Herbst, Marion (1944-1995)

 
English | Nederlands

HERBST, Marion (geb. Lingen a/d Ems, Duitsland 1-12-1944 – gest. Den Bosch 12-1-1995), sieraadontwerpster, edelsmid en docente. Dochter van Anna Margaretha Edith Herbst (1912-1991), huishoudster en modiste, en onbekende vader. Marion Herbst woonde vanaf 1967 samen met Berend Peter Hogen Esch (geb. 1945), beeldend kunstenaar. Zij had geen kinderen.

Marions entree in het leven was niet makkelijk. Toen haar hoogzwangere moeder in de oorlogswinter van 1944-’45, na een verblijf in Berlijn, per trein Nederland trachtte te bereiken, strandde ze op dertig kilometer van de grens in een kloosterhospitaal in Lingen an der Ems. Daar werd Marion geboren. Haar vader heeft zij nooit gekend. Marions moeder werkte in Nederland als huishoudster, en zo woonde Marion haar jongste jaren op diverse adressen in Amsterdam, Zaandam, Haarlemmerliede en Hilversum. Na verloop van tijd ging haar moeder aan het werk als hoedenmaakster in Amsterdam. In naoorlogs Nederland hadden moeder en dochter het niet gemakkelijk vanwege hun Duitse achtergrond en er was ook weinig geld.

Edelsmeden

In de jaren 1962-1968 volgde Marion Herbst de avondopleiding van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam (vanaf 1968 Gerrit Rietveld Academie). Eerst zat ze in de beeldhouwklas, maar na twee jaar stapte ze over naar de afdeling edelsmeden omdat ze haar werk letterlijk in de hand wilde houden. Ze kreeg er les van Karel Niehorster. In het voorbereidend jaar had ze Berend Peter Hogen Esch leren kennen, met wie zij in 1967 ging samenwonen in de Grote Wittenburgerstraat. Enkele jaren later verhuisden zij naar de Oudezijds Achterburgwal. Ze werkten regelmatig samen.

In 1969 toonde Herbst haar eerste collectie sieraden op de tentoonstelling Sieraad ’69 in Galerie Het Kapelhuis in Amersfoort. Met haar speelse en gedurfde werk in kleurig perspex en in zilver vestigde zij onmiddellijk haar naam als vooruitstrevend sieraadontwerpster. Het Rijk kocht verschillende objecten aan en nieuwe exposities volgden al snel. Zo was haar werk in 1970 te zien op de wereldtentoonstelling in Osaka en in 1972 prijkte haar zilveren halsketting met een hanger in paars en rood perspex op de omslag van de catalogus van de tentoonstelling Sieraad 1900-1972 in de Zonnehof, ook in Amersfoort. Tussen 1970 en 1975 exposeerde ze haar werk in Galerie Sieraad in Amsterdam. Met Lous Martin, een van de oprichters van deze galerie en zelf sieraadontwerpster, bleef Herbst haar leven lang bevriend.

Vanaf 1976 was Galerie Ra, eveneens in Amsterdam, haar ‘vaste’ galerie.

Marion Herbst vond dat het sieraad een autonoom kunstobject was dat niet per se gedragen hoefde te worden. In haar ontwerpen verwerkte ze allerlei materialen en producten, zoals in 1971 een deel van een doucheslang voor het ontwerp van een armband. Om deze vernieuwende ideeën uit te dragen richtte zij samen met vier anderen in 1974 de Bond van Oproerige Edelsmeden (BOE) op. Het was een aanval op het ‘Hollands glad’: de strenge formaliteit en de gladde huid van het internationaal geroemde Nederlandse avant-garde sieraad van rond 1970. De groep presenteerde zich met de tentoonstelling Revolt in Jewellery in Londen. In 1975 werd vanuit de BOE de Vereniging van Edelsmeden en Sieraadontwerpers (VES) opgericht – hierin was Herbst jarenlang actief.

Lintjes, stokjes en T-ring

In 1978 begon Marion Herbst als docente constructieve werkvormen op het Mollerinstituut, een lerarenopleiding in Tilburg. Samen met haar moeder had zij aan het eind van dat jaar een expositie in Galerie Ra waar hoeden van Edith en haar- en hoedenpinnen van Marion te zien waren. In 1979 verhuisde Herbst met Hogen Esch naar een dijkhuis in het dorpje Veen (Noord-Brabant). Daar werkte zij aan haar sieraden, maar verbouwde zij ook groenten in de tuin. Rond diezelfde tijd ontwierp Herbst samen met Henriette Wiessing, collegadocente textiele werkvormen in Tilburg, de serie ‘Lintjes’. Deze lintjes waren geïnspireerd op traditionele onderscheidingen en bestonden uit kleurige, geweven garens en met garen omwikkelde zilveren pinnen. Daarop voortbordurend ontwierp ze haar serie ‘Stokjes’: hoekige colliers en armbanden waarin kleurige garens werden gebruikt. In 1984 kwam ze met de ‘T-ring’: een t-vormig voetstuk tussen de vingers geklemd waardoor de traditionele ronde vorm achterwege kon blijven. Maar Herbst beperkte zich niet tot sieraden. Zo maakte ze in 1985 een Veren jas (Stedelijk Museum Den Bosch), in 1988 een menora (kandelaar voor negen kaarsen) in graniet en verzilverd rood-koper (Liberaal Joodse Gemeente, Amsterdam), en in 1989 een traditionele Makkumer schaal met steunen van keramische bananen. Ook zijn er veel tekeningen, gouaches en schetsen van haar bewaard.

