20/05/1627, 17

20/05/1627, 17

17 De aanwezige afgevaardigden van de Admiraliteit te Rotterdam adviseren de verzochte paarden en runderen aan de huislieden op het platteland toe te staan tegen Bosch' licent en onder cautie.
HHM gaan akkoord, mits de borgtocht wordt gezuiverd.
Pieter Martens mag naar [de polder] Bloemendaal één merrie en tien niet-drachtige runderen van twee en drie jaar brengen; Adriaen Thonissen Francke, idem twee merries, twee melkkoeien, zes hokkelingen en drie ossen van twee jaar; Frans Gillis, idem één merrie, zes hokkelingen en drie runderen.
Maerten van Gent, Cornelis Ariaenssen, Jan Laurenssen, Huibert Vivres van Osch, Dirck van Clootwijck, Aert Gerrits van Haechoort, Pleun Jacobs, Goossen Bomer, Hendrick Goverts en Willem Tonissen ieder twee merries naar Babyloniënbroek en Hill in het Land van Altena.
Adriaen Jacobs, Jan Roloffs, Jan Pieters van Gelder, Philips Egberts en Hendrick Geraerts van den Bosch ieder tien hoornbeesten naar Meeuwen voor begrazing van hun land.
Mattheus Meutis, Jan Stevenssen Cryllarts, Jan Janssen aende Oussen, Jacob Kievits, Jan Kievits en Dirck Ber ieder twee merries en twee magere runderen naar Giessen in het Land van Altena; Pieter Hermanssen Pus, idem twee merries; Cornelis van Donck, Pieter Pels, Jan Pels, Pieter Sibrechts en Laurens Teun Roelen naar Oosterhout ieder twee merries en twee hoornbeesten; Cornelis Beliarts één rijpaard naar Terheijden; Jan Adriaenssen Dalen 25 magere ossen naar Zevenbergen; Jan Matthijssen twintig magere koeien of vaarzen naar Besoijen; Philips van Sevender twee merries naar Andel; Huibert Jorissen twee merries naar Sleeuwijk; Jan Willemsen en Jan Pieters ieder één merrie naar Veen; Adriaen van Assen en Geraert Abrahams twee merries naar Baarle; vijftien huislieden vijftien merries naar Oijen; de ingezetenen van Veen zestien merries en zestig runderen.