Mesdag, Emma (1895-1997)

 
English | Nederlands

MESDAG, Emma (geb. Winschoten 4-1-1895 – gest. Wassenaar 26-11-1997), huishoudschooldirectrice. Dochter van Reinder Uneco Mesdag (1855-1918), inspecteur der belastingen, en Etina Martha Boekhoudt (1865-1930). Emma Mesdag bleef ongehuwd.

Emma Mesdag groeide op in Rotterdam, waar haar vader, afkomstig uit Groningen, hoge functies bij de belastingdienst bekleedde. Na haar werden nog een broer en een zusje geboren. Haar ouders waren beiden actief op maatschappelijk terrein; haar vader onder meer in de doopsgezinde gemeente en als bestuurder van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, haar moeder als lid van diverse verenigingen en comités op het gebied van kinderzorg en vrouwenemancipatie.

Emma bezocht de meisjes-hbs en deed eindexamen in 1912. Haar ouders vonden haar te jong om, zoals de traditie wilde, naar het buitenland te gaan ter vervolmaking van haar talenkennis. In plaats daarvan schreven zij haar in bij de Huishoudschool Laan van Meerdervoort in Den Haag, sinds 1900 gevestigd in een nog steeds bestaande villa op de hoek met de Suezkade, destijds de uiterste rand van Den Haag. Net als de leraressen woonden de eerstejaars leerlingen (ongeveer vijf per jaar) er intern. Jonge vrouwen uit de hogere kringen werden er opgeleid tot huishoudkundige of huishoudlerares. De school werd op strenge doch moederlijke wijze geleid door A.S. Tydeman-Verschoor, die met haar sociale idealen veel invloed had op de leerlingen. Emma moest – zo herinnerde zij zich later –  in haar eerste jaar een spreekbeurt houden over Zeeuwse kantklossters, die werkten voor een hongerloon van twee cent per uur.

Plichtsbesef

In 1916 voltooide Emma Mesdag haar opleiding, maar de 21-jarige kreeg weinig kans om over haar toekomst na te denken: de school deed een beroep op haar. Het idee om misschien elders werk te zoeken, of de mogelijkheid van een huwelijk (waar ze later eens terloops over sprak) zette ze opzij, met het onwrikbare plichtsbesef dat haar hele leven heeft gekenmerkt. Emma Mesdag werd lerares huishoudkunde aan haar eigen oude school, opnieuw intern. Zij raakte innig bevriend met haar tien jaar oudere collega, de kooklerares F.M. (Mathilde) Stoll. Het tweetal maakte wandelingen naar zee en deelde hun liefde voor planten. Toen de vader van Emma Mesdag in 1918 overleed en zijn weduwe besloot in Den Haag te gaan wonen, trok niet alleen haar dochter, maar ook Mathilde Stoll bij haar in op de Beeklaan, om de hoek bij de school. Emma Mesdag en Mathilde Stoll zouden 63 jaar – als goede kameraden, zo verzekerde eerstgenoemde later – samenwonen. Het ‘mejuffrouw’ waarmee zij wensten te worden aangeduid, had iets van een geuzennaam.

In 1935 werd mejuffrouw Mesdag directrice van de Huishoudschool Laan van Meerdervoort. Het gebouw was alweer uitgebreid, het onderwijs bloeide. Naast de gewone lessen in vakken als wasbehandeling, fijne keuken, hygiëne, koken enzovoort, werden al sinds de oprichting velerlei cursussen gegeven, vooral in de avonduren. Geliefd was de trouwcursus, waarbij jonge vrouwen uit gegoede milieus leerden hoe een huishouden te bestieren, met personeel natuurlijk. Maar er waren ook dag- en avondcursussen naaien en verstellen, cursussen voor huishoudelijk personeel, voor verpleegsters, cursussen vegetarisch koken en huishouden in de koloniën.

