Ripke, Louise Marguérite Olga (1893-1969)

 
English | Nederlands

RIPKE, Louise Marguérite Olga, bekend als O. van Andel-Ripke (geb. Schaarbeek, België 11-7-1893 – gest. Amersfoort 20-8-1969), kinder- en jeugdpsychiater. Dochter van Joachim Henri Auguste Ripke (1863-?), kleermaker, en Frédérique Guillemine Mathilde Dorothée Wulff (1867-1944). Olga Ripke trouwde op 21-2-1922 in Utrecht met Jacobus Cornelis van Andel (1890-1979), psychiater. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Olga Ripke werd in de Brusselse voorstad Schaarbeek geboren als tweede van vier dochters van (van oorsprong) Duitse ouders. In 1913 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar Olga datzelfde jaar eindexamen gymnasium B deed en nog een broertje kreeg. Olga Ripke ging in Utrecht geneeskunde studeren. Ze werd lid van de in 1899 opgerichte Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging (UVSV) en raakte bevriend met Liesbeth Peletier en Marie Anne Tellegen. In 1920 behaalde ze haar artsenbul.

Kinderverzorging en opvoeding

Als arts-assistent volgde Olga Ripke de specialisatie zenuw- en zielsziekten. Ze verdiepte zich vooral in de zorg voor zwakzinnige kinderen. In maart 1921 werd ze tot Nederlandse genaturaliseerd en verloofde ze zich met haar studiegenoot, de koopmanszoon Koos van Andel uit Gorinchem. Van Andel en Ripke trouwden in 1922 in Utrecht en kregen twee kinderen: Tjeerd (1923) en Mies (1925). Het gezin Van Andel-Ripke vestigde zich in Rotterdam, waar Olga directrice werd van de leraressenopleiding Kinderverzorging en Opvoeding (K en O) en haar man docent aan dezelfde school – voor hun vrienden ‘de school van Koos en Olga’. In 1923 begon Van Andel-Ripke op haar school een spreekuur (‘polikliniek voor zielkunde’) voor ouders van zwakzinnige en gestoorde kinderen. De kinderen zelf kwamen bij haar aan huis voor diagnose en behandeling. Ze trad soms op als deskundige voor de Rotterdamse kinderrechter en zat met haar man tot 1960 in de redactieraad van Ons Gezin, een tweewekelijks tijdschrift voor ‘kookkunst, huishoudkunde en familieleven’.

Toen haar man eind 1926 geneesheer-directeur van een psychiatrisch ziekenhuis op Java kon worden, vroeg en kreeg Van Andel-Ripke eervol ontslag als schooldirectrice en vertrok het gezin naar Indië. Van Andel-Ripke kreeg in 1927 verlof om daar zelf als arts te werken. Met het oog op de schoolopleiding van de kinderen solliciteerde haar man in 1934 als geneesheer-directeur van het Gesticht voor Krankzinnigen (na 1935: Psychiatrische Inrichting) in Franeker. In 1935 betrok het gezin daar de statige directeurswoning aan de Voorstraat 63. De moeder van Olga van Andel-Ripke woonde bij hen in tot haar dood in 1944.

Olga van Andel-Ripke was een veelgevraagd spreekster. Vanaf 1935 hield ze honderden lezingen over opvoeding en ontwikkelingspsychologie. Ook schreef ze tientallen artikelen. In 1939 verscheen het standaardwerk Gezonde kinderen, evenwichtige menschen, dat ze met haar man schreef. Hierin beschrijven zij de ontwikkeling ‘van kiem tot mens’, niet in Freudiaanse termen maar als ‘biologisch proces’. Bekend werd hun indeling in temperamenten, ontleend aan de Duitse psychiater Ernst Kretschmer en door de Van Andels samengevat in aansprekende beelden: beweeglijk (‘Keesje Kwikzilver’), gevoelig (‘Bepje Bijdehand’) en flegmatiek (‘Jantje Goedbloed’). Later kwam daar een vierde variant bij: de laatbloeier ‘Joris Goedzak’. Het boek werd vijf maal herdrukt.

