Admiraliteit op de Maze (1586-1795)

Admiraliteit op de Maze (1586-1795)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Admiraliteit op de Maze (1586-1795)

Naam college:
Admiraliteit op de Maze.

Datum oprichting:
14 juni 1597 als generaliteitscollege, bij resolutie van de Staten-Generaal. Er waren voorlopers vanaf 1575. Opgenomen zijn de gecommitteerden vanaf 1586.

Datum opheffing:
1795.

Vestigingsplaats:
Rotterdam.

Zetelaantal:
1586-1597: 7.
1597-1625: 9.
1625-1627: 10.
1627-1644: 11.
1644-1795: 12.

Zetelverdeling tussen gewesten:
1597-1625 Gelderland 1, Holland 6, Zeeland 1, Utrecht 1.
1625-1627 Gelderland 1, Holland 7, Zeeland 1, Utrecht 1.
1627-1644 Gelderland 1, Holland 7, Zeeland 1, Utrecht 1, Overijssel 1.
1644-1795 Gelderland 1, Holland 7, Zeeland 1, Utrecht 1, Friesland 1, Overijssel 1.

Zetelverdeling tussen kwartieren/standen:
Gelderland: beurtelings de kwartieren Nijmegen, Zutphen, Veluwe voor zes jaar.
Holland: n.v.t.
Zeeland: n.v.t.
Utrecht: beurtelings Ridderschap, Geëligeerden, Steden voor zes jaar.
Friesland: Oostergo (deze informatie is niet opgenomen in de database).
Overijssel: beurtelings de Ridderschap namens de drie plattelandskwartieren en de Steden voor drie jaar.

Zetelverdeling tussen basiscolleges:
Gelderland: beurtelings Ridderschap en steden van elk kwartier voor drie jaar. De stedelijke zetel beurtelings voor Nijmegen, Tiel en Zaltbommel (kwartier Nijmegen), Zutphen, Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo (graafschap Zutphen; de stad Zutphen had vaker de beurt), Arnhem, Harderwijk, Wageningen, Hattem en Elburg (kwartier Veluwe; Arnhem had vaker de beurt).
Holland: Ridderschap, Dordrecht, Delft, Rotterdam, Gorinchem (vanaf 16251), Schiedam, Den Briel ieder één zetel.
Zeeland: Vlissingen.
Utrecht: Utrecht voor de Steden.
Friesland: verdeling over de grietenijen binnen het kwartier Oostergo volgens een toerbeurtstelsel, voor het eerst opgesteld in 1669.
Overijssel: beurtelings de ridderschap van Overijssel namens de drie plattelandskwartieren en de drie steden in de volgorde Salland, Deventer, Twente, Kampen, Vollenhove, Zwolle.

Toerbeurt:
Holland: niet.
Utrecht, Gelderland, Overijssel en Stad en Lande van Groningen: zie A.J.C.M. Gabriëls, De heren als dienaren en de dienaar als heer. Het stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw('s-Gravenhage 1990) bijlage B2-B5. Het schema van Overijssel in G. Dumbar, Tegenwoordige staat van Overijssel (Amsterdam/Dordrecht/Harlingen 1781-1803) I, 423. (Afgebeeld in P. Brood, P. Nieuwland en L. Zoodsma, Homines novi. De eerste volksvertegenwoordigers van 1795 (Amsterdam 1993) 328).

Zittingstermijn2:
Gelderland: drie jaar.
Holland: drie jaar, bij resolutie van de Staten van Holland van 21 december 1620 en 22 januari 1622. Gecommitteerden namens de Ridderschap zaten voor het leven.
Zeeland: voor het leven.
Utrecht: zes jaar.
Friesland: drie jaar.
Overijssel: drie jaar.

Benoemende instantie:
Staten-Generaal.

