Simons, Ida Estella Mathilda (1895-1987)

 
English | Nederlands

SIMONS, Ida Estella Mathilda, vooral bekend als Ida van Raalte-Simons (geb. Den Haag 7-1-1895 – gest. Den Haag 1-12-1987), bestuurster Joods vrouwenwerk, zioniste en amateurschilderes. Dochter van Abraham Simons (1864-1941), fabrieksdirecteur, en Henriëtte Edersheim (1863-1943). Ida Simons trouwde op 15-1-1918 in Den Haag met Ernst van Raalte (1892-1975), journalist en jurist. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 1 dochter geboren.

Ida Simons groeide met haar oudere zus Constance (1890-1916) op in een zionistisch Joods gezin – een ouder broertje was al voor haar geboorte gestorven. Ida’s vader was eigenaar van papierfabriek Esveha. Hij speelde een belangrijke rol in de Joodse gemeenschap van Den Haag en was enkele jaren voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond. Ida ontmoette in haar ouderlijk huis tal van vooraanstaande zionisten, zoals Chaim Weizmann – later de eerste president van Israël – en was zelf al jong zioniste.

Op de meisjes-hbs blonk Ida uit in de exacte vakken, maar wegens ernstige hoofdpijnen deed ze geen eindexamen. Ze nam schilderlessen bij het Haagse schilderspaar Albert en Elisabeth Roelofs-Bleckman. Ida had aanleg, maar haar liefde voor de beeldende kunst raakte op de achtergrond doordat haar maatschappelijke betrokkenheid voor haar belangrijker was. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd de pas negentienjarige Ida Simons al directrice van een tehuis voor Joodse vluchtelingen uit België. In Leiden, waar ze als toehoorder colleges kunstgeschiedenis volgde, trof ze regelmatig de eveneens Joodse rechtenstudent Ernst van Raalte – hun ouders waren bevriend. Ze trouwden in 1918, drie dagen na zijn promotie.

Joodse Vrouwenraad

Ida van Raalte-Simons kreeg tussen 1919 en 1928 vijf kinderen. Ze bleef intussen actief op maatschappelijk terrein. Vanaf 1923 zette zij zich in voor de Joodse Vrouwenraad, vanaf eind 1924 als voorzitster van de afdeling Den Haag, later ook als penningmeesteres van het hoofdbestuur. Veel leden waren zionistisch, maar de raad nam een neutraal standpunt in om daarmee zoveel mogelijk Joodse vrouwen te verenigen. In 1927 was Van Raalte-Simons betrokken bij de oprichting van de Haagse vestiging van het Zwaluwnest: een door de Vrouwenraad opgerichte ontmoetingsplaats waar Joodse meisjes uit behoeftige gezinnen onder meer cursussen konden volgen. Josepha Mendels werd er directrice.

Tussen de bedrijven door vergezelde Van Raalte-Simons haar man als hij voor zijn werk op reis moest – hij was gespecialiseerd in internationaal recht en onder andere werkzaam als journalist. Zo ontmoette ze in de jaren twintig en dertig een groot aantal belangrijke politici. Van velen maakte ze een portrettekening, die vervolgens door de geportretteerde werd gesigneerd – de tekeningen verschenen in 1964 als illustraties in het boekje van hen beiden, Bekende figuren uit politiek en literatuur.

Eind jaren dertig werd Ida van Raalte-Simons actief in het Haags Kindercomité, dat zich ontfermde over Joodse kinderen die – vaak alleen – vanuit nazi-Duitsland naar Nederland kwamen. Zij werkte nauw samen met de Amsterdamse Truus Wijsmuller-Meijer en zette zich met hart en ziel in voor jonge vluchtelingen. Als in die tijd een van haar eigen kinderen vroeg waar moeder toch was, luidde het antwoord steevast: ‘Huis ten Vijver’ – de locatie waar de gevluchte kinderen werden ondergebracht. Zelf boden de Van Raaltes onderdak aan familieleden uit Duitsland en Oostenrijk en ze namen ook Ida’s ouders in huis. Haar vader stierf in 1941. In 1942 dook het gezin onder, ieder op een andere plaats. Van Raalte-Simons zat eerst bij vrienden in Den Haag, later samen met haar man in Leiden. Haar moeder werd verraden en in 1943 in Sobibor vermoord. Ida, Ernst en hun kinderen overleefden de oorlog.

Zionisme

Na de oorlog was Ida van Raalte-Simons betrokken bij de opvang van oorlogswezen en zat zij in de Commissie Oorlogspleegkinderen (OPK). Ze sloot zich aan bij de Women’s International Zionistic Organisation (WIZO). Zoals velen vond ook zij dat er nu geen plaats meer was voor een neutrale Joodse Vrouwenraad: men moest zich allereerst op Israël richten. Al spoedig werd ze lid van het hoofdbestuur van de WIZO-Nederland en later penningmeesteres. Toen bleek dat de Joodse vrouw en haar leven volledig ontbraken op de tentoonstelling De Nederlandse vrouw, 1898-1948 (Houtrusthallen, Den Haag), schreef Van Raalte-Simons een scherp artikel voor de gelegenheidspublicatie Dagblad voor de Vrouw. Daarin wijst ze erop dat er in de voorafgaande vijftig jaar wel degelijk sprake was geweest van een verenigingsleven van Joodse vrouwen, maar dat de oorlog daar een eind aan had gemaakt. In 1949 bezocht ze de internationale conferentie van Joodse vrouwen in Parijs.

