Bosch, Jeanne Francoise Marie van den (1944-1977)

 
English | Nederlands

BOSCH, Jeanne Françoise Marie van den (geb. Hilversum 29-2-1944 – gest. Amsterdam 18-7-1977), sieraadontwerpster, edelsmid en beeldhouwster. Dochter van Johannes Hendrik Otto Graaf van den Bosch (1906-1994), directeur De Nederlandsche Bank, en Benudina Maria Royaards van Scherpenzeel (1912-1978). Françoise van den Bosch bleef ongehuwd.

Françoise van den Bosch werd geboren in Hilversum als derde kind in een adellijk gezin met een jongen en drie meisjes. Ze leed aan epilepsie, wat bij haar al vroeg leidde tot een aversie tegen betutteling. Haar vader was directeur van De Nederlandsche Bank. Hij stamde af van Johannes van den Bosch (1780-1844), politicus en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Françoise ervoer haar familieachtergrond als problematisch en distantieerde zich van haar adellijke afkomst.

Edelsmeden

Van 1963 tot 1968 volgde Françoise van den Bosch de opleiding edelsmeden aan de Academie van Beeldende Kunst en Kunstnijverheid in Arnhem. Hier kreeg ze les van Franck Ligtelijn, een edelsmid met interesse voor industrieel ontwerpen. Ook volgde ze vakken aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze had weinig contact met haar studiegenoten, met uitzondering van Suzanne Esser, die ook een bekend sieraadontwerpster zou worden. Tijdens haar studiejaren woonde ze in Amersfoort.

Van den Bosch bleek technisch zeer begaafd en haar werk trok al op de academie de aandacht. Ze werkte met zowel edele als niet-edele metalen en streefde ernaar om met minimale ingrepen een maximale ruimtelijkheid te creëren. Dit leidde tot robuuste, opvallende sieraden die aansloten bij de abstract-geometrische beeldende kunst uit die periode. Nog voor haar afstuderen werd haar werk samen met dat van onder anderen Emmy van Leersum en Gijs Bakker geselecteerd voor de tentoonstelling Objects to wear by five Dutch Jewelry Designers. Deze expositie, waaraan Van den Bosch als jongste deelnam, reisde in 1969 langs Nederlandse musea en van 1970 tot 1973 langs musea in de Verenigde Staten.

In 1969 verhuisde Françoise van den Bosch naar Amsterdam, waar ze al snel een belangrijk vertegenwoordiger van het nieuwe sieraad werd. Ze nam deel aan een indrukwekkend aantal tentoonstellingen in binnen- en buitenland, had diverse solo-exposities en haar werk werd al snel aangekocht door musea – onder meer door het Schmuckmuseum in het Duitse Pforzheim (1970) en het Stedelijk Museum van Amsterdam (1973). Ondanks deze erkenning bleef Van den Bosch vervuld van twijfel. Ze was bescheiden en stelde hoge eisen aan zichzelf en aan haar werk. Zij wilde haar sieraden graag industrieel en in series laten produceren, zodat ze voor een groot publiek bereikbaar zouden zijn, maar machinale fabricatie was niet mogelijk – zo bleef de prijs relatief hoog en het publiek beperkt.

Rond 1971 begon Van den Bosch ook kleine, autonome sculpturen te maken. Een terugkerend element in zowel haar sieraden als haar objecten zijn twee losse delen die een eenheid vormen als ze in elkaar worden geschoven of gehaakt. Van den Bosch werkte veel met buizen van aluminium en koper die ze met enkele simpele ingrepen bewerkte. Favoriet was de kussenvorm, zowel in broches als objecten. Haar voortdurende drang tot experimenteren, ‘spelen’ zoals ze het zelf noemde, leidde tot ontwerpen die bedrieglijk eenvoudig ogen, maar uiterst ingenieus in elkaar zitten.

Het sieraad als kunstobject

In 1974 richtte Françoise van den Bosch samen met drie andere edelsmeden, onder wie Marion Herbst, en een beeldhouwer de Bond van Oproerige Edelsmeden (de BOE-groep) op. De groep zette zich in voor verbetering van de inkomenspositie van de edelsmid, erkenning van het sieraad als kunstobject en betere tentoonstellingsmogelijkheden. Een tentoonstelling zou een ‘manifestatie van ideeën’ moeten zijn: niet alleen het eindresultaat moest worden getoond, maar ook de visie van de kunstenaar. De groep presenteerde zich op slechts één tentoonstelling (Revolt in Jewellery by five Dutch Artists, Electrum Galery, Londen 1974) en hield na een jaar op te bestaan. Wel vormde BOE de aanleiding tot de oprichting van de Vereniging van Edelsmeden en Sieraadontwerpers (VES) in 1975, waarbij Van den Bosch eveneens betrokken was.