Tussen 1981 en 1992 doceerde Marion Herbst aan de afdeling edelsmeden van de Gerrit Rietveld Academie. Al in 1982 ontving zij voor haar gehele oeuvre en voor haar activiteiten op het gebied van het sieraadontwerpen in Nederland de Françoise van den Bosch-prijs.

Niet alleen als ontwerpster en docente, maar ook als organisatrice van tentoonstellingen en lid van diverse besturen en jury’s maakte Herbst zich sterk voor het Nederlandse sieraad. Behalve in de BOE en de VES was zij door de jaren heen bijvoorbeeld actief in de Raad voor de Kunst, de Stichting Françoise van den Bosch en de Dutch Form Foundation. Ook in het buitenland kreeg ze erkenning. Zo exposeerde ze in Oostenrijk, Italië, de Verenigde Staten en Duitsland, waar ze in 1992 gastdocent was aan de Fachhochschule für Gestaltung te Pforzheim en spreker op het jaarlijkse sieraadsymposium in Haus Haldenhof in Wissgoldingen.

Mag het iets meer zijn?

Begin jaren negentig begon Herbst nieuwe materialen in haar sieraden te verwerken: gevonden voorwerpjes en stukjes glas, maar ook zilver, parels en edelstenen. Daarbij wist zij ‘eenheid uit chaos te creëren’(Unger 2004, 502). In 1993 werd haar ongebreidelde lust tot experimenteren beloond met een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum, getiteld ‘Mag het iets meer zijn?’. Ook ontving Herbst in dat jaar de Emmy van Leersumprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Zij leed toen al aan kanker, maar werkte door. Met het geld van de prijs kocht ze een laptop. De brieven en tekeningen die zij hiermee maakte zijn kleine kunstwerkjes op zich.

Marion Herbst overleed op 12 januari 1995, op de leeftijd van vijftig jaar, en werd begraven op Zorgvlied. Met haar non-conformistische aanpak, steeds de confrontatie zoekend met ideeën en voorwerpen – maar ook met ruimte voor relativerende humor – was zij een van de kleurrijkste figuren en belangrijkste vernieuwers van de Nederlandse sieraadkunst

Naslagwerken

Jacobs; Jacobs (2000); Saur.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: archiefkaarten moeder.
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: Persoonskaarten Marion Herbst en Edith Herbst.
  • Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch: archief van Marion en Edith Herbst.
  • Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag: Archief Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO); Archief Galerie Ra; Archief Stichting Françoise van den Bosch; PDO.

Werk

Werk in o.a. de volgende openbare verzamelingen: Stedelijk Museum Amsterdam; Museum Arnhem; Angermuseum, Erfurt; Gemeentemuseum Den Haag; Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch; Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam; Centraal Museum, Utrecht; Instituut Collectie Nederland.

Zie ook Van Berkum e.a. 1993; Dutch Jewellery Platform [URL http://www.dutchjewelleryplatform.nl/; geraadpleegd 29-8-2016] en Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch [URL http://www.sm-s.nl/collections; geraadpleegd 29-8-2016].

 

Literatuur

  • Presentatie van de BOE-groep (1974) [URL https://www.youtube.com/watch?v=DooK2qDLH2g; geraadpleegd 29-8-2016].
  • Jerven Ober red., Marion Herbst. Een overzicht 1969-1982 (Apeldoorn 1982).
  • Jaane Krook, ‘De schitterende sieraden van Marion Herbst’, Viva, 2-4-1982, 24-26.
  • Ans van Berkum e.a., Marion Herbst 1968-1993. Mag het iets meer zijn? (Wijk en Aalburg 1993) [met uitgebreid overzicht van exposities en literatuur].
  • Jaap Huisman, ‘Een ontwerpster van nietige en opvallende sieraden met humor’, de Volkskrant, 14-1-1995.
  • Gert Staal, Een bondgenote, geen ja-knikker. Bij de dood van Marion Herbst (1944-1995), Items: Tijdschrift voor Vormgeving 14 (1995) nr.2, 26-27.
  • Hadewych Martens, De Herbst-collectie in het Kruithuis Den Bosch Jong Holland 2 (1998) 18-21.
  • Marjan Unger, Het Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw ( Bussum 2004).
  • Berend Peter Hogen Esch, ‘Marion Herbst’ [URL http://berendpeter-timberman.blogspot.nl/index.html; geraadpleegd 25-6-2016].
  • Berend Peter Hogen Esch, ‘Moeder en dochter’, 5 delen [URL http://berendpeter.blogspot.nl/; geraadpleegd 25-6-2016].

Illustratie

  • Marion Herbst, door Claartje Keur, 1982.
  • Speld door Marion Herbst, 1992 (Claartje Keur).

Auteur: Marjan Unger

laatst gewijzigd: 21/10/2017