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
Aanvangsdatum: commissiedatum, tenzij anders vermeld.
Uit verschillende resoluties van de Staten-Generaal (26 april 1589, 18 maart 15963 en 29 oktober 1604) blijkt dat al vrijwel vanaf het begin een ingangsdatum van 1 mei nagestreefd werd. Er waren echter verschillende uitzonderingen. Gecommitteerden van Gorinchem werden waarschijnlijk vanaf ongeveer 1653 geacht rond 1 november zitting te nemen. Het hanteren van deze datum kan in de resoluties van de Staten van Holland pas aangetoond worden vanaf 1782 (er is geen onderzoek verricht in de vroedschapsresoluties van Gorinchem). Voor Den Briel lijkt tot 1650 hetzelfde het geval te zijn geweest. De Staten van Overijssel deelden, in ieder geval vanaf 1732 (zie Schilder) de driejarige termijn voor de gecommitteerden in de bovenlokale colleges zo nu en dan doormidden, zodat ook de ingangsdatum 1 november voor gecommitteerden uit die provincie voorkwam. Zowel gecommitteerden namens de Ridderschap van Holland als namens Zeeland zaten voor het leven; voor hen was een ingangsdatum dan ook niet aan de orde.
Einddatum: in principe aansluitend op de aanvangsdatum van de opvolger, tenzij een specifieke einddatum bekend is (bijvoorbeeld door overlijden).

Ministers in dienst van het college:
secretaris;
advocaat-fiscaal;
ontvanger-generaal.

Naamlijsten en bronnen:
Algemeen
-Gecommitteerden en ministers 1588-1625: Resolutiën der Staten-Generaal 1576-1609 5-14. N. Japikse en H.H.P. Rijperman eds. (Den Haag 1921-1970). Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670 1-7. A.Th. van Deursen, J. Roelevink en J.G. Smit eds. (Den Haag 1971-1994).
-Gecommitteerden en ministers 1588-1795: O. Schutte, Gegevens betreffende de gecommitteerden in de admiraliteitscolleges, 1597-1795 (ongepubliceerd onderzoeksbestand, ter beschikking gesteld van het ING door Mr. O. Schutte te 's-Gravenhage).
-Gecommitteerden en ministers 1588-1795: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12270-12294, commissieboeken van de Staten-Generaal. Incidenteel aangewend ter opheldering en aanvulling.
-Gecommitteerden 1597-1795: 'Naamlijst der leden van het collegie van de Admiraliteit op de Maas', Algemeen Nederlandsch Familieblad 34 (1883) 2-3 [1597-1669], 42 (1883) 1 [1669-1687], 45 (1883) 5-6 [1687-1714], 47 (1883) 2-3 [1715-1745], 51 (1883) 5-6 [1745-1763] en 79 (1884) 3-5 [1763-1795].
-Gecommitteerden 1597-1625 en 1652-1791: Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges 1.01.46, inv. nr. 86-90.
-Gecommitteerden 1664-1745 (Ridderschap vanaf 1598, Zeeland vanaf 1654): Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges 1.01.47.27, inv. nr. 320.
-Gecommitteerden 1728-1794: Naem-register van alle de heeren leden der regeering in de provintiën van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en Ommelanden (Amsterdam 1728-1794). Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1141, vanaf 1730.
-Gecommitteerden en ministers 1729-1794: Naamregister van de ed.mog.heeren gecommitteerde raden in de collegien ter admiraliteit, alsmede de ee. heeren bewindhebberen van de oost- en westindische compagnie, in alle de steden der provintien van Holland, Zeeland, Vriesland enz. nevens eenige bediende derzelve (Amsterdam 1730 etc.). Grotendeels aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1067.
-Ministers 1594-1788: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12296 index op de commissieboeken, blz. 4.
-Advocaat-Fiscaal 1590-1780: Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges, inv. nr. 161, omslag 'fiscaals'.
-Advocaat-Fiscaal 1626-1744: Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges 1.01.47.27, inv. nr. 320.
-Secretaris 1609-1772: Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges, 1.01.47.21, inv. nr. 161.
-Secretaris 1640-1746: Nationaal Archief, archieven van de admiraliteitscolleges 1.01.47.27, inv. nr. 320.

