Ruebsamen, Helga Margot Erika (1934-2016)

 
English | Nederlands

RUEBSAMEN, Helga Margot Erika (geb. Batavia, Nederlands-Indië 4-9-1934 – gest. Scheveningen 8-11-2016), schrijfster. Dochter van Philipp Rübsamen(1890-1972), vertegenwoordiger van medische apparatuur, en Henderika Bernardina Schrader (1903-1985). Helga Ruebsamen trouwde (1) op 4-12-1959 in Den Haag met Serein Pfeiffer (1932-1970), jazzmuzikant; (2) na echtscheiding (1-9-1966) op 22-10-1969 in Gouda met Klaas de Graaf (1916-1976), schrijver. Uit huwelijk (1) werd 1 dochter geboren.

Helga Ruebsamen bracht haar vroege jeugd door in Batavia (Jakarta). Vlak voor de Tweede Wereldoorlog belandde ze met haar ouders en drie jaar jongere broer Rolf (geb. 1937) in Den Haag (Van Alkemadelaan 47). Na de oorlog doorliep ze het Maerlant-Lyceum en na haar eindexamen ging ze naar Parijs om balletlessen te volgen bij Olga Preobrazjenskaja. Terug in Nederland werd ze verslaggeefster bij dagblad Het Vaderland. In 1959 trouwde ze met de jazztrompettist Serein Pfeiffer, met wie ze ging wonen in het kunstenaarshofje de Mallemolen en een dochter kreeg. In 1963 strandde het huwelijk – de officiële scheiding werd pas in 1966 uitgesproken.

Moord op ex

In 1964 debuteerde Helga Ruebsamen met de bundel De Kameleon, nadat enkele verhalen daaruit al eerder waren onderscheiden met de Reina Prinsen Geerligs-aanmoedigingsprijs. Ze kon bogen op de nodige levenservaring op grond waarvan zij de typisch Haagse milieus van oud Indischgasten en gewezen regenten in hun vergane glorie portretteerde. Critici kwamen woorden te kort om haar te loven. ‘Zij treedt voor den dag met werk, zo persoonlijk, zo pertinent geschreven, zo ánders wat thema en uitwerking betreft, dat het ons moeilijk valt te geloven aan het debuut van een nog jeugdige schrijver’, schreef Jan Greshoff (gecit. Op Scheveningen, achterflap).

Ruebsamens volgende boek was de roman De heksenvriend (1966), die opnieuw positief werd ontvangen. Intussen had ze een relatie met de oud-Engelandvaarder Kas de Graaf, schrijver onder het pseudoniem Noël de Gaulle – ze trouwden in 1969 in Gouda. In 1970 publiceerde Ruebsamen de roman Wonderolie, wederom bevolkt door geschifte figuren. Willem G. van Maanen, collega-schrijver en criticus, kwalificeerde Ruebsamen als ‘wezenlijk romantisch’, maar ‘ze toont tegelijkertijd het bederf van de romantiek, ze prikt in eigen vlees en doet het met droge ogen’ (gecit. Op Scheveningen, achterflap). De ondergang van Makarov (1971) is van dat prikken in eigen vlees een markant voorbeeld. Deze bundel verscheen een jaar nadat Ruebsamens ex-man Pfeiffer was vermoord door zijn nieuwe echtgenote, de ex-vrouw van verhalenschrijver F.B. Hotz.

Hierna werd het stil rond Ruebsamen. In 1976 stierf haar tweede echtgenoot – zo werd ze op 42-jarige leeftijd weduwe. Pas in 1988 dook ze weer op met de bundel Op Scheveningen, vijf meesterlijke verhalen over de zelfkant van Den Haag, de verlokkingen van een Wassenaars bordeel voor een keurig meisje en het levensverhaal van twee oude drankorgels in de bekakte wijk Marlot. Er volgde nog twee bundels in dezelfde trant: Olijfje en andere verhalen (1989) en De dansende kater (1992), waarmee de meesteres van het korte verhaal niet de erkenning kreeg die zij verdiende.

Het lied en de waarheid

Erkenning volgde pas toen Helga Ruebsamen op 63-jarige leeftijd verraste met de bijna vierhonderd pagina’s tellende roman Het lied en de waarheid (1997), over de belevingswereld van een kind in Nederlands-Indië. Het meisje, dochter van een Duits-Joodse arts, wordt uit het paradijs verdreven om na een soort vagevuur, het koude Den Haag, in de hel te belanden. Die hel is een boerderij waar ze gedurende de Duitse bezetting moet onderduiken. Ruebsamen vertelt haar verhaal in de ik-vorm en hoewel de ik Louise Benda heet, liet ze er in interviews geen twijfel over bestaan dat het hier een autobiografische roman betrof. In 2005 verklaarde haar broer Rolf in het Haarlems Dagblad evenwel dat de feiten niet kloppen: volgen hem was hun vader geen arts, geen Jood en hadden ze niet hoeven onderduiken. Helga Ruebsamen riposteerde dat het ‘haar waarheid’ was, zoals zij zich die herinnerde.

