Hajary, Marie Majoie (1921-2017)

 
English | Nederlands

HAJARY, Marie Majoie (geb. Paramaribo 16-8-1921 – gest. Parijs 25-8-2017), componiste, pianiste en vertaalster. Dochter van Najaralie Harry Hajary (1892-1959), hoofd departement van Financiën, en Philippintje Wilhelmina Albertina Tjong-Ayong (1896-1976), medewerkster departement van Financiën. Majoie Hajary trouwde in 1951 in Parijs met Roland Garros (1924-1983), directeur luchtvaartmaatschappij. Uit dit huwelijk, in 1973 ontbonden, werden 1 dochter en 1 zoon geboren.

Marie Majoie (Rieke) Hajary werd geboren als oudste van drie dochters in een gegoede Surinaamse familie. Haar vader, zoon van Indiase emigranten, was hoofd van het departement van Financiën en lid van het algemeen bestuur van Suriname. Hij speelde viool. Haar moeder was de kleindochter van een slavin en een Chinese man. Ze was belezen, deed veel sociaal werk en zat in besturen van goede doelen. Ook was ze een creatieve vrouw, die onder meer haar buurvrouwen leerde pitriet vlechten. Het huis waar Majoie en haar zussen Toetie (1923) en Jetty (1928) opgroeiden, bruiste van leven. Als ze naar een voorstelling of film waren geweest, speelden ze die thuis helemaal na. Majoie kreeg haar muzikale vorming van de nonnen van het klooster in de Gravenstraat. Zij en haar zus Jetty bleken getalenteerde pianistes, terwijl Toetie een acteertalent had – Toeties dochter Ilse-Marie zou een bekend danseres worden. Majoie ging naar de Hendrikschool, een achtjarige mulo-opleiding.

‘Indiase prinses’

In 1937 ging Majoie Hajary op zestienjarige leeftijd aan het Amsterdamsch Conservatorium piano en compositie studeren – ook Jetty zou daar later naartoe gaan. Ze kwam als pleegdochter in huis bij het acteursechtpaar Elly van Stekelenburg en Jan Mulder, die sympathiseerden met de NSB. Zo raakte ze verzeild in een pro-nationaalsocialistische omgeving. Hajary studeerde piano bij Nelly Wagenaar en compositie bij Hendrik Andriessen. Ze componeerde de muziek en tekende de illustraties bij de kinderliedjes van Margot Vos, die in 1941 verschenen onder de titel Zonnestraaltjes. In juni 1942 studeerde Majoie Hajary cum laude af als uitvoerend pianiste en een jaar later won ze de eerste prijs van het conservatorium voor haar compositie voor piano en orkest, Hindoustani fantaisie. Het stuk werd onder meer door het Concertgebouworkest uitgevoerd. In de oorlog gaf Hajary, die zich had aangemeld bij de Kultuurkamer, concerten door heel Nederland, onder meer met het Residentie Orkest en voor de radio. Tevens werkte ze mee aan een radioprogramma voor kinderen. Daarnaast maakte ze tournees door onder andere Duitsland en Oostenrijk. Van meet af aan trad ze op in een sari, vaak met gouddraad doorweven, en bouwde zo een imago op als Indiase prinses. In binnen- en buitenland werd ze geroemd om haar virtuoze spel.

Internationale carrière

In 1947 verhuisde Hajary naar Caracas en ging concerten geven in Midden- en Zuid-Amerika. Haar optredens waren een evenement, vooral in Suriname, waar muziek van componisten als Chopin, Schumann, Brahms en Beethoven zelden live te horen waren en Hajary’s eigen composities, met daarin verweven Surinaamse motieven en melodieën, een bijzondere betekenis hadden. Hajary maakte zich bij het Surinaamse publiek zeer geliefd door een variatie te componeren op het volksliedje Perun, perun mi patron.

Majoie Hajary zette haar muziekstudie vanaf 1949 voort in Parijs. Ze studeerde compositie bij Nadia Boulanger, contrapunt bij Annette Dieudonné en piano bij Yves Nat. Al snel ontmoette ze Roland Garros, met wie ze in 1951 in het huwelijk trad – hij was de neef van de luchtvaartpionier naar wie het tennisstadion is genoemd. Ze kregen een dochter Sita (1951) en zoon Sébastien (1954). Vanwege Garros’ werk als directeur van buitenlandse vestigingen van Air France verhuisden ze vaak: ze woonden onder meer in Madagaskar, Lambaréné (Gabon), Tokio, New Delhi en Istanboel. Hajary trad overal op en gaf op verschillende plaatsen les. Ze verdiepte zich in Indiase raga’s en maakte hiervan transcripties. Zelf schreef ze ragacomposities als New Sound From India (1967), Requiem pour Mahatma Gandhi (1968) en Chants du Gita Govinda (1974) op tekst van Marguerite Yourcenar. In de jaren zestig componeerde Hajary het oratorium over het lijden van Christus, Da Pinawiki, waarvoor ze de tekst baseerde op de Sranantongo bijbel van haar grootmoeder – haar droom kwam uit toen het oratorium in de paasweek van 1974 in volle bezetting werd uitgevoerd in verschillende grote kerken van Paramaribo. Hajary deed ook vertaalwerk. Eind jaren zestig leverde ze onder meer de eerste vertaling in het Frans van Max Havelaar van Multatuli.

