Halpern, Lea Henie (1901-1985)

 
English | Nederlands

HALPERN, Lea Henie (geb. Mikuliczyn, Oostenrijk-Hongarije 8-9-1901 – gest. Salford, Groot-Brittannië 6-11-1985), keramiste. Dochter van Samuel Halpern (1862-?), koopman, en Rosa Margulies (1876-voor 1941). Lea Halpern trouwde op 8-3-1941 in New York met Lincoln Newfield (1911-1976), zanger. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Lea was de oudste van zes in een Joods koopmansgezin in Oekraïne, dat toen onderdeel was van het Oostenrijk-Hongaarse Rijk. Het gezin verhuisde in 1909 naar Leipzig, in 1912 naar Berlijn, en in mei 1917 – Lea was toen vijftien jaar – naar Amsterdam. Daar woonden ze eerst in totdat ze in 1921 zelfstandige woonruimte vonden. Vader en moeder zijn in 1929 genaturaliseerd tot Nederlander, maar Lea verruilde haar Oostenrijkse nationaliteit pas in 1936 met de Nederlandse.

Kunstkeramiek

Lea Halpern bezocht in Amsterdam de hbs en wilde erna beeldhouwster worden. Haar ouders waren het niet eens met deze beroepskeuze, maar lieten haar wel naar Berlijn gaan voor een opleiding kunstgeschiedenis en filosofie. Tijdens boetseerlessen daar werkte zij voor het eerst met klei. Om zich verder te bekwamen ging zij in 1922 naar de keramiekklas van de Amsterdamse Quellinusschool voor kunstnijverheid. Deze stond onder leiding van de keramiekspecialist Bert Nienhuis en had in die tijd uitsluitend vrouwelijke leerlingen. Bij hem leerde ze dat keramiek op hetzelfde niveau kon worden beoefend als het werk van kunstschilders en beeldhouwers. Voorwaarde was wel dat zij alleen unica maakte en haar werk voorzag van een signatuur en een titel. Als vrouw was ze hiermee baanbrekend, want Nederland kende in die tijd slechts enkele mannelijke kunstpottenbakkers.

Na een jaar Quellinusschool keerde Halpern terug naar Berlijn. In 1925 schreef ze zich in bij de vermaarde keramiekklas van de ‘Kunstgewerbeschule des Östereichischen Museums für Kunst und Gewerbe’ in Wenen. In haar ‘Weense periode’ deed ze ervaring op in werkplaatsen voor beschilderd aardewerk, maar zij zag hierin geen toekomst. Ze wilde zich toeleggen op glazuren van unica in een eigen atelier. Toen Lea Halpern in 1926 terugkeerde naar Nederland, ging zij nog een paar jaar naar de Rijksschool voor Klei- en Aardewerkindustrie te Gouda om haar technische kennis te verbeteren. Hier was ze de enige vrouwelijke leerling. In 1929 vond zij in een Goudse bloempottenbakkerij een plek om voor zichzelf te werken.

De kwaliteit van Lea Halperns kunstkeramiek werd al snel opgemerkt. In 1931 kreeg zij haar eerste grote tentoonstelling in de Haagse Kunstzaal Kleykamp en oogstte ze lovende kritieken. Naast musea kochten ook veel particulieren haar werk – onder hen ook leden van het koninklijk huis, zoals Emma en Juliana. Zelfs in de economisch moeilijke jaren dertig zag Halpern kans om te leven van de opbrengsten van haar keramiek. Vanaf 1932 huurde zij in Amsterdam een atelierruimte aan de Plantage Franselaan (nu Henri Polaklaan, nr. 25) en een jaar later nam ze zelfs een assistente in dienst. Om niet afhankelijk te zijn van de verkoop van prijzige unica, verkocht ze ook betaalbare beeldjes van dieren en keramische sieraden.

Toen haar ouders in 1934 naar Palestina emigreerden, besloot Lea Halpern in Nederland te blijven. In 1935 trok een tentoonstelling in haar atelier zoveel belangstellenden dat deze werd verlengd (De Telegraaf, 11-12-1935). Halpern genoot zelfs nationale bekendheid, zeker toen het Polygoonjournaal in 1936 een filmpje aan haar wijdde. In datzelfde jaar boekte zij tijdens haar expositie bij de Londense Zwemmer Gallery zoveel succes, dat ze twee jaar later opnieuw een tentoonstelling mocht inrichten (De Telegraaf, 2-6-1938).