In 1965 legde de zeventigjarige Van Raalte-Simons haar functies bij de WIZO neer. Zij maakte verschillende reizen naar Israël en deelde haar betrokkenheid en enthousiasme door het geven van lezingen voor zowel een Joods als niet-Joods publiek. Koningin Juliana ontving haar om geïnformeerd te worden over het naar haar genoemde opvoedingsinstituut (Kfar Juliana) in Israël. In 1975 verloor Ida van Raalte-Simons haar man, na een huwelijk van bijna zestig jaar.

Ida van Raalte-Simons bleef altijd schilderen. Na de oorlog deed ze dat onder meer bij de Haagse Vrije Academie. In 1983 exposeerde ze in het Progressief Joods Centrum in Den Haag haar portretschilderingen samen met aquarellen van dochter Maja en beeldhouwerk van kleindochter Ied. Datzelfde jaar publiceerde Henriëtte Boas een portret van Van Raalte-Simons in Kolenoe, een maandblad voor de bewust Joodse vrouw.

Ida van Raalte-Simons overleed op 1 december 1987 in Den Haag, 92 jaar oud.

Reputatie

Ida van Raalte-Simons was een begaafd kunstenares, maar de meeste tijd en energie stak zij in haar werk voor de Joodse vrouw en jeugd. Ze was een opgewekte, sterke vrouw. Toen in de oorlog elk gezinslid op een andere plek moest onderduiken, maakte ze geen drama van het afscheid om het voor de anderen gemakkelijker te maken. Ze hield van eenvoud, was energiek en bijzonder handig: ‘Ik ben geen dame, ik ben een vrouw’, zei ze vaak. In het socialistisch zionisme sprak juist de praktische kant haar aan. Tot haar dood bleef ze betrokken bij Israël – twee zoons stichtten daar hun gezin.

Naslagwerken

Jacobs; Scheen.

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: knipselmap, nr. 1600, Ida van Raalte, geb. Simons.
  • Joods Historisch Museum, Amsterdam: Collectie Van Raalte-Simons (foto’s en documenten) [URL: http://data.jck.nl/search/?q=Raalte-Simons; geraadpleegd 22-6-2017].
  • Gemeentearchief, Den Haag: Bevolkingsregister (gezinskaarten Abraham Simons en Ernst van Raalte); BS (huwelijk).

Publicaties

  • ‘Rumor (= Humor) in Casa! Naar aanleiding van zekere beschouwingen over den jeugdbond’, Maandblad van den Joodschen Vrouwenraad ’s-Gravenhage 6 (1928) februari.
  • ‘De Joodse vrouwenraad van weleer’, De Vrouw. Dagblad uitgegeven tijdens de Tentoonstelling De Nederlandse Vrouw 1898-1948’, 3-9-1948.
  • Bekende figuren uit politiek en literatuur, geschetst door Ida en Ernst van Raalte (Den Haag 1964).

Werk

  • Vijftig portrettekeningen, 1926-1963, Nationaal Archief, Den Haag, Collectie 285, E. van Raalte, inv.nr. 131 (gepubliceerd in Bekende figuren).
  • Portret van G.F. Pijper, arabist en islamoloog, 1967, Universiteitsbibliotheek Leiden, inv.nr. Or., 26.336 (afb. in J.J. Witkam, ‘De collectie Pijper voor Leiden verworven’, De Omslag. Bulletin van de Universiteitsbibliotheek Leiden en het Scaliger Instituut, 2004, nr. 1, 5-7).

Literatuur

  • Algemeene ledenvergadering van den Haagschen Joodschen Vrouwenraad’, Nieuw Israelietisch Weekblad, 28-11-1924.
  • Mozes Heiman Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (Baarn 1971) 773.
  • Henriëtte Boas, ‘Ida van Raalte-Simons. Practisch werken voor Israël’, in: Idem, Bewust-Joodse Nederlandse vrouwen (Kampen 1992) 111-120 [eerder verschenen in: Kolenoe, Maandblad voor de Bewust Joodse Vrouw 2 (1983) nr. 4, 14-19].
  • L.M. Veerman, De Joodsche Vrouwenraad in Nederland (Amsterdam 1986) [ongepubliceerde doctoraalscriptie Vrije Universiteit].
  • Bob Levisson en Heske Hurts-Levisson, Het verhaal van de families Levisson en Simons (Den Haag 1999-2000) [ongepubliceerd], 12.
  • Sylvia Heimans, Josepha Mendels. Het eigenzinnige leven van een niet-nette dame (Amsterdam 2016) 84, 86, 90, 92.

Illustratie

in bestelling

Auteur: Renée Simons

laatst gewijzigd: 30/09/2017