Helga Ruebsamen beschrijft haar jeugdherinneringen, maar tegelijkertijd verheft ze de particuliere ervaringen van haar hoofdpersoon tot universele thema’s als verlies en rouw. Het Lied en de waarheid is bovendien een ‘Bildungsroman’ en een persoonlijke ontdekkingsreis naar de werking van het geheugen. Niet nadrukkelijk maar wel aanwezig is ook de emancipatiestrijd van een meisje dat tegen de klippen op haar zelfstandigheid bevecht en al vroeg afrekent met traditionele rolpatronen. Het lied en de waarheid werd mede door de nominatie voor prestigieuze literaire prijzen en een bekroning met de F. Bordewijkprijs (1998) een doorslaand succes. Oeuvreprijzen zoals de Annie Romeinprijs (2001) van het feministische maandblad Opzij en de Anna Bijnsprijs (2003) voor ‘de vrouwelijke stem in de literatuur’ volgden. De inmiddels bejaarde Ruebsamen verscheen in spraakmakende televisieprogramma’s en publiceerde columns in de Volkskrant, waarmee ze belangstelling genereerde voor haar werk.

Voorstudies

Reikhalzend werd uitgezien naar het aangekondigde vervolg, dat echter nooit is verschenen. Wel gaf Ruebsamen er een voorproefje van in De bevrijding (1999), het nieuwjaarsgeschenk van haar uitgeverij Contact. Louise Benda is hierin een 51-jarige schrijfster die met haar psychiater praat over haar moeder. Ook ‘Drieluik met Dora’ uit de verhalenbundel Beer is terug (1999) lijkt een voorstudie van het vervolg op Het lied en de waarheid. Maar dat kan eigenlijk gezegd worden van haar hele oeuvre, waarin de auteur in allerhande vermommingen haar avonturen als puber en volwassene de revue laat passeren.

Het lied en de Waarheid mag Ruebsamens magnum opus genoemd worden, zelf beschouwde ze het niet als haar beste werk. Dat is te vinden in haar verhalenbundels, waarvan een selectie in twee delen is uitgebracht onder de titel Jonge liefde en oud zeer (2001) en Zoet en zondig. De mooiste verhalen uit Indonesië (2003).

Op 8 november 2016 stierf Helga Ruebsamen in de ouderdom van 82 jaar ‘op’ Scheveningen, waar ze sinds de jaren tachtig woonde.

Betekenis

‘Op een dag moet je je eigen geschiedenis onder ogen zien, alles in kaart brengen, rekenschap afleggen van wat je hebt meegemaakt’, zei Helga Ruebsamen in 1993 over Het lied en de waarheid, waaraan ze toen net was begonnen. Tot dan toe had ze haar verleden laten rusten. Ze wilde niet bekend worden als ‘de Anne Frank die het allemaal heeft overleefd’ en dus verstopte ze zichzelf in bizarre personages, levend in een wereld van vergane glorie, drankmisbruik en andere vormen van zelfdestructie. Voordat Het lied en de waarheid in 1997 verscheen, had Ruebsamen geëxcelleerd met verhalen, een genre dat in het Nederlandse taalgebied weinig populariteit genoot. Om die reden is zij lange tijd een ‘writers writer’ gebleven.

Naslagwerken

Bork/Verkruijsse.

Publicaties

  • De Kameleon (Verhalen) (Amsterdam 1964).
  • De heksenvriend (Roman) (Amsterdam 1966).
  • Wonderolie (Roman) Amsterdam 1970
  • De ondergang van Makarov (Verhalen). Amsterdam 1971
  • Op Scheveningen (Verhalen) (1988)
  • Olijfje en andere verhalen Amsterdam 1989
  • De dansende kater (Verhalen) Amsterdam 1992
  • Het lied en de waarheid (Roman) Amsterdam 1997)
  • Beer is terug (Verhalen) Amsterdam 1999)

Literatuur

  • Corina Engelbrecht, ‘Helga Ruebsamen: “Misschien bevecht ik mijn eigen demonen”’, in: Corina Engelbrecht, Gezegd en geschreven is twee (Den Haag 1980) 41-49.
  • Reinjan Mulder, ‘Het verleden vreet zich een weg naar mij toe. Helga Ruebsamen in Berlijn en aan de Amstel’, NRC Handelsblad, 26-3-1993.
  • G.F.H Raat, ’Literatuur als levenselixer. Het proza van Helga Ruebsamen’, Ons Erfdeel 41 (1998) 725-730.
  • Elsbeth Etty, Dames gaan voor. Nieuwe Nederlandse schrijfsters van Hella Haasse tot Connie Palmen (Amsterdam 1999) 131-136 en 186.
  • Elsbeth Etty, ‘Het begin ben ikzelf. Helga Ruebsamen over de waarheid achter haar schrijven’, NRC Handelsblad, 28-12-2001.
  • Maartje Breedt Bruyn, ‘Helga Ruebsamen: “Mijn herinneringen zijn als kraaien”’, Vrij Nederland, 15 -11-2003.
  • Jessica van Geel, ”Ik heb met de werkelijkheid vaak de hand gelicht”. Interview met Helga Ruebsamen’, NRC Handelsblad, 13-6-2015.

Illustratie

Helga Ruebsamen, door Bob Bronshoff, 2000 (Hollandse Hoogte).

Auteur: Elsbeth Etty

laatst gewijzigd: 29/05/2017