Emma Mesdag heeft zich altijd gericht op professionalisering van huishoudelijk werk, en geloofde sterk in de ‘verheffende’ rol die het onderwijs erin kon spelen. Dat gold in de eerste plaats voor het onderwijs aan leerlingen uit de armste bevolkingslagen. De school onderhield nauwe contacten met ‘Ons Huis’ in Leiden, waar meisjes werden opgevangen die in de textielververijen werkten. Leraressen van de Huishoudschool Laan van Meerdervoort zoals mejuffrouw Stoll gaven er kooklessen, en stelden vast dat zij niet in staat waren om de gedicteerde recepten correct op te schrijven, maar ze wel in één keer onthielden. Mesdag stimuleerde haar leraressen om naast de reguliere lessen bijvoorbeeld ook met de pupillen het dak op te gaan om naar de sterren te kijken, of in het voorjaar naar buiten, om bloemen te plukken waarmee ze het huis versierden.

In haar streven om leraressen meer didactische vaardigheden bij te brengen, vroeg mejuffrouw Mesdag advies aan Ph.A. Kohnstamm, Nederlands bekendste onderwijskundige. De commissie die daarvan de uitkomst was, pleitte ervoor om de minst ontwikkelde leerlingen naast praktische lessen meer algemeen vormende vakken zoals Nederlands en aardrijkskunde te geven; ook ontstond zo het idee van een leerlingenstelsel voor huishoudelijk personeel.

‘Als je ergens een gaatje zag waar je je nuttig kon maken, dan deed je dat’, zo formuleerde Mesdag op hoge leeftijd haar levensmotto. Het was tegelijk haar visie op de taak van het huishoudonderwijs. Al in de Eerste Wereldoorlog was ze met collega’s op de fiets het Westland in getrokken, een petroleumstel op de bagagedrager, om huisvrouwen te leren economisch om te gaan met brandstof. In de crisisjaren was zij lid en/of voorzitster van verschillende commissies ter bestrijding van gebreksziekten, werkloosheid en andere noden.

Noodziekenhuis

Emma Mesdag was nog altijd directrice toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In 1940 werd de school een noodziekenhuis voor (licht)gewonde soldaten na de gevechten rond vliegveld Ockenburg. Toen de bouw van de Atlantikwall in de kuststrook mensen uit hun huizen verdreef, en later, toen bombardementen delen van Den Haag bedreigden, ving de school evacués en daklozen op. De school hielp met verhuizingen, met verplegen, met voeden en huisvesten. Ook speelde Mesdag een belangrijke rol bij het in 1941 opgerichte Voorlichtingsbureau voor de Voeding, dat met exposities, cursussen en brochures adviseerde over verantwoorde voeding in tijden van schaarste. Met tactisch opereren lukte het, inmenging van de bezetter (c.q.: de Deutsche Frauenschaft) te voorkomen . In de laatste oorlogsmaanden functioneerde de school als een tehuis voor verwaarloosde en uitgehongerde kinderen.

Na 1945 kwam Mesdag, inmiddels een gezaghebbende figuur, veelvuldig in contact met buitenlandse collega’s. De ideeën die zij opdeed, kwamen van pas bij haar werk als bestuurster en lid van diverse adviesorganen. Zo werd zij omstreeks 1947 in Londen uitgenodigd om te vertellen hoe het huishoudonderwijs zich in bezet Nederland had gehandhaafd. Zij zag op haar beurt hoe in Londen een systeem van massamaaltijden was ontwikkeld, nodig voor al die mensen die vanwege de bombardementen niet naar huis konden. Zo kreeg ze het plan voor een ‘kantine’ voor alleenstaanden in haar eigen school; die is tot in de jaren tachtig blijven bestaan als oefenrestaurant.