Amerika

In 1939 ontving Lea Halpern een eervolle uitnodiging die haar leven ingrijpend zou veranderen. De Netherlands-America Foundation vroeg haar om in februari 1940 een tentoonstelling in te richten ter gelegenheid van de opening van het Holland House in het Rockefeller Center in New York. Met kisten vol keramiek vertrok zij op 22 november 1939 met het S.S. Rotterdam van de Holland-Amerika Lijn naar New York. Ze was van plan op 15 mei 1940 terug te reizen, maar door de Duitse inval in Nederland ging dat niet. Gelukkig had zij een aardig bedrag in contanten meegenomen en werd haar werk ook in de Verenigde Staten goed verkocht. Door zuinig te leven kon zij het financieel uithouden.

In 1941 ontmoette Lea Halpern de klassieke zanger Lincoln Newfield, op dat moment dienstplichtig militair, met wie ze in februari trouwde. In de daaropvolgende jaren bleef ze haar kunstenaarschap trouw, al ging het moeizaam met haar loopbaan in de Verenigde Staten. In Nederland raakte ze vergeten totdat ze in 1974 een tentoonstelling mocht inrichten in Leeuwarden en Haarlem. Vlak voor de opening in het Baltimore Museum of Art, dat de tentoonstelling in 1976 overnam, overleed haar echtgenoot. Lea Halpern wilde niet meer werken en reisde naar Engeland om dichter bij haar broer Joseph te zijn. Hier overleed zij op 6 november 1985; ze werd begraven in Israël.

Lea Halpern verdient het om in Nederland herinnerd te worden als de eerste vrouw die internationale erkenning verwierf als keramiste.

Naslagwerken

Groot.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: gezinskaart Samuel Halpern; archiefkaart Lea Halpern.
  • Persoonlijke documenten, knipsel- en fotoboeken uit de nalatenschap van Lea Halpern, in bewaring bij auteur.

Literatuur

  • S.E. Verrijn Stuart, ‘Pottenbakken als beroep voor vrouwen.’ [4 delen], De Vrouw en Haar Huis 17 (1922-1923) , nrs. 1 en 2; 18 (1923-1924) nr. 1.
  • Bert Nienhuis, ‘Pottenbakkerskunst en de taak van Aesthetisch-technisch Vakonderwijs’,  Jaarboek Nederlandsche Ambachts- en Nijverheidskunst (1927) 37-49.
  • W. Leviticus, ‘Lea Halpern en haar werk’, De Vrouw en Haar Huis 27 (1932) nr. 1,  14-17.
  • Polygoonfilm ‘De Amsterdamse pottenbakster Lea Halpern’, opgenomen op 26-11-1936 [URL: https://www.youtube.com/watch?v=m7rq7wJ-DNM; geraadpleegd 17-1-2016].
  • Jos. de Gruyter, ‘De Pottenbakkerswereld en Lea H. Halpern’, Elseviers Geïllustreerd Maandschrift 99 (1940) 28-40.
  • Lea Halpern [folder bij tentoonstelling Princessehof Leeuwarden, 1974].
  • Lea Halpern [catalogus bij tentoonstelling Frans Halsmuseum Haarlem, 1974].
  • Lea Halpern [catalogus bij tentoonstelling The Baltimore Museum of Art Baltimore, 1976].
  • M. G. Spruit-Ledeboer, Nederlandse keramiek, 1900-1975 (Assen/Amsterdam 1976).
  • C. Smits, ‘Zich opofferen aan het Godenvak. De invloed van Oostaziatische glazuren op de Nederlandse Keramiek 1890-1940’, Mededelingenblad Vrienden van de Nederlandse Ceramiek 133 (1989) nr. 1, 4-21.
  • M. Singelenberg-van der Meer, Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940 (Lochem 1995).
  • D. Mol-Steinebach, Kunst uit aarde water lucht en vuur (Leiden 2009) [masterscriptie Universiteit Leiden Kunstnijverheid].

Illustratie

Lea Halpern werkend aan de draaischijf, ca. 1933 (Nalatenschap van Lea Halpern).

Auteur: Christien Smits

laatst gewijzigd: 19/10/2016