Biegel, Annetje (1905-2004)

 
English | Nederlands

BIEGEL, Annetje (geb. Bussum 25-12-1905 – gest. Bussum 6-4-2004), journaliste en vertaalster. Dochter van Hermann Biegel (1876- 1947), ondernemer, en Madeleine Marie Michèle Eugenie Povel (1879-1957). Anne Biegel bleef ongehuwd.

Anne Biegel groeide op in Bussum, als tweede dochter in een welgesteld liberaal katholiek gezin met negen kinderen. Haar jongste broer Paul (1925) zou een beroemd kinderboekenschrijver worden. Grootvader Joseph Hermann was in de negentiende eeuw vanuit Duitsland naar Nederland gekomen, waar hij in Amsterdam een handelskantoor in bouwmaterialen begon. Vader Hermann nam de zaak over. Moeder Madeleine was afkomstig uit een streng katholiek gezin en was opgevoed door een Franse gouvernante.

Gelukzalige jeugd

In de vele interviews met Anne Biegel komt steeds het beeld naar voren van een gelukzalige jeugd. Er waren altijd mensen over de vloer en thuis werd volop toneel gespeeld en er werd gedanst, geschaatst en getennist. Anne genoot van de natuur in de omgeving. Haar hele leven zou ze een grote belangstelling voor botanie hebben. In 1916 verhuisde het gezin in Bussum naar Oldeheuvel, een villa die de Biegels door architect Karel de Bazel hadden laten bouwen.

Van september 1919 tot 1924 bezocht Anne de R.K. HBS voor Meisjes van de Zusters Franciscanessen, in de Amsterdamse Vondelstraat. Met twee vriendinnen reisde ze elke dag met de trein. ‘In de tweede klas van de hbs kregen we Zuster Xaveriana en zij las het eerste hoofdstuk voor uit De kleine Johannes van Frederik van Eeden. Dat maakte een enorme indruk op me’ (Knoppen, 77, 5, 1971). Ook uit het dagboek, dat Anne in de jaren 1921-1922 bijhield, blijkt haar fascinatie voor Frederik van Eeden.

Op 15 oktober 1921 debuteerde de vijftienjarige Anne met het gedicht Berken in het schoolblad Knoppen, waarna ze lid werd van de redactie. Ze zag de zusters Franciscanessen op school als zelfbewuste, daadkrachtige vrouwen, maar werd zelf geen religieuze omdat ze ‘veel te veel behoefte had om met mannen om te gaan’ (van der Ven, 1997, 101). Na haar eindexamen in 1924 ging Anne naar de R.K. School voor Maatschappelijk Werk in Amsterdam, waar ze vier jaar later haar diploma haalde. Enige jaren werkte ze bij de Leidse kinderbescherming, maar haar ambitie lag meer bij het schrijven.

Journaliste

Anne Biegel ging regelmatig skiën in Noorwegen. Op 16 december 1934 slaagde ze erin haar eerste artikel Wintersport in Noorwegenin het Algemeen Handelsblad gepubliceerd te krijgen. Veel reisverslagen volgden, in 1938 gebundeld onder de titel Ja wij houden van dit land. Tegelijkertijd schreef ze ook artikelen voor de Katholieke Illustratie, De Tijd en de Haagse Post.

In 1938– net op het moment dat ze als 33-jarige, ongetrouwde vrouw met schrijfambities stage mocht komen lopen bij het Algemeen Handelsblad – kreeg Anne Biegel een baan aangeboden bij het katholieke dagblad De Tijd. De krant wilde met een vrouwenpagina beginnen en Biegel werd gevraagd die te redigeren. Vele jaren was ze het enige vrouwelijke redactielid van de krant. Boven in haar ‘keukentje’ bereidde ze haar vrouwenpagina voor: voornamelijk zacht nieuws, zogenaamde ‘K-onderwerpen': kamerplanten, kleding, kinderen, keuken, kerk en (…) kleinigheden, die mannen over het hoofd zagen’ (gecit. Riksen, 1992, 313).   

