Küller, Johanna (1884-1966)

 
English | Nederlands

KÜLLER, Johanna, vooral bekend als Jo van Ammers-Küller (geb. Noordeloos 13-8-1884 – gest. Bakel 22-1-1966), schrijfster. Dochter van Abraham Antonie Küller (1852-1941), gemeenteontvanger, en Maria Johanna Meursinge (1859-1940). Johanna Küller trouwde op 15-2-1906 in Delft met Rudolf van Ammers (1881-1941), fabrieksdirecteur. Uit dit huwelijk, dat op 26-6-1929 in Delft werd ontbonden, werden 2 zoons geboren.

De overgrootvader van Jo Küller emigreerde omstreeks 1800 vanuit het Duitse Solingen naar Utrecht. Ze groeide als enig kind op in Delft en ging naar de meisjes-HBS in Den Haag. Toen ze als zestienjarig meisje op eigen initiatief in het familieblad Eigen Haard (1901) een opstel had gepubliceerd, moest ze naar een  kostschool. Al snel verloofde ze zich met de Delftse ingenieur Ruud van Ammers. Na hun huwelijk verhuisde ze naar Utrecht, waar ze haar altstem verder ontwikkelde met zanglessen. Plankenkoorts, versterkt door enkele weinig succesvolle optredens, weerhield haar van een loopbaan als zangeres. Met haar gezin verhuisde ze in 1912 naar Leiden, waar haar man directeur werd van de Stedelijke Lichtfabrieken.

In Leiden vatte Jo van Ammers-Küller haar gestrande schrijversloopbaan op. In 1914 verscheen haar eerste boek, De roman van een student, en werd haar eerste toneelstuk, Zijn heilige, opgevoerd. Ze kreeg adviezen van de toneelcriticus en romanschrijver Johan de Meester, die haar op de weg van het psychologisch realisme zette. In 1921 publiceerde ze een roman over de verhouding van  Mina Kruseman met Multatuli. De recensies waren niet onwelwillend. In Amsterdam, waar het gezin Van Ammers inmiddels woonde, schreef ze de driedelige roman De opstandigen (1925). Deze Leidse familiekroniek kan worden gelezen als een ‘geschiedenis van de vrouwenemancipatie’; zo treedt Aletta Jacobs in het tweede deel op als ‘dokter Elize Wijsman’. In het derde deel, dat in haar eigen tijd speelt, beschrijft ze de teloorgang van de vrouwenbeweging: de  hoofdpersoon Puck kiest voor een veilig huwelijk, de feministe Wijsman sterft eenzaam. Met De opstandigen brak ze door als schrijfster. Tot 1940 zijn er 45.000 exemplaren van verkocht. Ze hield er talloze lezingen over en bewerkte het boek voor toneel. In 1930 en 1932 schreef ze de vervolgdelen Vrouwen-kruistocht en De appel en Eva.

Als secretaris van het PEN-congres in Amsterdam deed Jo van Ammers-Küller in 1931 veel internationale contacten op. Zo kon haar in 1933 gepubliceerde Twaalf interessante vrouwen in 1935 ook in nazi-Duitsland verschijnen, zij het in sterk gecensureerde vorm: de portretten van een Engelse socialiste, een Russische communiste en een Amerikaanse schoonheidskoningin moesten plaats maken voor de nationaal-socialiste Winifred Wagner en de joodse afkomst van de zangeres Julia Culp mocht niet worden vermeld. Gretig aanvaardde ze in 1936 het Frauenkreuz van het Duitse Rode Kruis en wenste ze op 1 juni 1940 NSB-leider M.M. Rost van Tonningen succes ‘op de grote weg’ die hij had te gaan. Dat ze lid werd van de Kultuurkamer en na de bevrijding een schrijfverbod kreeg, hoeft daarom niet te verbazen. Toen in 1950 uitkwam dat ze een jaar eerder onder het pseudoniem Adriaan Hulshoff de racistische roman Dorstig paradijs had geschreven, leidde dat tot een proces. Bij gebrek aan bewijs werd ze vrijgesproken. In 1953 mocht ze weer publiceren. Ze wekte direct verontwaardiging met De liga van de goede wil, een roman over kunstenaars die in de Tweede Wereldoorlog fout waren geweest. In de hoofdpersoon is de dirigent Willem Mengelberg herkenbaar. Zelf komt ze ook in het boek voor. Minder opzien baarde ze met haar historische romans, waarin ze zich vooral een goed verteller toonde. Verbitterd en eenzaam sleet ze haar laatste jaren in een verzorgingshuis in Aalst-Waalre. In 1966 stierf Jo van Ammers-Küller in Bakel, 81 jaar oud.