Van 1975 tot 1976 gaf Françoise van den Bosch parttime les aan de Akademie voor Beeldende Vorming in Amersfoort. In 1976 maakte ze enkele grotere, staande aluminium objecten. De grens tussen sieraad en object is vooral in haar latere werk moeilijk te bepalen. Ze maakte niet alleen vrij werk, maar werkte ook in opdracht van particulieren en het bedrijfsleven. Een prestigieuze opdracht was het ontwerpen van een afscheidspenning voor de PTT in 1976. In mei 1977 had ze een solo-expositie bij Galerie Ra, een Amsterdamse galerie die sieraden als autonome kunstvorm presenteerde en promootte. Het betekende veel voor Van den Bosch dat haar werk in 1976 en 1977 werd geselecteerd voor de exposities van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers.

Françoise van den Bosch was bezig met de voorbereidingen voor een groepstentoonstelling in het Stedelijk Museum en een overzichtstentoonstelling in de Arnhemse Van Reekum Galerij toen ze op 18 juli 1977 onverwacht overleed in haar woning in Amsterdam. Ze was 33 jaar. De overzichtstentoonstelling werd na haar dood in 1978 in het Stedelijk Museum gerealiseerd, om vervolgens tot en met 1979 langs verschillende musea en galeries in Nederland te reizen.

Erkenning

De vroegtijdige dood van Françoise van den Bosch maakte een einde aan een veelbelovende carrière. Ze wordt gerekend tot de belangrijkste vernieuwers van de Nederlandse sieraadkunst en haar werk wordt nog altijd getoond op exposities. In 1980 werd door haar vader, enkele vrienden en kennissen de Stichting Françoise van den Bosch opgericht, die onder andere elke twee jaar de Françoise van den Bosch Prijs toekent aan een internationaal toonaangevend sieraadkunstenaar en werk aankoopt van jong Nederlands talent. De collectie van de stichting wordt beheerd door het Stedelijk Museum.

Naslagwerken

Jacobs; RKD; Scheen (Supplement), Nederland’s adelsboek.

Archivalia

RKD, Den Haag: Archief Françoise van den Bosch, archiefnummer NL-HaRKD.0535; Archief Stichting Françoise van den Bosch, archiefnummer NL-HaRKD.0642.

Werk

Werk van Françoise van den Bosch bevindt zich in diverse particuliere collecties en onder meer in de volgende openbare collecties: Centraal Museum (Utrecht), Coda Museum (Apeldoorn), Gemeentemuseum (Den Haag), Museum Boijmans-van Beuningen (Rotterdam), Schmuckmuseum (Pforzheim, Duitsland), Stedelijk Museum (Amsterdam)

Literatuur

  • Zie voor een uitgebreide literatuurlijst tot 1990: Ober 1990.
  • Presentatie van de BOE-groep (1974) [URL: https://www.youtube.com/watch?v=DooK2qDLH2g; geraadpleegd 3-9-2017].
  • Jerven Ober red., Françoise van den Bosch. Over de grenzen heen (Naarden 1990) [met uitgebreid overzicht van exposities en literatuur].
  • Dimitris Plantzos red., Artists’ Jewellery in contemporary Europe: a female perspective? (Athene 2000).
  • Marjan Unger, Het Nederlandse sieraad in de 20 eeuw (Bussum 2004).
  • Liesbeth den Besten, On Jewellery, a compendium of international contemporary art jewellery (Stuttgart 2011).
  • Hanneke de Man, Frederike Huygen en Michiel Nijhoff, Stedelijk collectie highlights: 150 kunstenaars uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam (Amsterdam 2012).

Website

Stichting Françoise van den Bosch [URL http://francoisevandenbosch.nl/; geraadpleegd 3-9-2017].

Illustraties

  • Françoise van den Bosch in haar atelier aan de Noordermarkt 17, Amsterdam, door onbekende fotograaf, 1975 (Stichting Françoise van den Bosch).
  • Françoise van den Bosch , Armband, tweedelig, van geanodiseerd aluminium, 1971 (Museum Arnhem).

Auteur: Linda Modderkolk

laatst gewijzigd: 21/10/2017