Roozendaal, Rosalie (1924-1998)

 
English | Nederlands

ROOZENDAAL, Rosalie (geb. Amsterdam 30-7-1924 gest. Nijmegen 12-8-1998), Jodenverraadster. Dochter van Siegfried Jozeph Roozendaal (1894-1944), directeur conservenfabriek, en Elisabeth Gosschalk (1900-?), pensionhoudster. Rosalie Roozendaal trouwde (1) op 11-3-1949 met George Henri Marie Gerard van Laer (1921), tekenaar; (2) na echtscheiding (in 1952) op 28-11-1957 met Franciscus Johannes van Houtert (1931). Uit huwelijk (2) werden 2 zoons en 1 dochter geboren.

Rosalie Roozendaal was enig kind van Joodse ouders. Ze groeide op in een welgesteld milieu in Amsterdam en later Hilversum. De vader had een fabriek in delicatessen en conserven in Amsterdam en was veel op reis. Het huwelijk van haar ouders strandde in 1933. Vijf jaar later hertrouwde haar moeder met een Joodse rentenier en verhuisden moeder en dochter naar Hilversum, waar haar (stief)ouders aan de Burgemeester Schooklaan (nr. 12) een pension begonnen. De inmiddels veertienjarige Rosalie ging er naar de tweede klas van de hbs, maar werd al snel door haar stiefvader van school gehaald. Als leerling-verkoopster bij modehuis Gerzon in Amsterdam bekwaamde ze zich tweeënhalf jaar lang in steno, handelscorrespondentie en typen. In deze tijd woonde ze ook periodes bij haar vader in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Ze deed aan zwemmen, tafeltennis en hockey.

V-vrouw

In het voorjaar van 1943 dook Rosalie Roozendaal als Yvonne van Doorn onder in Amsterdam. Na diverse door haar vader geregelde onderduikadressen kreeg ze via tafeltennismaatje René Sonnenfeldt in augustus 1943 onderdak op de Nieuwe Prinsengracht, de woning van de Joodse verraadster Ans van Dijk. Samen met haar (stief)ouders, die op advies van Van Dijk eveneens naar Amsterdam kwamen, viel ze in handen van de Jodenjager Gerrit Mozer.

In ruil voor haar eigen en haar moeders vrijlating ging Rosalie Roozendaal werken voor het bureau Joodse Zaken, als ‘junior’ – ze was achttien – onder Ans van Dijk. Deze bewoonde intussen een ruim appartement in de Jekerstraat (nr. 46), waar Roozendaal met haar moeder introk en dat als ‘Jodenval’ voor de SD ging fungeren. Als V-vrouw en minnares van de veel oudere Mozer verraadde Roozendaal tot half oktober 1943 tegen betaling zeker zes mensen, onder wie een kennis, diens onderduikers en een voormalige zakenpartner van haar vader. Als Joodse ‘illegaal werkster’ genoot ze het volste vertrouwen van haar slachtoffers, die ze met leugens en bedrog om de tuin leidde. Kennelijk kon ze moeilijk haar mond houden over wat ze deed en meemaakte – in oktober 1943 meldde een Hilversumse politieofficier haar loslippigheid aan zijn meerderen op het SD-hoofdkwartier (cabr).

Naar het schijnt verafschuwde Rosalie Roozendaal het ‘lesbische gedoe’ in het kringetje van Ans van Dijk. Gesteund door Mozer verschanste Yvonne van Doornik of Yvonne van den Berg zich met haar moeder enige tijd in Baarn, waar ‘huisvriend’ Mozer regelmatig logeerde. Maar het verraad ging door: samen met Ans van Dijk en Branca Simons liet ze een Joods echtpaar oppakken en terug in Amsterdam verraadde ze haar vroegere kennis Bertha Sternfeld. Op 22 januari 1944 lukte het Rosalie Roozendaal om via een Baarnse politiefunctionaris ongemerkt van het toneel te verdwijnen. Ze dook onder in Heumen (bij Nijmegen) bij de kunstenaar en verzetsman Walter Jacques Maris en zijn echtgenote, aan wie ze ‘totaal uitgeput en geheel uit evenwicht’ al haar daden opbiechtte. Ze woonde er nog toen ze op 25 mei 1946 werd opgepakt en haar ‘pleegouders’ met lede ogen moesten toezien hoe ze in kamp De Roskam in Weesp geïnterneerd werd.

Op 12 september 1947 eiste het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam vier jaar cel tegen het ‘nog jonge en niet onknappe meisje’ (KG 176) Rosalie Roozendaal. Het werden er uiteindelijk slechts tweeënhalf, met aftrek van voorarrest, aldus het vonnis op 26 september 1947. Nog hetzelfde jaar was ze weer op vrije voeten. Ondanks haar schuld aan het verraad van meer dan tien Joden had het hof oog gehad voor haar jeugdige leeftijd en benarde positie als Joodse tijdens de bezetting. Bovendien had ze het Heumense verzet aantoonbaar ‘met groot levensgevaar’ gesteund (gecit. Koos Groen 178). Roozendaal bekeerde zich tot het rooms-katholicisme en trouwde tweemaal. Met haar tweede echtgenoot kreeg ze drie kinderen: een zoon in 1958, een dochter in 1959 en een zoon in 1962. Ze woonde in Mook (Limburg) en overleed in Nijmegen, 74 jaar oud.

Reputatie

Met succes schetste haar advocaat mr. Dietz tijdens de rechtszaak een beeld van Rosalie Roozendaal als slachtoffer van de omstandigheden, haar slechte jeugd – zowel haar vader als haar stiefvader hadden haar slecht behandeld – en ‘het monster’ Ans van Dijk (Pleitnota zitting 12-9-1947). Jacques Maris en zijn echtgenote noemden haar een meisje met een ‘buitengewoon goed karakter’, dat zich als hun pleegkind tweeënhalf jaar lang keurig had gedragen en een tweede kans verdiende (cabr). Zelf meende Roozendaal na de oorlog geen keus te hebben gehad – hoe diep ze zich ook voor haar daden schaamde (rapport sociaal werkster 1946). Ze ging de geschiedenis in als de jongste en meest onschuldige spionne uit de ‘groep Ans van Dijk’ – volgens Jodenjager Pieter Schaap kon ze niet in de schaduw staan van haar collega’s (cabr).

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, Rosalie Roozendaal CABR inv. nr. 14480 (sententie 26-9-1947, brief mw. E. Maris-Vermeer 19-2 1947, rapport sociaal werkster 15-11-1946, pleitnota zitting 12-9-1947, levensloop 16-4-1947).
  • Stadsarchief Amsterdam: archiefkaarten van Elisabeth Gosschalk en Siegfried Jozeph Roozendaal.
  • NIOD, Amsterdam: knipselarchief, KB I, inv. nr. 5841 [3 krantenartikelen over de rechtszaak].

Literatuur

  • Koos Groen, Als slachtoffers daders worden. De zaak van de Joodse verraadster Ans van Dijk (Baarn 1994).
  • Sytze van der Zee, Vogelvrij. De jacht op de Joodse onderduiker (Amsterdam 2010).
  • Ad van Liempt en J.H. Kompagnie red., Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede wereldoorlog (Amsterdam 2011).

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

laatst gewijzigd: 01/12/2015