Toen De Tijd in de Tweede Wereldoorlog niet meer mocht verschijnen, ging Anne weer bij de Kinderbescherming werken. In die tijd fungeerde ze als een soort ‘pater familias’ omdat haar vader in 1938 was getroffen door een hersenbloeding. Na de oorlog hervatte ze haar werk bij De Tijd. Haar vrouwenpagina kreeg een ander karakter. Hoewel zelf apolitiek, volgde Biegel de katholieke vrouwenbeweging op de voet. Ze deed verslag van studiedagen van het Katholiek Vrouwendispuut en maakte interviews met kopstukken uit de beweging zoals Agnes Nolte en Marga Klompé. In het begin van de jaren zestig, ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie, schreef ze veel artikelen over vrouwelijke religieuzen en hun werkzaamheden in de missie en de sociale zorg. Zelf voelde Anne Biegel zich in die tijd meer verbonden met het Russisch orthodoxe geloof; vooral de spiritualiteit en de Byzantijnse liturgie trokken haar aan. Maar uiteindelijk bleef zij trouw aan haar eigen liberaal-katholieke geloof. Wel leerde ze Russisch. In 1970 nam zij na 32 jaar afscheid als redactrice van De Tijd.

Vruchtbaar pensioen

Na haar pensionering bleef Anne Biegel actief. Ze deed veel vertaalwerk, vooral uit het Engels en het Noors. Bovendien kreeg ze het verzoek om met haar collega-journaliste en vriendin Heleen Swildens een vrouwenpagina voor De Tijd te blijven verzorgen. Dit deden ze zo’n zeven jaar. Ze reisden veel en maakten buitenlandse reportages, onder andere over de Sovjet-Unie. Met Heleen Swildens schreef Anne ook een drietal succesvolle brievenboeken over de dagelijkse ervaring van het ouder worden. Het eerste boek, M’n bril in de ijskast (1987) haalde in korte tijd negen drukken en werd in het Duits, Deens, Fins en het Noors vertaald. Er verschenen in de jaren erna twee vervolgboeken.

Anne Biegel bleef tot op zeer hoge leeftijd betrokken bij de wereld. Ze correspondeerde met terdoodveroordeelden in de Verenigde Staten, had contact met dissidenten in de Sovjet-Unie en schreef in allerlei contactorganen van ouderen. Op 6 april 2004 overleed Anne Biegel op 98-jarige leeftijd in Bussum. Haar graf op de R.K. begraafplaats aldaar ligt dicht bij het graf van Frederik van Eeden.

Betekenis

Anne Biegel was het eerste vrouwelijke redactielid bij een katholieke krant in Nederland. Met haar liberaal-katholieke achtergrond was zij, juist omdat ze los van partij en katholieke kerk stond, van groot belang voor de emancipatie van de katholieke vrouw. Met haar brievenboeken vervulde ze een pioniersrol in het bespreekbaar maken van de problematiek van het ouder worden.

Naslagwerken

Atria.

Archivalia

Atria, Amsterdam: Archief Anne Biegel (o.a. dagboeken 1921-’22 en sept. 1944-mei ’45); Knipselmap Anne Biegel.

Publicaties

  •  Ja, wij houden van dit land (Den Haag 1938).
  • [met Anna Hudig en Anna Holdert], Drie Anna’s vertellen van Amerika (Amsterdam 1947).
  • Mijn vriendin eet viooltjes. Opgedragen aan de Schepper van alle veldkruid (Haarlem 1980) [over voedingsleer].
  • [met Heleen Swildens], M’n bril in de ijskast. Briefwisseling van twee journalisten die dagelijks ervaren hoe oud-zijn voelt (Haarlem 1987).
  • [met Heleen Swildens], Een vinger in de pap. Een nieuwe reeks brieven van twee journalisten die dagelijks ervaren hoe oud-zijn voelt (Haarlem 1989).
  • [met Heleen Swildens], Verlengd bestaan (Haarlem 1995).

Literatuur

  • [Vraaggesprek], Een leven lang, 2-6-1989 [radio-uitzending].
  • Janneke Riksen, ‘Feministe avant la lettre’, in: Marjet Derks, Catharina Halkes en Annelies van Heijst red., Roomse dochters. Katholieke vrouwen en hun beweging (Baarn 1992) 309-323.
  • Colet van der Ven, Van oude mensen. De twintigste eeuw weerspiegeld in twintig levensverhalen (Baarn 1997) 99-103.
  • Aad Streefland, Bronnen van Leven. Fons Vitae Lyceum 1914-2014 (Bussum 2015).

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Aad Streefland

laatst gewijzigd: 07/04/2017