, of verder weg zoals het de commandeur goeddunkt in geval van berichtgeving over de vijand.
In totaal zullen voor het kruisen in de Noordzee of Het Kanaal twaalf schepen en drie jachten worden ingezet en tot blokkade van Duinkerke achttien schepen, twee jachten en vijf fregatten. Daarnaast zullen van Cap de la Hève naar Lizard Head tot Bayonne vijf schepen kruisen. Indien de Oostzee- en Noordvaarders en de buizen van de Grote Visserij veilig binnen zijn, zullen de zes schepen en twee jachten die van de Maas tot Het Vlie kruisen en van Het Vlie tot het Rif, zich weer voegen onder de vlag van de commandeur op de kust van Vlaanderen.
De luitenant-admiraal of commandeur op de kust mag al naar gelang de situatie de eskaders vergroten of verkleinen. De twee eskaders die van de Maas tot Het Vlie kruisen en van Het Vlie tot het Rif dient hij echter zoveel mogelijk intact te laten, tenzij de gelegenheid op de kust anders vereist.
Om de eskaders beter te leiden zal de luitenant-admiraal of commandeur op de kust over elk van de eskaders een tijdelijk commandeur aanstellen. Deze dient te worden benoemd uit de bekwaamste kapiteins van de Admiraliteiten, totdat een regeling is getroffen over de aanstelling van vice-admiraals.
Deze commandeurs dienen permanent op zee te blijven en op een ander schip over te gaan als hun eigen schip moet worden bevoorraad, schoongemaakt of om andere redenen een haven moet inlopen. Zij dienen zich te houden aan de order van 30 jan. en hun nadere instructie hierover. Bij overtreding zullen de commandeurs, behalve het mislopen van het kostgeld van de matrozen en verbeurdverklaring van hun traktement, door de krijgsraad nader worden gestraft.
Om in zowel de kustblokkade van Vlaanderen als het kruisen op zee van voldoende goede schepen te zijn voorzien, zullen er jaarlijks vijf nieuwe schepen worden gebouwd: twee door Amsterdam en door de overige Admiraliteiten elk een, volgens het vastgestelde bestek van 125 voet lang, 29 voet wijd, elf en een half voet hol en het bovendek zeven voet. Bij elkaar komt dat neer op een schip van ongeveer tweehonderd last.
Nadere instructie voor de commandeur op de kust van Vlaanderen en instructie voor de commandeurs om te kruisen bewesten het Nauw van Calais en in de Noordzee conform de nadere, door HHM goedgekeurde order op het kruisen en konvooieren op zee:
I De dertig oorlogsschepen, vijf jachten en vijf fregatten voor de kust van Vlaanderen worden in vier eskaders verdeeld om te kruisen. Het eerste eskader, bestaande uit drie grote schepen of zodanige andere als de luitenant-admiraal of commandeur op de kust noodzakelijk vindt, zal kruisen van het Nauw van Calais tot aan de rivier de Seine of Cap de la Hève.
II Het tweede eskader, bestaande uit drie schepen en een jacht, zal kruisen van het Nauw van Calais tot aan de Maas.
III Het derde eskader, bestaande uit drie schepen en een jacht, zal kruisen van de Maas tot aan Texel en Het Vlie en verder tot Flamborough Head.
IV Het vierde eskader, bestaande uit drie schepen en een jacht, zal kruisen van Het Vlie of Texel tot het Rif van Skagen of Noorwegen.
V Behalve deze vier eskaders zal nog een vijfde worden geformeerd, bestaande uit vijf goede schepen, die zullen kruisen van Cap de la Hève naar Lizard Head en vandaar naar de Bocht tot aan Bayonne. Deze vijf schepen zullen door de Admiraliteiten worden gehaald uit de ordinaris konvooischepen, te weten Rotterdam een, Amsterdam twee en Zeeland en het Noorderkwartier elk een.
VI Voor een beter commando zal de luitenant-admiraal of commandeur op de kust over elk van de eskaders bij provisie een commandeur aanstellen. Deze zal hij kiezen uit de meest geschikte kapiteins van de Admiraliteiten tot dat er nader is besloten over de benoeming van enige vice-admiraals.
VII De commandeur op de Vlaamse kust dient ervoor te zorgen dat de kruisers van het tweede en derde eskader telkens wanneer zij van de wal aflopen de Hollandse kust en Walcheren in het vizier houden ter bescherming van de handel. Tevens moet de rede van Oostende met tenminste twee en Blankenberge met één schip bezet zijn of zoveel meer als daar of op andere redes van Vlaanderen nodig is.
VIII De commandeurs zijn gemachtigd de eskaders aan te voeren, kapiteins die een overtreding begaan in hechtenis te laten nemen en voor een krijgsraad van de luitenant-admiraal of commandeur op de kust van Vlaanderen te doen terechtstellen.
IX Zodra een schip van een van de commandeurs moet worden bevoorraad of schoongemaakt, zal de commandeur moeten overgaan op een ander schip van het eskader en op zee blijven. Slechts met toestemming van HHM, Z.Exc. en de Admiraliteiten mag hij aan wal gaan.
X De kapiteins van de schepen in het derde en vierde eskader mogen slechts met toestemming van de commandeur van het eskader bevoorraden of laten schoonmaken. Die uit het eerste en tweede eskader moeten dit doen met schriftelijke toestemming van de admiraal of commandeur op de kust. Uit elk eskader mag echter slechts één schip tegelijkertijd ontbreken.
XI De commandeurs zijn verantwoordelijk voor al hun schepen in het eskader.