In en na de oorlog

Kort na de Duitse bombardementen in mei 1940 nam Van Andel-Ripke zitting in een comité dat de opvang van 370 Rotterdamse en Dordtse kinderen in Friesland regelde. In de daarop volgende bezettingsjaren ontfermden zij en haar man zich ook over onderduikers. Dezen verbleven in een gesloten vleugel van de Franeker inrichting, waar vanouds tbc-lijders werden verpleegd. Zelfs de meest geharde Duitsers durfden daar niet naar binnen.

Na de Bevrijding werd Van Andel-Ripke een van de eerste leden van de nieuwe Partij van de Arbeid (PvdA). In 1946 stond ze kandidaat voor de Friese Staten. Ze werd niet gekozen. Haar deelname aan de vredesbeweging ‘De derde weg’ in 1952 betekende het einde van haar PvdA-loopbaan. Ze woonde toen al twee jaar met haar man in Groningen. Daar werd ze in 1954 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor haar werk als pionier en popularisator van de kinder- en jeugdpsychiatrie in Nederland. Met haar man, die van 1946 tot 1961 curator van de Groninger universiteit was, zette ze zich ook in voor een leerstoel orthopedagogiek. Die werd vanaf 1959 bekleed door Mien Bladergroen. De Van Andels woonden inmiddels weer in Utrecht, de stad van hun studententijd. Hun laatste gezamenlijke jaren brachten ze door in een verzorgingsflat in Amersfoort. Olga van Andel-Ripke overleed daar in 1969 op 77-jarige leeftijd.

Betekenis

Olga van Andel-Ripke was niet alleen een pionier van haar vak, maar ook een talentvolle en onvermoeibare popularisator. Naarmate er meer proefondervindelijk onderzoek kwam naar de emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen, raakte de theorie van de Van Andels op de achtergrond, maar hun brede praktische aanpak bleef bruikbaar in de behandeling van gestoorde en zeer moeilijk opvoedbare kinderen (pedologie en remedial teaching). In Nunspeet (1963) en Hilversum (1964) werd een kleuterschool naar Van Andel-Ripke vernoemd en in Groningen (1964) een aan de universiteit gelieerde stichting voor kinderstudie en oudervoorlichting, die in 1983 opging in het Pedologisch Instituut Noord-Nederland ‘Van Andel-Ripke’. Geen van deze instellingen bestaat nu nog.

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: archief Louise Marguérite Olga van Andel-Ripke 1927-1969 (1979).
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: collectie persoonskaarten.
  • Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: collectie dagbladen.

Publicaties

Selectie in K en O, tijdschrift van de Stichting Kinderverzorging en Oudervoorlichting .

Literatuur

  • Wie is dat? Biografische gegevens van Nederlanders (Den Haag 1956).
  • M. Brandenburg, ‘Het levenswerk van mevrouw O. van Andel-Ripke’, K en O 5 (1962) 31-435 (1962) 31-43.
  • Th.B. Kraft, ‘Jeugdbureaus voor de geestelijke volksgezondheid’, Tijdschrift voor Psychiatrie 6 (1964) 43-50.
  • M. Macintosh en J.F. Wetzel, ‘In memoriam Mevrouw Louìse Marguérite Olga van Andel-Ripke’, Ons Gezin 35 (1969) 281.
  • Th. Hart de Ruyter, ‘Het werk van mevrouw Van Andel-Ripke en haar betekenis voor de kinderstudie’, K en O 12 (1969) 139-141.
  • M. Brandenburg, ‘In memoriam mevr. O. van Andel-Ripke’, Kleuterwereld 15-1 (1969) 16.
  • Jacob Stelwagen, Bommen op Saakstra’s brug, oorlog en bevrijding in Noordwest-Friesland (Leeuwarden 2008).
  • Mineke van Essen, Wilhelmina Bladergroen, vrouw in de eeuw van het kind (Amsterdam 2012).

Illustratie

Olga van Andel-Ripke, door onbekende fotograaf, 1960 (Atria, Amsterdam).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 08/02/2016