Meijler, Hanny (1920-2008)

 
English | Nederlands

MEIJLER, Hanna Sophia (geb. Amsterdam 28-1-1920 – gest. Amsterdam 3-10-2008), schrijfster, journaliste, tekstschrijfster. Dochter van Salomon Gerzon Meijler (1885-1942), veehandelaar, en Anna Content (1887-1943). Hanny Meijler trouwde op 23-12-1942 in Genève met Sam Ritmeester (1912-1992), huisarts. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

Hanny groeide samen met haar jongere broer Frits Louis (1925-2010) op in een joods gezin in Vroomshoop en Almelo. Ze ging naar de hbs en wilde actrice worden, maar haar vader vond dat ze een degelijke opleiding moest volgen. Op voorspraak van een tante – de familie van haar moeder was Amsterdams – kwam Hanny op haar negentiende op de ‘vooropleiding verpleging’ in een ziekenhuis in Amsterdam. Ze was volgens een hoofdverpleegster niet serieus genoeg, maar zelf had ze het naar haar zin.

De oorlog

In 1941 werd Hanny verliefd op Sam Ritmeester, een joodse arts die ze in januari van dat jaar op een feestje ontmoette. Ze verloofden zich op 1 juni. Haar ouders maakten de verloving nog mee – niet lang hierna werden zij op transport gesteld. Zij kwamen beiden om in Auschwitz. Hanny’s broer zat ondergedoken bij een boer in Overijssel. In januari 1942 vluchtte Sam. Hij kwam in Zwitserland terecht en Hanny besloot hem achterna te gaan. Met zijn foto in de voering van haar jas genaaid kwam ze na veel omzwervingen in augustus 1942 ook in Zwitserland aan. Ze kreeg er de status van politiek vluchteling, waardoor zij niet in een kamp werd geplaatst, maar in een hotel werd ondergebracht.

Sam en Hanny trouwen in december 1942 in Genève. Niet lang hierna besloot Sam zich aan te sluiten bij de Engelandvaarders om zo met de geallieerden mee te vechten. Via Spanje vertrok hij in november 1943 naar Engeland. Hanny was inmiddels zwanger en bleef alleen achter in Zwitserland. In juli 1944 beviel ze in Montreux van dochter Annejet. Hanny Ritmeester-Meijler keerde in augustus 1945 met haar dochter terug in het inmiddels bevrijde Nederland en zag daar haar man pas terug. Hij kreeg een baan als huisarts bij Philips en zo kwamen ze in Eindhoven terecht. In 1946 werd Sjonk geboren, in 1948 Frits en in 1952 Hanneke.

Literair

Het literaire leven van Hanny Ritmeester-Meijler begon met het vertellen van verhalen aan haar kinderen. In bijna ieder verhaal bracht ze haar ouders tot leven. Haar fantasie maakte het mogelijk om het verdriet te vertalen in versjes, verhalen en kinderboeken. Omdat het leven als ‘vrouw van een huisarts’ voor haar te weinig voldoening gaf, begon ze dit talent na verloop van tijd ook buiten de privésfeer te ontplooien.

In 1960 publiceerde Hanny S.R. [: Ritmeester] Meijler – de naam waaronder ze schreef – in korte tijd drie titels. Ze debuteerde bij Uitgeverij Helmond met Een fles vol augurken: een kinderboek vol versjes, op muziek gezet door Paul van Wely, die bekend werd als cabaretier bij het Utrechts Studentencabaret en ook als arts bij Philips werkte. Al snel volgde Een kast vol servies, opnieuw een samenwerkingsproject met Van Wely. Onder de kop ‘De theepot is een levend ding’ schreef journalist/cabaretier Rinus Ferdinandusse er een lovende recensie over in Vrij Nederland, waarin hij Meijler vergeleek met Annie M.G. Schmidt. Haar kinderboek De zwarte paraplu kwam uit bij Holkema en Warendorff. Hierna stapte ze over naar De Bezige Bij, waar de kinderboeken Tippelop en Tippelmee (1961), Het Zwartepietenboek (1962) en Thomas Boelebas (1962) verschenen. Kinderkoren zongen haar liedjes op de radio, en er verschenen singles, EP’s en LP’s. Ook schreef ze in deze tijd de kindermusical Bas en Grietje, die in 1961 door de KRO op televisie werd uitgezonden.