Reputatie

Als schrijfster is Jo van Ammers-Küller vanaf 1925 niet alleen zeer succesvol maar ook fel omstreden geweest. In pamfletten bestreden haar voor- en tegenstanders elkaar. Menno ter Braak noemde haar boeken ‘kulliteratuur’ maar gaf toe dat ze ‘er dan waarachtig in geslaagd is de belangstelling van een volk [...] tot kopens toe te stimuleren!’ (Ter Braak, 292). Annie Salomons vond dat ze ten onrechte poseerde als superieure toeschouwster bij de bekrompenheid van haar  romanfiguren, maar dat ze de geest van haar tijd wel mooi gestalte gaf (Salomons, 52-60). In 1935 oordeelde Annie Romein-Verschoor: ‘Mevrouw van Ammers heeft veel geschreven, teveel in verhouding tot de draagwijdte van haar talent en levenswijsheid. Haar werk drijft op haar pienter vrouwenverstand, [maar] van een groei is overigens in dit werk weinig te bespeuren’ (Romein-Verschoor, 129). Ze was geïnteresseerd in vrouwen die zich een eigen leven en vrijheid hadden verworven, maar voor de emancipatiebeweging op zich had ze weinig begrip. In 1989 zag Nel van der Heijden-Rogier in haar werk vooral ‘langdradigheid, herhaling, clichétaal en oppervlakkige zwart-witkaraktertekening’ en in De opstandigen ‘hooguit een curieus tijdverschijnsel’. Uit haar levensloop en oeuvre kwam volgens deze critica ‘een vrouw naar voren die egocentrisch en ambitieus haar eigen carrière tot hoogste doel verheven had; een vrouw ook die allergisch reageerde op elke kritiek en na de geoogste roem haar val niet kon verwerken’ (BWN). Dat Miranda van de Mortel haar in 1993 ‘een vergeten schrijfster’ noemde, lijkt alleszins terecht.

Naslagwerken

Aardweg; Van Bork/Verkruijsse; BWN; Delftse vrouwen; Persoonlijkheden.

Archivalia

Letterkundig Museum, Den Haag: schriftelijke nalatenschap, krantenknipsels.

Publicaties

Bibliografie van Van Ammers-Küller in Digitale Bibliotheek Nederlandse Letterkunde.

Literatuur

  • Opwaartsche Wegen 4 (1926-1927) 398-408.
  • Annie Salomons, Leven en werken (1927).
  • Kennen Sie Jo van Ammers-Küller? Ein Lebensbild (Bremen 1933).
  • Menno ter Braak, Verzameld werk, deel 1 (Amsterdam 1950; herdr. 1980).
  • A. Romein-Verschoor, De Nederlandsche romanschrijfster na 1880 (Utrecht 1935).
  • H. Freezer, ‘Jo van Ammers-Küller maakte 40 jaar geleden opgang’, Het Parool, 17-2-1966 en 24-2-1966.
  • L. Giebels, ‘De opgewekte secretaresse van de geschiedenis. Jo van Ammers-Küller en haar roman “De Opstandigen”’, Bzzlletin 14 (1986) nr. 134, 63-67.
  • J. van der Zwaard, ‘Overgeleverd aan de oerkrachten van de Bodem, geliefde romans van Jo van Ammers-Küller en Ina Seidel’, Lover 13 (1986) nr. 2, 89-94.
  • M. van de Mortel, Jo van Ammers-Küller: een vergeten schrijfster (Leiden 1993).

Illustratie

Portretfoto, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Collectie IAV – Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis).

Auteur: Redactie (dit lemma is o.a. gebaseerd op het BWN-lemma van P.E. van der Heijden-Rogier)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 853

laatst gewijzigd: 01/09/2017