XII Van tijd tot tijd dienen zij een journaal op te sturen aan HHM, Z.Exc., hun Admiraliteit en de luitenant-admiraal of commandeur op de kust.
XIII De commandeurs dienen ervoor te zorgen dat zij en de andere kapiteins het volle getal van zeelieden en soldaten aan boord hebben. Tevens moeten zij toezicht houden op de levensmiddelen, het geschut, oorlogsmunitie, ankers, kabels, touwen, zeilen et cetera. Wanneer ergens gebrek aan is, dienen zij onmiddellijk voor aanvulling de betrokken Admiraliteit hiervan op de hoogte te stellen.
XIV De kapiteins zullen de op hun schip aan boord gekomen commandeurs in alles gehoorzamen en hen de kost geven. De kosten hiervoor zullen extraordinaris worden vergoed.
XV Zodra de commandeurs kanonschoten horen, moeten zij zich met hun eskader ter plekke begeven om assistentie te verlenen. De leider zal hiertoe door de admiraal op de kust of de commandeur worden aangesteld. Dit geschiedt per gesloten brief, die de commandeur op de kust van Vlaanderen aan elke commandeur heeft verstuurd. Deze brief zal pas bij voorvallende gelegenheid worden geopend.
XVI Wanneer sommige kapiteins door storm, onweer of met opzet van het eskader gescheiden raken of een haven of rede inlopen, dienen zij onmiddellijk naar het rendez-vous te gaan zonder te blijven liggen. Doen zij dit niet, dan verbeuren zij hun soldij en het kostgeld voor de matrozen. Naar bevind van zaken zullen zij nog worden gestraft door de commandeur en de krijgsraad op de kust.
XVII De commandeurs zullen behalve hun eed als kapitein tevens eed afleggen bij de commandeur op de kust. Indien zij enige schepen, jachten of sloepen uit Duinkerke of andere vijandelijke schepen veroveren dienen zij in navolging van de resolutie van HHM de opvarenden overboord te zetten. Zij noch de kapiteins mogen gevangenen op een ander schip overbrengen, aan land laten zetten of mee terug nemen. De voetspoeling zal strikt worden toegepast, maar niet op jongens, passagiers en anderen die zich tegen hun wil aan boord bevinden. Vissers uit Duinkerke en andere Vlaamse havens die op de kust vissen zijn eveneens uitgezonderd, totdat men te weten komt of het schepen van de koning zijn of vrijbuiters die onze vissers overboord gooien, om dan alsnog hierover te besluiten.
XVIII De commandeurs dienen zich aan deze instructie en de opdracht van 30 jan. te houden. Verder moeten zij de vijand zoveel mogelijk schade toebrengen.
XIX Als zij hierbij in gebreke blijven, zal de commandeur op de kust krijgsraad houden. Naast het mislopen van het kostgeld van de matrozen en hun eigen soldij, zullen zij naar bevind van zaken worden gestraft.
HHM verklaren het recht van voetspoeling, waarover in de bovenstaande instructie een artikel staat, van toepassing bij verovering van vijandelijke schepen op de personen zoals vastgesteld. Opdat hieraan niet wordt getornd, dienen de kapiteins bij eed te beloven het recht toe te passen. Hiertoe zullen de Admiraliteiten het opnemen in de eed die zij de kapiteins afnemen. Tevens zal de artikelbrief worden aangevuld: matrozen moeten de kapitein en andere officieren in alles bijstaan.
Om de kapiteins, officieren en matrozen hiertoe door een behoorlijke premie aan te zetten en tot een betere uitvoering te komen, mogen zij het geschut en aanwezige goederen houden van alle veroverde vijandelijke schepen, of vrijbuiters met commissie van de vijand, waarvan het volk overboord is gezet. Alleen het aandeel van Z.Exc. als admiraal-generaal en de commandeur van het eskader dient hiervan te worden afgetrokken. De verdere onderlinge verdeling van de buit is een zaak van de Admiraliteit dat het oorlogsschip heeft uitgereed.
Indien het vijandelijke vaartuig, ongeacht of het nu door de koning of particulieren is uitgereed, aan de grond raakt of met zijn volk komt te zinken, gelden de volgende premies: meer dan honderd last 5.000 gld.; zeventig tot honderd last 3.250 gld.; vijftig tot zeventig last 2.500 gld.; dertig tot vijftig last 1.200 gld.; een jacht van twintig last bewapend met tenminste vier gotelingen 500 gld.; een fregat met twaalf riemen aan elke kant 1.200 gld.; een sloep met acht roeibanken 300 gld., met zes 200 gld. en met vier 150 gld.
Indien zij schepen binnen 48 uur heroveren en het volk overboord zetten, ontvangen zij een derde deel van de juiste waarde van schip en goed; binnen 24 uur een vijfde deel en voor minder een achtste.
Wanneer zij koopvaarders of lorrendraaiers buit maken bij het in- of uitzeilen van de Vlaamse havens, ontvangen zij de helft van de zuivere opbrengst nadat de schepen bij de Admiraliteit zijn opgebracht en dan tot rechtmatige buit zijn verklaard. In dat geval is voetspoeling echter niet nodig en dient de verdeling van de premies door de betrokken Admiraliteiten te gebeuren.
Als bij de verovering van vijandelijke schepen of sloepen of het heroveren van eigen koopvaarders voetspoeling achterwege blijft, vervalt de premie. Wanneer zij aan land komen dienen de Admiraliteiten hen te straffen met ontslag, verbeurdverklaring van gage of anderszins, indien de commandeur en de krijgsraad op de kust hen daarvoor al niet hebben gestraft.

