Stork, Anna (1921-2015)

 
English | Nederlands

STORK, Anna (geb. Hengelo 8-11-1921 – gest. Enschede 22-11-2015), actief in het verzet, later voorlichtingsdeskundige. Dochter van Johan Charles Stork (1891-1971), fabrieksdirecteur, en Guretta Elisabeth Stam (1892-1987). Ankie Stork bleef ongehuwd.

Anna (Ankie) Stork werd geboren als derde van vier kinderen van een Nederlands-hervormde fabrikant uit een Twents ondernemersgeslacht met Westfaalse wortels. Ze groeide op in een villa in Nijverdal, leerde Frans en Duits van kinderjuffrouwen (en Twents van de huishoudster), ging in Hengelo naar de – particuliere – lagere school en in Almelo naar het Christelijk Lyceum.  Op haar achttiende besloot Ankie Stork lid te worden van de Doopsgezinde Gemeente. Toen Nederland in 1940 werd bezet, poogde Ankies broer Piet (1920-1998) naar Engeland te vluchten. Omdat dit mislukte, werd hij samen met zijn vader opgepakt. Na hun vrijlating werd huize Stork een centrum van verzet. De verjaardag van prins Bernhard werd er in 1942 gevierd met een clandestien concert door het Joodse echtpaar De Klijn-Heksch – Alice Heksch was de pianolerares van Ankie.

Kindercomité

In 1942 deed Ankie Stork in Almelo eindexamen hbs-b en geloofsbelijdenis. Omdat ze weg wilde uit de ‘gesloten Twentse gemeenschap’ (Stork, 25), ging ze in Utrecht sociale geografie studeren. Haar nicht Anne Maclaine Pont (1916-1969) betrok haar in hetzelfde jaar bij het Utrechts Studentencontact, een verzetsgroep waarvan ook Geert Lubberhuizen (1916-1984) lid was. Ten bate van het door Hetty Voûte en twee medestudenten opgezette Utrechts Kindercomité, dat sinds 1942 onderduikadressen voor Joodse kinderen regelde, verkocht Stork duizend exemplaren van het door Pont geredde en door Lubberhuizen clandestien uitgegeven verzetsgedicht De achttien dooden van Jan Campert (1902-1943). Na deze toelatingsproef werd Stork actief in het comité.

Het Twentse netwerk van Ankie Stork bleek nu van grote waarde voor het Kindercomité. Haar vader introduceerde haar bij een verzetsgroep met leden in Nijverdal en omgeving, die tientallen Joodse kinderen – en af en toe volwassenen – opnamen. Ook haar ouders hadden Joodse onderduikers in huis. Ankie Stork regelde het vervoer naar Twente en rantsoenkaarten. In mei 1944 liep Ankie in de val toen ze een tas met rantsoenkaarten ging ophalen uit een studentenhuis in Utrecht. Het adres was verraden en Stork werd er opgewacht door de Duitse Sicherheitsdienst en met vijf andere studenten in een kamer opgesloten. Ze zag kans de bonnen door de wc te spoelen, maar omdat in het huis wapens waren aangetroffen, moest de groep naar het politiebureau. Na een week werd Stork overgeplaatst naar het Huis van Bewaring in Amsterdam. Zes weken later kwam ze vrij bij gebrek aan bewijs.

Ankie Stork keerde niet terug naar haar Utrechtse studentenhuis, maar ging bij haar moeder in Nijverdal wonen – haar vader was inmiddels ondergedoken. Kort na Dolle Dinsdag deed de Sicherheitsdienst huiszoeking in de villa, die toen behalve de familie Stork zeventien onderduikers huisvestte. De Duitsers, op zoek naar vader Stork, vonden niets. ‘Es gibt hier nur Frauen’, mopperde een van hen. De familie regelde binnen drie dagen nieuw onderdak voor de ‘logees’ en dook toen zelf onder bij een boer in Lemele.

Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting

In de zomer van 1945 liftte Stork naar Utrecht om haar studie te hervatten. In 1952 studeerde ze af. Ze wilde geen aardrijkskundelerares worden en kreeg via bemiddeling van haar hoofddocente Anna de Waal een baan bij de Utrechtse Voogdijraad. Bij deze in haar beleving ‘regenteske’ instelling – lippenstift was er taboe – hield ze het een jaar vol. Ze stapte over naar de Stichting voor Sociaal en Cultureel Werk in Zwolle.

In haar baan in Zwolle had Stork het meer naar haar zin. Ze onderzocht de behoefte aan recreatieve en educatieve voorzieningen in de ‘kop’ van Overijssel en de problemen van voormalige turfstekers uit Vriezenveen, die nu in fabrieken moesten werken. In 1957 verruilde ze dit werk voor een landelijke baan als hoofd voorlichting in de ruilverkaveling en streekverbetering. Daarvoor verhuisde ze naar Den Haag. In 1960 werd ze adjunct-directrice van de Nationale Federatie Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting, een overheidsstichting die in 1936 was opgericht door onder meer de pedagoge Emma Mesdag. ‘Mejuffrouw Mesdag’ en Stork waren beiden tot hun dood lid van de Haagse doopsgezinde gemeente. 

In de zomervakantie van 1971 moest Ankie Stork, inmiddels directeur van de Federatie, via de radio vernemen dat haar kantoor zou worden gesloten. In hetzelfde jaar overleed haar vader. Een jaar later werd ze docente in het nieuwe vak voorlichtingskunde aan de Academie De Laan in Den Haag en aan de Akademie Diedenoort te Wageningen. Voor de linkse studentengeneratie van toen wist ze zich staande te houden als ‘praktijkvrouw’. In 1986 ging ze met pensioen. Ze kocht een huis in Enschede, waar ze al jarenlang golfde, maar hield haar Haagse flat aan. Tot op hoge leeftijd reed ze zelf tussen beide residenties op en neer.

‘Nooit laten zien dat je bang bent’

Ankie Stork en haar ouders ontvingen in 1994 de Yad Vashem-onderscheiding  In 2007 liet ze in eigen beheer haar levensverhaal in druk verspreiden onder haar familie en bekenden. Onder de kop ‘twee dappere nichtjes’ voerde haar verre achterneef Jaap Scholten Ankie Stork en Anne Maclain Pont op in zijn familiekroniek Horizon City. Toen haar op een forumdiscussie in Enschede in 2013 werd gevraagd wat ze zou doen als ze oog in oog zou komen te staan met een jihadist, zei ze: ‘Nooit laten zien dat je bang bent, want dan hebben ze je’ (gecit. De Waard).

Op 22 november 2015 stierf Ankie Stork in Enschede, 94 jaar oud. Ze werd in familiekring gecremeerd. ‘Voormalig verzetsstrijdster Ankie Stork was immer kras, heldhaftig en welbespraakt’, schreef de Volkskrant kort na haar dood.

Archivalia

Nationaal Archief, Den Haag: archief Stichting Nationale Federatie Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting en voorgangers, 1934-1972.

Publicatie

Mijn leven (z.p. z.j. [2007]).

Literatuur

  • Bert Jan Flim, Omdat hun hart sprak, geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland, 1942-1945 (Kampen 1996).
  • I. Gutman e.a., red., Rechtvaardigen onder de Volkeren. Nederlanders met en Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan joden (Amsterdam/Antwerpen 2005).
  • Kees de Vré, ‘Een ongewone gewone familie’, Trouw, 26-6-2007.
  • Jaap Scholten, Horizon City (Enschede/Doetinchem 2014).
  • Peter de Waard, ‘Nooit laten zien dat je bang bent’, de Volkskrant, 14-12-2015.
  • Jochem van der Heijde, ‘Ankie Stork en het kindercomité’, interview in de reeks 1940-1945, Utrechtse studenten in verzet [URL: www.youtube.com/watch?v=Um38sjrNSvc; geraadpleegd 14-7-2016].

Illustratie

Ankie Stork, door Lars Smook, 2014.

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 28/09/2017