Na haar scheiding in 1973 vestigde Majoie Hajary zich weer in Parijs. Ze trad niet veel meer op en verdiende haar geld behalve als vertaalster ook als docente piano en compositie en als repetitor. Eind jaren tachtig verschenen verschillende publicaties van haar hand: een handleiding voor pianisten, Yoga du pianiste (1987, in 1989 in het Nederlands verschenen), een pianostudieboek, L’art du piano (1989) en La forme du raga (1991), over de raga.

Majoie Hajary hield altijd haar contacten met Surinamers aan. Zo betrok ze diplomaat John Leefmans en het Surinaams Muziek Collectief (SMC), waarvan hij voorzitter was, bij haar inspanningen om haar composities in Nederland uitgevoerd te krijgen. In 1994 organiseerde het SMC een optreden van Hajary in het Haags Gemeentemuseum. Later werden haar composities uitgevoerd in concerten van het Centrum Nederlandse Muziek (1996) en van de Leo Smit Stichting (2000 en 2017). In Paramaribo werd in 2007 onder de titel Expression sonore een ode aan haar georganiseerd: verschillende composities van Hajary werden gespeeld, waaronder enkele delen uit La larme d’or / Na gowtu watr’ai, een opera over de Surinaamse slaventijd die ze in de jaren negentig componeerde. Ondanks verwoede pogingen lukte het haar nooit om deze opera in zijn geheel te laten uitvoeren. Ook het muziekfestival Musiciennes en Guadeloupe bracht, in 2014, een eerbetoon aan Hajary als componiste.

Majoie Hajary overleed in augustus 2017 op 96-jarige leeftijd in haar eigen huis in Parijs, waar ze ook werd begraven.

De kracht van ‘cross-over’

Voordat de term in zwang kwam, liet Majoie Hajary met haar muziek al de kracht van ‘cross-over’ zien: ze verbond de klassieke muziek van haar conservatoriumopleiding met de veelkleurige muziek van haar afkomst (India, Suriname, Afrika), met de jazz en met melodieën uit de creoolse volksmuziek. Hajary’s affiniteit met haar Indiase afkomst bleek in 1943 uit haar prijswinnende compositie Hindoustani fantaisie. In haar oratorium Da Pinawiki en de opera La larme d’or verwerkte ze elementen uit alle culturen die Suriname rijk is. Als een van de weinige westers opgeleide componisten bestudeerde Hajary al in de jaren vijftig Indiase raga’s. Requiem voor Mahatma Gandhi werd in Parijs uitgevoerd en werd net als enkele andere ragacomposities op langspeelplaat uitgebracht. Een recensent noemde haar synthese tussen Oosterse en Westerse muziekkunst een ‘pioniersdaad van betekenis’ (Gooi en Eemlander, 27-3-1969). Volgens Ramon Williams, directeur van het Surinaams Conservatorium, behoort zij tot de ‘absolute top in de toonkunst in ons land’ (brief dd. 28-4-2016).

 

Archivalia

  • Familiearchief Van Binnendijk-Hajary, Paramaribo (inclusief correspondentie tussen Hajary en het Surinaams Muziek Collectief).
  • Archief John Helstone, Rotterdam.
  • Archief R. Romeny, Amsterdam (correspondentie tussen Hajary en John Leefmans; composities; brief R. Williams, dd. 28-4-2016).

Composities (selectie)

  • Hindoustani fantaisie [Concert voor piano en orkest] (1943 – Broekmans & Van Poppel).
  • Lieder, op tekst van Helle von Heister (1950 – Unesco, Parijs).
  • New sound from India (1967 – CBS).
  • Requiem pour Mahatma Gandhi (1968 – CBS).
  • La passion selon Judas / Da tori fu Judas (1972 – CBS; in 1987 met dans van het Surinaams Nationaal Ballet op choreografie van Ilse-Marie Hajary uitgevoerd en op de Surinaamse tv uitgezonden).
  • Le Gita Govinda – Chant d’amour de Krishna, op tekst van Marguerite Yourcenar (1974).
  • Da pinawiki [Oratorium voor de lijdensweek] (1974).
  • La larme d’or / Na gowtu watr’ai [opera] (1996).

Publicaties

  • [met Margot Vos] Zonnestraaltjes. Zeven kinderliedjes (Amsterdam z.j. [1941]).
  • Yoga du pianiste (Parijs 1987) [vertaling: Yoga voor de pianist (Naarden 1989)].
  • L’art du Piano (Parijs 1989).
  • La forme du raga (Parijs 1991).

Literatuur

  • John Leefmans, ‘Klassieke componisten uit Suriname’, OSO. Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied 19 (2000) nr. 1, 93-102 [themanummer ‘Surinaamse Noten’].
  • Chandra van Binnendijk m.m.v. Robertine Romeny, ‘Postuum: Majoie Hajary’, De Ware Tijd, 1-9-2017.
  • Paul van der Steen, ‘Een verloren dochter van Suriname’, NRC Handelsblad, 23-9-2017.
  • Carry-Ann Tjong Ayong, ‘Majoie Hajary’, Caraïbisch Uitzicht [URL: http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/hajary-majoie/; geraadpleegd 27-11-2017].
  • ‘Majoie Hajary Roland-Garros, 1921’, Musiciennes en Guadeloupe [URL: http://www.musiciennesenguadeloupe.com/2014/compositrice.html; geraadpleegd op 27-11-2017].

Illustratie

Majoie Hajary aan het werk aan La larme d’or, door onbekende fotograaf, 1980 (particuliere collectie).

 

Auteurs: Chandra van Binnendijk en Robertine Romeny

 

 

 

laatst gewijzigd: 19/02/2018