2 Op 8 april 1625 is ten behoeve van commies-generaal Johan van Lochteren Pieter van Goutswaert aangesteld om hem bij te staan, tegen halve gage en nog andere voorwaarden. Tot nog toe heeft deze met toestemming van HHM zijn ambt door een ander laten waarnemen, maar hij wil dit voortaan zelf doen.
HHM verlenen hem commissie, waarna Goutswaert de eed heeft afgelegd.

3 De heren van Utrecht melden dat de stempel voor de hele en halve schelling is ingetrokken, zodat het vertrek van Van der Meiden naar Utrecht niet nodig is.

4 Een brief van Lecq d.d. de Braeck 30 mei over een gevecht met een Duinkerker behoeft geen resolutie.

5 Burgemeester Henricq Schonenborch en syndicus Andreas Winshemius compareren en tonen hun credentiebrieven d.d. 4 mei. Zij melden door de stad Groningen te zijn gestuurd omdat hun conflict met de Ommelanden door de provincie niet is opgelost. Zij vragen HHM om de onderlinge eenheid te herstellen en de stad te ontlasten van de door de Ommelanden geuite beschuldigingen. Om bij gelegenheid hun bezwaren te kunnen uiten, verlangen zij kopie van de grieven van de Ommelanden en willen zij gehoord worden voordat in de kwestie iets wordt ondernomen.
2 Burgemeesters en raad, taalmannen en gezworenen in Groningen hebben Schonenborch en Winshemius gelast HHM te begroeten en hun bereidwilligheid tot de welstand van het land te betonen. Vorige winter hebben de Ommelanden bij HHM enkele punten naar voren gebracht over de geschillen tussen Stad en Lande. De stad zou de twee definitieve sententies van 1597 en 1599 hebben overtreden en Ommelanden hebben HHM verzocht hem ex officio te dwingen tot naleving van de sententies en beëindiging van de geschillen. HHM hebben bij resolutie van 8 feb. de kwestie terugverwezen naar de provincie om de partijen in het bijzijn van de stadhouder onderling tot een vergelijk te laten komen. Indien geen akkoord zou worden gesloten, moesten zij ieder hun zaak aan HHM voorleggen om een uitspraak te krijgen.
De poging tot een vriendelijk vergelijk te komen heeft geen vruchten afgeworpen vanwege de weerbarstigheid van de Ommelanden, die hun aanspraken tot het uiterste volhouden - zelfs wanneer dit geruime tijd opschorting van het bestuur betekent. De kwestie kan dus niet anders dan door HHM worden opgelost, waartoe die van de stad in afwachting blijven van het herstel van de eenheid tussen beide leden en ter weerlegging van de door de Ommelanden aan de magistraat gedane beschuldigingen.
Schonenborch en Winshemius hebben van de gedeputeerden van de Ommelanden begrepen dat deze afgelopen zaterdag op audiëntie zijn geweest, waarbij zij een remonstrantie hebben ingediend. Aangezien de afgevaardigden niet weten hoe in deze zaak verder te handelen zonder afschrift hiervan, willen zij deze graag ontvangen. Zolang dit niet is gebeurd, vragen zij HHM om deze kwestie niet verder te behandelen.
HHM zullen de propositie van de Ommelanden nalezen en morgen over bovenstaand verzoek besluiten.

1 De resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 52.
2 Het verzoek van stad Groningen is geïnsereerd in S.G. 3186.