Hierna werd Meijler al snel journalistiek actief. Ze ging schrijven voor vrouwenbladen als de Eva en Libelle. Daarbij durfde ze ook moeilijke onderwerpen aan te snijden. Zo schreef ze als eerste over vrouwen in de gevangenis en bracht ze kindermisbruik onder de aandacht. Samen met de Libelle publiceerde ze een voorlichtingsboekje voor kinderen: Waarom niet (1962). In de Autokampioen schreef ze over kampeervakanties met het gezin. In de jaren zestig versloeg ze het televisiefestival De Gouden Roos in Montreux voor het Eindhovens Dagblad.

Radio en tv

Jarenlang (vanaf 1966) zat Hanny Meijler in de jury van het Cabaret der onbekenden in Eindhoven, waar artiesten als Anneke Grönloh, Trea Dobbs en Lenny Kuhr debuteerden. Bij de NTS had ze haar eigen sinterklaasprogramma en met Ageeth Scherphuis maakte ze een radioprogramma over vrouwenonderwerpen onder de titel Avrodite. In deze tijd ging ze ook steeds meer songteksten schrijven. De beroemdste daarvan zijn ‘Ik ben gelukkig zonder jou’ en ‘Paleis met gouden muren’, beide in 1966 op de plaat gezet door Conny Vandenbos. Het werden grote hits.

In het leven van Hanny Meijler veranderde iets toen zij in 1981 met haar man naar de herdenking van D-day in Normandië ging – Sam was er vanaf augustus 1944 als officier van gezondheidszorg werkzaam geweest. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, die ze jarenlang had proberen te vergeten, kwamen in alle hevigheid terug. Ze vond dat de mannen van de Irenebrigade te weinig erkenning hadden gekregen voor hun aandeel in de bevrijding – Lou de Jong besteedde er bijvoorbeeld nauwelijks aandacht aan. Daarom besloot ze deze mannen te interviewen en hun verhalen op te schrijven – het werden 284 interviews. Haar boek Ik zou wéér zo gek zijn, mannen van de Irenebrigade (1984) werd goed besproken, onder anderen door Jan Blokker in de Volkskrant, en was in drie maanden uitverkocht. Ook werden er dankzij haar niet aflatende inspanningen in diverse plaatsen straten en viaducten naar de brigade genoemd. De mannen van de Irenebrigade waren blij met de erkenning, en tot haar dood zou ze intensief contact houden met ‘haar mannen’.

De oorlog liet haar niet meer los. In 1988 maakte Meijler met Wil van Neerven voor de IKON een documentaire over het concentratiekamp Natzweiler: Naamloos in Nacht und Nebel. Twee jaar later publiceerde ze onder de titel Afkloppen haar persoonlijke levensverhaal. In het boek beschrijft ze de angstige meidagen, haar vlucht naar Zwitserland en het verdriet om haar ouders, die ze nooit meer heeft teruggezien.

Na de dood van echtgenoot Sam (1992) schreef Meijler nauwelijks meer. Ze wijdde zich aan haar kinderen, kleinkinderen en anderen om haar heen. De laatste twee jaren van haar leven woonde ze in bij haar oudste dochter en schoonzoon in Amsterdam. Daar overleed ze op 3 oktober 2008, in de leeftijd van 88 jaar.

Betekenis

In het Wikipedialemma van haar zoon Frits, bekend als de radiomaker Frits Spits, heet Hanny Meijler ‘een schrijvende moeder die ook het huishouden deed’. Tegenwoordig is ze vooral nog bekend vanwege de tekst van de hit ‘Ik ben gelukkig zonder jou’, die hoogleraar Maaike Meijer bij haar oratie in 1999 als baanbrekend voor de tweede feministische golf kwalificeerde. Hanny Meijler moest er zelf wat om lachen, maar ze was er ook trots op.

Publicaties

Zie de titels in de tekst hierboven.

Literatuur

  • Jen Vlietstra, ‘Doktersvrouw haalt Irene-Brigade uit vergetelheid’, Het Vrije Volk, 1-5-1984.
  • Peter Brusse, ‘Gek op musicals en schlagers’, de Volkskrant, 25-10-2008 [necrologie].
  • Hannah van den Ende, Vergeet niet dat je arts bent. Joodse artsen in Nederland, 1940-1945 (Amsterdam 2015).
  • Maarten Steenmeijer, Schrijven als een ander. Over het vertalen van literatuur (Amsterdam 2015) [o.a. over het taalgebruik in ‘Ik ben gelukkig zonder jou’].

Illustratie

Foto door Arie Kwast, 2004.

Auteur: Annejet Florusse

 

 

 

laatst gewijzigd: 26/09/2016