Per provincie
-Gecommitteerden uit Holland 1597-1677: Nationaal Archief, archief Staten van Holland, inv. nr. 1823.
-Gecommitteerden uit Zeeland 1597-1795: Notulen van de Staten van Zeeland, gedrukt, o.a. aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Aangewend indien de andere bronnen onduidelijkheden of tegenstrijdigheden bevatten, alsmede voor de einddata; de resoluties bevatten meestal de naam van de voorganger.
-Gecommitteerden uit Friesland 1745-1795: A.J. Bruinsma, Verzameling aanteekeningen en stukken etc., Tresoar, Provinciale Bibliotheek, 6305 Hs/30.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1627-1795: K. Schilder, Anthony van Mierlo's register van Overijsselse ambtenaren (Kampen 1984) 40-42 en 77.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1627-1748: A.J. Gansneb genaamd Tengnagel, Register van ampten, commissien, deputatien enz. in de provintie Overijssel, Historisch Centrum Overijssel, archief van de Vereniging tot beoefening van Overijssels recht en geschiedenis, inv. nr. 732, 55.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1650-1702: J.C. Streng, 'De afgevaardigden van de provincie Overijssel naar de generale instellingen van de Verenigde Republiek 1650-1702', Overijsselse Historische Bijdragen 104 (1989) 51-88, aldaar 78-84.

Per basiscollege
-Gecommitteerden namens de Ridderschap 1588-1760: Nationaal Archief, archief familie Fagel, inv. nr. 889.
-Gecommitteerden uit Dordrecht 1589-1675: M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, vervattende haar begin, opkomst, toeneming en verdere staat. Alsmede een verzameling van eenige geslachtboomen der adellijke en aanzienlijke heeren-geslachten (Dordrecht 1677) I, 410.
-Gecommitteerden uit Delft 1621-1726: Boitet, Reinier, Beschrijving der stadt Delft (Delft 1729) 95-132.
-Gecommitteerden uit Rotterdam 1582-1794: J.H.W. Unger, De regeering van Rotterdam, 1328-1892. Naamlijst van personen die in of van wege de regeering ambten hebben bekleed, voorafgegaan door eene geschiedkundige inleiding over den regeeringsvorm van Rotterdam (Rotterdam 1892).
-Gecommitteerden Schiedam 1601-1795: C.A. van der Zee, Matenesse en het huis te Riviere (Schiedam 1939) 99-100.

Hiaten in de bemanningsgegevens:
De gecommitteerden namens Gelderland en Utrecht zijn niet in het bestand opgenomen.

Literatuur:
-Bruijn, J.R., Varend verleden. De Nederlandse oorlogsvloot in de 17e en 18e eeuw (Amsterdam 1998).
-Elias, Johan E., Schetsen uit de geschiedenis van ons zeewezen 1 ('s-Gravenhage 1916).
-Fockema Andreae, S.J., De Nederlandse staat onder de Republiek (2e druk, Amsterdam 1962) 26-29, 114-116.
-Fruin, Robert, Geschiedenis der staatsinstellingen in Nederland tot den val der Republiek (2e bijgewerkte druk, 's-Gravenhage 1922) 203-209.
-Hullu, J. de, De archieven der admiraliteitscolleges ('s-Gravenhage 1924) 1-64.
-Jong, H. de, 'De "admiraliteit van de Maze" te Rotterdam', Marineblad 58 (1948) 232-244.
-Jonge, J.C. de, Geschiedenis van het Nederlandsche zeewezen 1 (3e uitgave, Zwolle 1869) 171-203.
-Naamlyst der Edele Mogende Heeren Gecommitteerde Raaden ter admiraliteit, mitsgaders derzelver ministers, resideerende binnen Amsterdam (Amsterdam, z.d.) 3-10. Aanwezig in de bibliotheek van het Nationaal Archief onder signatuur 64 G4.
-Wagenaar, Jan, Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staet van alle volkeren […] XI 2e druk (Amsterdam 1738) 347-348.

Noten:
1. Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670 7, bewerkt door J. Roelevink ('s-Gravenhage 1994) XXII noot 2.
2. Deze zittingstermijnen moeten opgevat worden als de maximum zittingsduur van één persoon, zonder dat een nieuwe benoeming nodig was. In praktijk kwamen kortere termijnen voor, maar ook herbenoemingen.
3. Verwijzing naar het commissieboek in Resolutiën der Staten-Generaal 9 (1596-1597) N. Japikse ed. (Den Haag 1926) 180 noten 1 en 5.