Oranje, Maria (1923-?)

 
English | Nederlands

ORANJE, Maria, vooral bekend als Miep Oranje (geb. Bloemendaal 6-5-1923 gest. ?), actief in het verzet en verraadster. Dochter van Cornelis Leendert Oranje (1889-1976), gezagvoerder koopvaardij, en Marie van der Vries (1893-1930). Voor zover bekend bleef Maria Oranje ongehuwd.

Maria (Miep) Oranje werd geboren als jongste van twee dochters in een gereformeerd gezin – vader Oranje was een hooggeschoolde zeeman die vanaf 1920 aan de wal werkte. Met haar zus Henrina (1917-1995) groeide Miep op in Bloemendaal, en na de dood van de moeder (1930) in Soest. De vader hertrouwde in 1935, maar tussen Miep en haar stiefmoeder klikte het niet. Van 1936 tot 1938 woonde ze in Dover bij haar vader, die tijdelijk in Londen was gedetacheerd. Haar zus was toen al het huis uit. Terug in Nederland ging Miep naar de christelijke ulo in Soestdijk en erna naar het Baarnsch Lyceum, waar ze in 1942 met hoge cijfers haar hbs-a diploma behaalde. Klasgenoten omschreven haar later als een teruggetrokken, gesloten type, al kon ze helder argumenteren en had ze een duidelijke eigen mening. Hoewel de oorlog op school nauwelijks een thema was, liet Miep altijd weten dat ze anti-Duits was.

Verzet en verraad

In 1943 kwam Miep Oranje via jeugdvriendin Miep Quelle in contact met de Raad van Verzet (RVV) en de groep Rolls Royce. Ze was eerstejaars studente geografie in Utrecht, maar moest die studie staken toen de Duitsers de universiteit in het voorjaar van 1943 sloten. In de ogen van medestudenten was Oranje een buitenstaander die zich niet mengde in gesprekken over de oorlog. Wel weigerde ze de loyaliteitsverklaring te tekenen. Onder de schuilnaam Edith de Graaf werkte ze als koerierster in de omgeving van Soest. Op 30 december 1943 viel ze in de bossen bij Lage Vuursche met een fietstas vol illegale vlugschriften in handen van de Sicherheitsdienst (SD).

In cel D2 13 van het Amsterdamse Huis van Bewaring in de Havenstraat maakte Miep Oranje op celgenote Tineke Guilonard (later bekend als Tineke Wibaut) een labiele indruk: ‘Ze was hypernerveus en angstig, ze vertelde me veel teveel’ (gecit. Guilonard, 29). Ze bleek niet opgewassen tegen de sluwe verhoormethoden van Sachbearbeiter Herbert Oelschlägel, sloeg door en liet zich overhalen om zijn V-vrouw (informante) te worden. Bovendien werd ze zijn minnares. Na haar vrijlating arresteerde de SD in de omgeving van Soest complete verzetsgroepen, zoals eind januari 1944 die van Cornelis Burger. Miep Oranje bevestigde belastende feiten tegen de arrestanten en vulde die zelfs aan Burger en twee collega’s kregen de kogel. Al snel werd de grond haar te heet onder de voeten en uit angst voor ontmaskering zwierf ze als Edith, Netty de Graaf of Truus van Dinteren wekenlang door het land, op zoek naar steun en onderdak.

In juli 1944 wist Miep Oranje op voorspraak van verzetsstrijder Kees Brouwer in het Centraal Bureau van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO) in Hilversum te infiltreren. Als koerierster en privésecretaresse van LO-leider Hugo (Teunis van Vliet) had ze toegang tot alle illegale contactadressen. De ene na de andere LO’er liep begin augustus 1944 tegen de lamp. Velen, onder wie LO-oprichtster Helena Rietberg, werden na het verraad aangehouden en gefusilleerd of vonden de dood in Duitse kampen.

Het raadsel Miep Oranje

Op 8 augustus 1944 bezocht Miep Oranje haar vader. Daarna verdween ze voorgoed van het toneel, op advies van Oelschlägel, met toestemming van SD-chef Lages en voorzien van Duitse papieren. Ze vluchtte vermoedelijk naar Duitsland: op 7 september 1944 trad ze daar in dienst van het Rode Kruis. Op 3 oktober 1962 werd ze door de Arrondissementsbank in Utrecht per 9 augustus 1944 juridisch dood verklaard en tot op heden ontbreekt van haar ieder spoor.

Over de verdwijning van Miep Oranje deden na de oorlog de wildste verhalen de ronde: ze zou met een eenarmige Britse inlichtingenman in Tanzania, met een hoge Amerikaanse officier in de Verenigde Staten en als echtgenote van een Canadees in Canada terechtgekomen zijn. Het bleken allemaal loze geruchten en voor de theorie dat Miep Oranje in februari 1945 vlakbij een boerderij in Scherpenzeel door het verzet zou zijn geliquideerd (‘Een speurtocht’), ontbreekt overtuigend bewijs.

‘Koerierster des doods’ Miep Oranje heeft alles bij elkaar waarschijnlijk enkele tientallen slachtoffers op haar geweten. De politieke opsporingsdienst verhoorde na de oorlog een groot aantal getuigen tegen haar, maar tot een rechtszaak is het nooit gekomen: Oranje werd niet bij verstek veroordeeld. Professionele noch particuliere onderzoekers konden het raadsel Miep Oranje naar tevredenheid oplossen.

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, CABR 2.09.09, inv. nr. 107953, dossier 13450; Nederlands Beheersinstituut, NBI 2.09.16, inv. nr. 4825, dossier PD 765.
  • NIOD, Amsterdam: knipselarchief, KB I, inv. nr. 8145; toegang 893, inv. nr. 9 (‘Een speurtocht naar Miep Oranje’ door G.E. de Jongste en A. Elderenbosch 1-8-2000); toegang 893, inv. nr. 1.

Literatuur

Illustratie

Miep Oranje, door onbekende fotograaf, ca. 1942 (particuliere collectie).

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

laatst gewijzigd: 07/07/2016