Via de Landbouwhogeschool Wageningen kwam Mesdag in contact met de Amerikaanse  ‘home economics’, een academische discipline huishoudkunde. Ze maakte twee studiereizen naar de VS; de eerste in 1951/’52, met onder anderen de Wageningse socioloog E.W. Hofstee en de huishoudkundige C.W. Willinge Prins-Visser, die kort daarna de eerste vrouwelijke hoogleraar in Wageningen, in de huishoudwetenschappen, zou worden. Mesdag deed verslag van haar bevindingen in brieven ‘naar huis’ – dat wil zeggen, naar de school aan de Laan van Meerdervoort. Bij haar thuiskomst werd zij feestelijk ontvangen door de leerlingen met een spandoek met daarop de (toen) komisch klinkende tekst: ‘De Nederlandse Academie voor huishoudelijke vorming heet u welkom!’ Hierna volgden de vernieuwingen elkaar in het huishoudonderwijs snel op. Opleidingen tot diëtiste en tot huishoudkundige voor instellingen kwamen tot stand: zij bewezen dat het gezin niet langer als alleen-zaligmakend werd beschouwd.

In 1960 ging mejuffrouw Mesdag met pensioen. Op een receptie in het Kurhaus te Scheveningen kreeg zij de zilveren legpenning van de gemeente Den Haag uitgereikt. Zij bleef nog lang actief in commissies en adviesfuncties. Vooral het werk in de Nederlandse Gezinsraad boeide haar, en ze genoot van internationale congressen in steden als Genève, Wenen en Londen. Zij was actief lid van de internationale Soroptimistenclub.

In 1967 verhuisden mejuffrouw Mesdag en mejuffrouw Stoll naar verzorgingsflat De Burcht in Wassenaar. Ook hier kon eerstgenoemde het niet laten op te treden – zo was de huishouding van De Burcht volgens haar dringend toe aan modernisering. Met grote nieuwsgierigheid bleef zij tot het eind van haar leven de ontwikkelingen op haar vakgebied volgen. In 1997 overleed Emma Mesdag, 102 jaar oud, in Wassenaar.

Betekenis

Het huishoudonderwijs waarvoor Emma Mesdag zich haar leven lang had ingespannen was inmiddels onherkenbaar veranderd. In de daarop volgende jaren is het feitelijk verdampt, opgegaan in gespecialiseerde opleidingen als diëtetiek, ‘facility management’ en kookvideo’s. Maar in de eeuw dat het huishoudonderwijs heeft bestaan, heeft Emma Mesdag er een toonaangevende rol in gespeeld, als lid van een formidabele generatie ‘praktische idealisten’.

Archivalia

Groninger Archief: toegangsnr. 555, familiearchief Mesdag, nrs 585-588.

Publicaties

  • Voorwoord in: Y.T.D. de Boer, Eet goed... ook in oorlogstijd (Den Haag 1941).
  • [Samen met A.M. van Anrooy], Zestig jaar Huishoudonderwijs 1888-1948 (Den Haag 1948).
  • De huisvrouw binnen en buiten haar huis (Den Haag 1959).
  • De huisvrouw. Verschillende facetten van de functie van de huisvrouw en van gebieden waarover haar kennis zich moet uitstrekken (Den Haag/Rotterdam 1962).
  • 75 jaar Huishoudonderwijs. Van Haagsche Kookschool 1888 tot Huishoudschool Laan van Meerdervoort 1963 (Den Haag 1963).

Literatuur

  • Ileen Montijn, ‘Een eeuw huishoudschool: Van onzichtbaar – weer onzichtbaar’, in: C. Kemp e.a. red., Van kookschool tot hogeschool. Van Haagsche Kookschool via Huishoudschool Laan van Meerdervoort en Academie ‘De Laan’ tot Haagse Hogeschool (Utrecht 1988) 8-23.
  • J.P.G. Vermoolen, Genealogie en geschiedenis van het geslacht Mesdag (Zutphen 1998) 66-67 en 351.

Gesprekken van de auteur van dit artikel met Emma Mesdag, gehouden februari 1988 en april 1992 in Wassenaar.

Illustratie

Foto, uit: Vermoolen (1998)

Auteur: Ileen Montijn

laatst gewijzigd: 20/10/2016