22/01/1627, 4

22/01/1627, 4

4 Z.Exc. en de RvS compareren en leggen de vergadering vier punten voor. Ten eerste de betaling van de nieuwe ruiters in het regiment van Candale en de vier compagnieën van het regiment van kolonel Haulterive die nu vier maanden achterstallig is. Beide kolonels dringen sterk aan op betaling. Voorts zijn ook de fortificaties van Steenbergen nog niet betaald en voor het uitdiepen van de IJssel is eveneens geen geld. Ten derde willen Z.Exc. en de RvS weten of van de vier Engelse regimenten naast de soldij tevens de logiesgelden over de periode dat zij niet meer in staatse dienst zijn door Calandrini betaald zullen worden. Tot slot willen Z.Exc. en de RvS een aanwijzing tot betaling van de rantsoenen van de kolonels Disdorp, Varick, Rougemont en anderen, vrijgekomen bij de uitwisseling van gevangenen.
Inzake het eerste punt menen HHM dat voor twee maanden soldij geleend zou kunnen worden op de subsidies van Frankrijk, maar een besluit wordt nog niet genomen. Wat het tweede punt aangaat zal de RvS de provincies die nog niet hebben ingestemd met hun aandeel in de petitie, aansporen alsnog consent te dragen. Voor de wel verkregen consenten waarop ook decharge is verleend, dient de RvS de betaling te bewerken. Wat de derde kwestie betreft geven HHM aan dat Calandrini zowel soldij als logiesgeld moet betalen. Tot slot, voor de betaling van de rantsoenen zal de ontvanger-generaal zorgdragen.